Ryan Adams :: 1989

Een gimmick, een zinsbegoocheling, een post-ironische vingeroefening. Zou je denken, maar niks van dat alles. Een coverplaat uit het hart die een toast uitbrengt op troost, dat is Ryan Adams’ 1989, dat en passant Taylor Swifts origineel als een wel degelijk uitstekende popplaat ontmaskert.

Er was gegniffel toen bekend raakte dat Adams de meest succesvolle popplaat van de afgelopen jaren ging coveren. Ja, zou hij Swift wel eens even leren hoe je songs zonder kleurstoffen en houdbaarheidsdatum maakt. Maar er was ook ongerustheid. Adams die als een muzikale Antony Van den Borre zijn grillen wederom de bovenhand liet nemen van zijn talent, zoals hij dat eerder al devalueerde door fuck you-platen als Rock ’n Roll te maken, of een pertinente, van zelfkritiek ontdane nonchalance en veelschrijverij. Net nu hij sinds Easy Tiger uit 2007 zorgvuldiger met zijn vér bovengemiddeld songschrijverschap omging, met zijn vorig jaar verschenen titelloze album als hoogtepunt.

Niks van dat alles. Waar velen hoopten op een nieuwe Love Is Hell na zijn scheiding van popzangeres (jawel) Mandy Moore, besloot Adams een eerbetoon uit te brengen aan de plaat die hem door die moeilijke periode sleurde. Dat hij veel steun gehad heeft aan Swifts 1989, zei hij achteraf, dus besloot hij dan ook maar zijn eigen gevoelens met die plaat te laten versmelten in een eigen versie. En of dat opzet geslaagd is. Adams laat zijn ondertussen gekende trucen van de foor los op een plaat die bol staat van sterke melodieën en verhalende teksten die alle facetten van hartzeer belichten. Want Adams zet hierbij ook het sterke songschrijverschap van Swift in de verf, door de meeste zanglijnen van haar gewoon over te nemen en quasi niets in de teksten aan te passen. Swift is niet de zoveelste popdel die het meer van lange benen dan mooie woorden moet hebben.

Swift en Adams lopen elkaar tegemoet op het kruispunt dat Bruce Springsteen heet. Swifts 1989 werd vorig jaar haar Tunnel Of Love genoemd: beide platen een bezegeling van een koerswijziging (Springsteen liet steeds meer synths z’n sound binnensluipen, Swift wisselde haar countryrock finaal in voor pure pop), waarbij afscheid genomen werd van enkele trouwe muzikanten (in Springsteens geval de E Street Band) en waarop een relatiebreuk werd uitgezweet (in het geval van Swift meerdere). Ook Swifts verhalende manier van tekstschrijven durft al eens naar Springsteen te neigen. The Boss’ invloed op Adams is zelfs voor doven en slechthorende duidelijk te horen op zijn platen. Voor de slechte verstaander is er openingsnummer “Welcome To New York”, dat in Adams’ versie een Springsteeniaanse strakke stamper wordt met een dijk van een refrein – die typische samensmelting van melancholie en euforie, kan dat in Van Dale geen lemma “melanchorie” krijgen?

En vooral grote hit “Shake It Off” wordt bij Adams meer een cover van Springsteens “I’m On Fire”. Het is misschien wel het sterkste moment van de plaat, waar Adams zich pas echt helemaal los van het origineel scheurt. Waar Swift overduidelijk ging shoppen in de pure popmuziek van de jaren tachtig, zoekt Adams al eens zijn gading in stadions opvrijende eighties rock. Die parallellen komen hierin samen, wat deze coverplaat zoveel meer maakt dan zomaar een bevlieging. Voor Adams klopt dit verhaal compleet. En hij doet het ook voor de luisteraar overtuigend kloppen. Adams gaat met precisie recht naar de open zenuwen van de songs – denk aan hoe hij de wanhoop in “Maybe you’re gonna be the one that saves me” blootlegde in “Wonderwall”. “All You Had To Do Was Stay”, wat anoniem op Swifts origineel, “I Wish You Would” en “Out Of The Woods” worden hier meeslepende jammerkreten die uit een bloedend hart sijpelen.

Voorts is het opvallend hoe Adams Swifts zanglijnen en melodieën klakkeloos overneemt. Pleit voor haar, maar ook voor hem: de staccato zanglijntjes zijn op maat van hoekige hap-slik-slok-pop gemaakt, Adams past ze naadloos in zijn weidsere of net intimistischere aanpak. “Blank Space” en “How You Get The Girl” krijgen een jasje à la “Lucky Now” aangemeten – suits them sir. In “This Love” zoekt hij, gedwongen door de originele powerballad, het drama op als nooit tevoren. Buiten zijn comfortzone, maar hij raakt er nipt mee weg. Al is net als op Swifts 1989 de grootste spankracht tegen dan uit de plaat verdwenen – een euvel waaraan de meeste popplaten en Adams’ platen tot 2011 wel meer onder lijden. Nogmaals: deze onderneming van Adams is heus geen toeval of impulsieve grol of bokkensprong.

Nee, dit plaatje klopt. In beide versies, trouwens. Swifts 1989 is geen My Beatiful Dark Twisted Fantasy, maar een voldoende intelligente popplaat van iemand die verdomd weet wat ze schrijft. Opzwepend wordt meeslepend in de versie van Adams, dansbaar wordt voelbaar, vertier wordt verlangen. Laten we er geen spelletje “om de beste plaat” van maken. Nee, wél fijne discussies gehad met enkele Swift-adepten (ja, jij, beste schoonbroer) de afgelopen weken, die alle werden beslecht met: het zijn gewoon verdomd sterke songs. En voor de Adams-adepten: u heeft er een verdomd sterke Adamsplaat bij. Zijn voorsprong op het peloton wordt weer een stukje groter. De Antony Van den Borre (nukken) is de Peter Sagan (mooie kuren) van de muziekwereld geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − vijf =