BEST OF : The National

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, de verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goed geplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze keer aan de beurt: The National!

  1. Fake Empire

Een bitterzoete song die helaas actueel blijft: over vluchten voor de werkelijkheid van de politiek en de wereld: “No thinking for a little while” Maar tegelijk ook zo verslavend, opbeurend en tegendraads in de ritmes dat het een vlucht op zichzelf wordt. Als Berninger “Let’s not try to figure out everything at once” zingt, lijkt dat even een goed idee: gewoon wat opgaan in het nu en de rest zien we wel. Half awake in een fake empire. Om dan achteraf te ontwaken uit de kater, iets wat extra in de verf gezet wordt wanneer de door Padma Newsome fantastisch gearrangeerde finale weer eens vroeger voorbij is dan je verwacht.

Hoogtepunt: 1’42”. De drumfill die de song halfweg al een eerste niveautje hoger tilt en die op elk concert weer gelukzalige glimlachen tevoorschijn tovert.

  1. Abel

Iedereen heeft het altijd maar over die arme Abel, maar heeft iemand zich ooit al om de andere bekommerd. Hé? Ja, Caïn sloeg zijn broer dood, maar probeer het eens van zijn kant te zien? Je zult maar naast zo’n heilig boontje leven dat God zoveel liever heeft dan je eigen, menselijke zelf, zeg. Matt Berninger kruipt in de huid van het zwarte schaap en smeekt de goeie broer het nu eens uit te leggen – “You turn me good and God-fearing / Well, tell me what am I supposed to do with that?” – en leeft zich net iets te hard in. Zelden heeft hij woester geklonken dan in wat naar eigen zeggen ooit begon als een “niet zo heel erg goeie” ballad.

Hoogtepunt: 00’12”. Eerst wat hamerende drums, een gitaar en dan de pure razernij van Berninger: “My mind’s not right / My mind’s not right” Gezellig schuimbekken voor de hele familie.

  1. Bloodbuzz Ohio

Zelfs als The National ongegeneerd vrolijk of opbeurend lijkt te zijn, zit er toch een angel in. Bij de eerste beluistering als vooruitgeschoven single van High Violet leek “Bloodbuzz Ohio” een strijdlied waarmee Matt Berninger het leven na de donkerte van Boxer weer aankon. Tot het refrein blijkt te gaan over de schulden die hij nog heeft, het gebrek aan liefde thuis en dat iedereen die hij kent het noorden kwijt geraakt. Dertigers, mijnheer.

Hoogtepunt: 0’01”. De zenuwachtige drums die overtuigend aankondigen dat er Iets Gaat Gebeuren.

 

 

  1. Daughters Of The Soho Riot

De groep kraakt een fles melancholie van een goed jaar open. Een van de mooiste gitaarlijnen uit het oeuvre van The National begeleidt Berninger, die nadrukkelijk aan het mijmeren slaat. “Daughters Of The Soho Riot” is een nachtelijke tocht door een lege stad, nadat er veel gedronken, veel gepraat maar weinig opgelost is. Integendeel, plots word je overvallen door alles wat je ooit kwijt bent geraakt. En besef je dat je daarin eigenlijk niet zo anders bent dan veel anderen om je heen, hoe hard je ook had gezegd nooit zo te worden. Iedereen verliest vrienden uit het oog, ieders hart valt al eens aan diggelen. En iedereen bréékt al wel eens een hart.

Hoogtepunt: 0’35”. “You were right about the end / It didn’t make a difference” De gitaar is er al, de piano valt in, de sneeuw komt langzaam neer uit de hemel en ondertussen staat iemand te wachten op iets dat nooit komt.

  1. Pink Rabbits

Goed, Trouble Will Find Me mag dan wel niet The Nationals voornaamste bron van best of-materiaal zijn, er staan wel enkele pareltjes op. “Pink Rabbits” is zo’n kwetsbaar kleinood, uitgekleed zoals alleen een mens zich kan voelen met een hart dat leeggebloed is nadat het in ontelbare stukken brak. Er is niet meer van tel dan een drumlijn als een vage hartslag en een melancholisch pianomotief om Matt Berningers pijn te begeleiden. Dat de verloren liefde in een luie zetel cocktails zit te nippen zonder echt die pijn die de protagonist voelt te erkennen, doet alle pogingen tot muzikale recuperatie van het gevoel gewoon teniet. Nee, aan hem zal ze nooit meer zo denken. Dat ze nog een laatste dans wil, is echt niet meer dan een pijnlijke illusie van een “television version of a person with a broken heart”.

Hoogtepunt: 3’30”. Daar is de clou: “You said it would be painless / It wasn’t that at all” Dat is het nooit, en we weten het goed genoeg, maar we vallen wel keer op keer resoluut voor de hartverscheurende pijn.

  1. Nobody Else Will Be There

Haast schoorvoetend komt dit nummer binnen schuifelen, om zich als een verlegen geliefde te verontschuldigen voor zijn aanwezigheid. Enkel in de cocon van hun liefde voelt de zanger zich veilig. Sleep Well Beast gaat over relaties die uiteenvallen en het openingsnummer vat al die pijnlijke momenten samen, gaande van het lieflijke begin – waarin drank nodig is om de moed bijeen te rapen – over het pijnlijk lange midden, waarin de piano zonder woorden verder zingt wat Berninger niet meer durft uitspreken: “Nobody else will be there” Naar het einde dragen diezelfde woorden een verwijt in zich, wanneer de zanger zich onbegrepen voelt en de ander de cocon misschien als beklemmend aanvoelt. Het album was als geheel niet consistent genoeg om het tot een klassieker te schoppen, maar deze opener is ontegensprekelijk van een torenhoge kwaliteit.

Hoogtepunt: 2’53’’. Na het lange middenstuk volgt uiteindelijk het pijnlijke verwijt: “Hey baby, where were you back then, when I needed your hand?” Ontreddering te midden van verstilde pracht, wanneer de grond onder de voeten lijkt weg te zakken en het geheel niet langer méér is dan de som van de delen. De cocon is opengebarsten.

  1. Slow Show

Misschien wel het kloppend hart van Boxer met Berninger als de onbehouwen introvert die dronken raakt op een feestje om zich toch ietwat sociaal capabel en acceptabel voor te doen. Maar het liefst van al zou hij naar huis vlammen om bij diegene te zijn die hem écht neemt voor wie of wat hij is. Want hij acht zichzelf een fuck-up, zonder eigenwaarde, die steevast eindigt als een vergeelde brief in een of andere lade van een kast bij wie hij liefheeft. Maar nu heeft hij haar gevonden. Een intieme reddingsboei in de poel van sociale angsten.

Hoogtepunt: 2’45”. “You know I dreamed about you for 29 years before I saw you” Een typische National-recyclage, deze keer van hun anonieme debuutalbum (het zeer lo-fi “29 Years”). Maar nu in een muzikale context die blootlegde wat een evolutie The National had doorgemaakt. Met de sussende piano van Dessner die zich aanvlijt tegen de roffelende drums van Devendorf. En wat een zin ook. Of u nu pakweg 26 of 27 was in 2007, of welke leeftijd ook: in dat jaar hebben veel mensen met die zin verklaard wie de (échte) liefde van hun leven was– en de jaren nadien vermoedelijk ook.

  1. Conversation 16

Berninger deelt hier hetzelfde sardonische gevoel voor humor dat Nick Cave in enkele van zijn beste nummers steekt. Het is een prachtige combinatie van gruwel die op een lepeltje van melodieuze honing in je gehoorgang wordt gegoten. Richard Reed Parry van Arcade Fire zong tijdens een bezoek aan Aaron Dessner spontaan de meerstemmige achtergrondzang in, de ritmesectie stuwt de poëtische teksten van Berninger vooruit en de arrangementen van de Dessners werken het geheel af met filmische diepgang.

Hoogtepunt: 3’16’’. Plots bloeit het nummer open van een hermetisch gesloten knoest van een vuist tot een uitgestoken hand, als een warme uitnodiging. Maar ga er niet op in, in de schoonheid schuilt de gruwel: “I was afraid I’d eat your brains, cause I’m evil”

  1. Oblivions

Het kernnummer van het toch wel schromelijk onderschatte I Am Easy To Find. Dat die plaat vol duetten stond, is geen toeval. De invloed van Matt Berningers partner Carin Besser op zijn teksten is alleen maar groter geworden de voorbije jaren. In “Oblivions” zingt de fantastische Mina Tindle als het ware de rol van Besser en zweert ze er altijd voor hem te zijn, ondanks zijn angsten, grillen, veranderingen. “Everything is gonna be totally okay into oblivion” Hij wil het geloven, zij wil het beloven.

Hoogtepunt: 0’52”. Nog élke keer kippenvel en vochtige ogen wanneer Mina Tindle invalt met haar waanzinnig sussende stem. En we zijn ondertussen een tweehonderdtal luisterbeurten verder. Mocht Troost stembanden hebben, het waren de hare. Een van de mooiste The National-momentjes uit hun hele repertoire. 

  1. Squalor Victoria

Alles wat Boxer zo’n ijkpunt maakt – voor The National zelf, maar ook muzikaal tout court. De wereld maakte kennis met de zeemvellen waarop Devendorf trommelt, de héérlijk onderhuidse arrangementen van strijkers en blazers door Padma Newsome, het cynisme van Berninger – die ondertussen zélf al niet meer weet waar het nummer eigenlijk echt over gaat. Maar het raakt met enkele zinsnedes wel het thema van Boxer aan: het struinen tussen onbeholpenheid en ongedurigheid die iedereen voelt in de overgang van student naar werkmens. Geen betere soundtrack dan Boxer voor die fase. Alsof het gisteren was.

00’08”. Hoogtepunt: Newsomes arrangementen sluipen het nummer binnen. We herinneren het ons nog, tijdens die op alle vlakken zinderende avond van 12 november 2007 in de AB. Dit nummer volgde toen op “Slow Show” in de setlist en we wisten dat we naar de band van morgen aan het kijken waren. Het is die van overmorgen ook geworden.

  1. Terrible Love

Van bij die eerste brede gitaarhalen uit de opener van High Violet besef je: hier gebeurt iets. Hier staat niet langer een bende chronische twijfelaars, wel een groep die zijn plek opeist. En daar vervolgens glorieus in slaagt. Het brede gebaar wordt voor het eerst omarmd, de volgende stap in de carrière van The National is gezet. De opbouw is slim, de arrangementen subtiel en gelaagd. Die “It takes an ocean not to break” is het moment waarop de groep naar de hemel reikt. Langzaam trekt “Terrible Love” zich op gang, op naar die glorieuze apotheose. Live werd dat in het decennium erna tijdens optredens wat men een Moment noemt. The National was voorgoed een Grote Groep. En ja, al die hoofdletters zijn nodig.

Hoogtepunt: 2’45”. “But I won’t follow you into the rabbit hole” – een laatste bocht wordt genomen tot die uit zijn vel barstende finale. “It takes an ocean not to break”

  1. Available

Er was een tijd dat The National een vrij onopvallende groep was zoals er dozijnen in New York rondliepen. Af en toe een flard genialiteit, maar geen eigen smoel. U kent ze wel. Dat was heel hard zo op The National (zo hard dat ze enkele van de beste minuten van die plaat recycleerden op Boxer). Sad Songs For Dirty Lovers was al een stap in de goeie richtingen, met sterke songs. “Available” bijvoorbeeld, met The National in stevige doen, de teenage angst van zich af roepend en tierend. Letterlijk, in Berningers geval. Dit zijn immers de jaren dat die zijn strot nog eens volledig opentrok. Het stevige gitaarwerk maakt van Available een van de weinige échte rocksongs van de band. Het is waarschijnlijk het beste moment van de plaat. Hier stond een groep die een middelvinger opstak naar alle sceptici en naar alle pestkoppen van vroeger. Revenge of the geeks. Maar Matt Berninger ziet toch weer vooral de klootzak in zichzelf, die veel neemt, maar weinig geeft.

Hoogtepunt: 2’20”. Berninger zet het op een schreeuwen, de groep gaat in overdrive en je kan niet anders dan rillingen voelen.

  1. I Need My Girl

Van bij de doorbraak werd The National de go-to-band voor elke wat zwartgallig ingestelde (mannelijke) veertiger die tot het inzicht was gekomen dat het nooit echt goed zou komen met het leven. Plots besefte je dat je vader het ongetwijfeld ook maar bij elkaar improviseerde, in die jaren dat jij het tienerzijn uitbundig vierde, dat het zo verhoopte inzicht of verstand zich nooit helemaal, laat staan hapklaar, zal aandienen. Op Trouble Will Find Me, met een Berninger die zijn rocksterdromen ondertussen nochtans uitbundig op het podium botvierde, was dat gevoel nog wat dikgesmeerder aanwezig. Je voelt het in de tristesse van “Slipped”, de radeloosheid van “Pink Rabbits”, maar het mooiste zit het in het weemoedige “I Need My Girl”. “I am good, I am grounded / Davy says that I look taller”, croont de zanger, en hij begrijpt er niets van. “I can’t get my head around it / I keep feeling smaller and smaller” Neen, het wordt niet beter. We worden enkel beter in het verbergen van onze onzekerheid. En als we geluk hebben, vinden we een lief dat daar dwars doorheen kijkt, maar ons net daarom zo graag ziet.

Hoogtepunt: 0’00”. Dat gitaartje van Aaron Dessner, een bedje zo zacht dat Berninger er maar in achterover te vallen heeft.    

  1. About Today

Dit is geen song, maar een microverhaal. De puurste essentie van Raymond Carver: het nakende einde van een relatie in één moment en enkele zinnen innerlijke dialoog samengevat. Je ligt in zwijgend naast elkaar in bed. Er is iets gebeurd, maar er is niet over gesproken. “How close am I to losing you?” is de vraag die spookt. “Are you awake?” is degene die gesteld wordt en stilletjes gaat er weer iets kapot. En dat alles over spaarzame drums, loepzuivere fingerpicking en wat strijkers. Live smijt de band er een steeds gesmaakte loeiende finale achter, maar we houden nog net iets meer van de ook muzikaal ingehouden spanning van de versie op de Cherry Tree EP.

Hoogtepunt: 0’45”. De strijkers zwellen aan en de hoop op een goeie afloop smelt weg.

  1. Mr. November

Ondanks de makkelijke marketing voor politieke doeleinden in de VS – de wereld zal de komende maanden gezamenlijk de adem inhouden voor Joe Bidens eigen “Mr. November”-ambities en de stem van The National zal ie wel hebben – is de song eigenlijk helemaal niet politiek. Iedereen heeft momenten in het leven waarop de vraag “Kan ik dit wel?” prangend aanwezig is – of het nu gaat over het grijpen van die kans om je passie op het leven te botvieren, het onvoorwaardelijk liefhebben met al dat vallen en opstaan, het opvoeden van een kind in deze geschifte tijden, of iets veel banaler zoals het presidentschap van de VS. Het antwoord van The National is een wervelwind die enkele keren gepast gaat liggen, maar finaal toch altijd gedecideerd richting overwinning stormt, klaar voor de roes: “I won’t fuck us over!”

Hoogtepunt: 3’32”. “I’m the new blue blood” Die laatste keer zijn de franjes er al af, het moment van de waarheid is in zicht, en dan besef je dat je het kán – je kán het gewoon.

  1. Vanderlyle Crybaby Geeks

Een extraatje – zoals op hun concerten steevast onversterkt op de rand van het podium gebracht als meezingertje. In Vlaanderen leidt dat elke keer weer tot een schutterig meeneuriën – we zouden toch niet willen dat onze buur raar kijkt, zeker meneer? – in de legendarische Olympia in Dublin maakten we het ooit mee zoals dat hoort beleefd te worden: uit volle borst meegekeeld, met passie en een volle pint in de lucht. Geloof ons: er is pas hart als er volume is.

Hoogtepunt: 1’01”. Neen, ook wij weten na al die jaren nog steeds niet waar die cryptische tekst precies over gaat, maar als we meebrullen komt dat “I’ll explain everything to the geeks” steevast van diep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =