Twintig jaar Kid A :: Een Frankenstein in de canon

Kid A was een even onverwachte wending als het moment waarop Mohammed Ali volop in de touwen ging hangen, maar Radioheads scherpe bocht naar links draaide minstens even succesvol uit. Na 20 jaar is het vierde album van Radiohead uitgegroeid tot een van de beste aller tijden.

Op 2 oktober 2000 stond de wereld even stil. Radiohead – dankzij het succes van OK Computer ‘s werelds grootste rockgroep – gooide splijtzwam Kid A de wereld in. Voorafgaand was er geen echte promotie gemaakt, er waren geen singles en video’s gelost en de wereld kreeg dit ding koudweg in de maag gesplitst. Een plaat die bij de eerste beluistering even afschrikwekkend was als het wezen van Frankenstein: het was een bevreemdende hybride collage van freejazz, kille elektronische muziek en spookachtige stemmen, overgoten met een saus van activisme en antiglobalisme. Wie reikhalzend had zitten uitkijken naar een nieuwe lading emotionele meezingers voor op rockfestivals, was er op het eerste gehoor, maar ook op het twintigste gehoor, aan voor de moeite.

Probleem was dat Thom Yorke nooit in een ‘rockgroep’ had willen zitten. Hij wilde gewoon in een groep zitten. Verwachtte iedereen gitaren, een promorondje en een grote tournee van een rockgroep? Prima. Maar dan deed Yorke niet meer mee. De slopende tour na OK Computer had hem tot op de psychologische afgrond gebracht, en dat wilde hij nooit meer. Het moest en zou nu anders zijn. En anders is wat we kregen.

How to disappear completely

Na OK Computer gaf de platenmaatschappij de heren van Radiohead carte blanche, een onbeperkt budget en dito studiotijd. Maar wat doe je in godsnaam met zoveel vrijheid wanneer je enkel weet wat je niet wil? Gitaren mochten niet meer voorop in de mix zitten. Melodie werd haast verketterd en ritme werd het nieuwe codewoord. De opnameperiode werd een slopende rit van haast achttien maanden waarin de band op het randje van splitten werd gedreven door interne ruzies. Yorke werd er haast depressief van.

Een collage van freejazz, kille elektronische muziek en spookachtige stemmen: Kid A was bevreemdend als het monster van Frankenstein

Om de geestelijke gezondheid te vrijwaren, werd de werkmethode radicaal omgegooid. De eerste opnamesessies waren analoog verlopen aan die van OK Computer, waarbij de bandleden zich afsloten van de wereld en maniakaal in zichzelf keerden. Het resultaat was dat ze volledig blokkeerden. De kentering kwam toen de groep besloot om gewoon als kantoorklerken elke dag naar de studio te komen, in te tikken en na een werkdag weer uit te tikken. Soms werd er enkel wat gepriegeld op de laptop, soms werd er effectief iets gecreëerd. Maar die regelmaat zorgde er wel voor dat dit amorfe album gaandeweg vorm kreeg.

Naast melodie en gitaar waren de teksten het volgende element dat op de schop moest. Yorke had zijn geloof in de wereld verloren. En het enige wat zin heeft in een zinloze wereld, zijn nonsensicale teksten. Naar het voorbeeld van de dadaïsten schreef Yorke teksten, stak ze in een hoed en haalde ze er willekeurig uit om ze achter elkaar te plaatsen. In het streven om toch maar niet herkenbaar te zijn, vervormde Yorke zijn stem op bijna alle nummers om te klinken als een lichaamloze spookstem, een van zijn vele vreemde fascinaties.

Yorke had zijn geloof in de wereld verloren. En het enige wat zin heeft in een zinloze wereld, zijn nonsensicale teksten

OK Computer sprak nog als buitenstaander over de vervreemding, terwijl Kid A klonk als de vervreemding zélf. Daarin kan je kennelijk ook rust vinden. Door alles los te laten en muziek op een naïeve, haast kinderlijke manier te benaderen, vielen de puzzelstukken in elkaar. Yorke kocht een piano -een instrument dat hij niet machtig was- en met zijn rudimentaire kennis van vier akkoorden schreef hij het eerste nummer: Everything in it’s right place. Dat was het beginpunt van waaruit ze verder konden werken.

Het startschot voor bedroom producing

Het verhaal achter Kid A bevat ook een pijnlijke conclusie. Dat heeft te maken met de interne verhoudingen binnen Radiohead, die twintig jaar later nog steeds ongewijzigd blijven. Zodoende is Radiohead al zeker twee derden van z’n bestaan eerst Jonny Greenwood en Thom Yorke. Respectievelijk een erkend modern (film)componist en briljant allround muzikaal talent, en één van de belangrijkste stemmen van zowat anderhalve generatie alsmede bedroom producer avant la lettre.

De drie andere bandleden hebben muzikaal gezien veel minder in de pap te brokken gehad vanaf de eeuwwisseling, wat mee kan verklaren waarom ze er zo van houden om live te spelen. En het moet gezegd: tijdens bepaalde uitvoeringen van Kid A-nummers komen Colin Greenwood (The National Anthem) of Phil Selway (Idioteque, wellicht Radioheads beste nummer tout court) bizar goed uit de verf. Maar het zijn vooral Jonny en Thom die samen die draai naar links bekokstoofden en vandaag nog steeds als artistiek directieduo fungeren.

Kid A had door dat radicaal gewijzigde maakproces ook andere implicaties dan alleen de culturele impact van de plaat toen en nu. Dat zit niet enkel in de geboorte van een nieuw genre of het ontstaan van een muzikale mijlpaal, maar óók in de productiewijze an sich. Het gebruik van ronduit rare instrumenten, die ook nog eens variëren in afkomst, tijdperk en, nou ja, toegankelijkheid.

De Korg Kaoss Pad was bepalend voor de sound van Kid A.

Ultrabelangrijk voor de totstandkoming van Kid A’s sound, is Greenwoods ontdekking van de Korg Kaoss Pad geweest, een instrument waarmee hij live tot op vandaag sporen live manipuleert en dat vooral Yorkes stem in een ander – of beter: meerdere – daglicht(en) heeft geplaatst op Kid A.

Tegelijk gebruikt Greenwood naast pakweg allerlei exotische modular synths ook een Ondes Martenot -één van de eerste elektronische instrumenten- op de hidden track in “Motion Picture Soundtrack”. Waar de Kaoss Pad een bestaand, maar complex muzikaal idee toegankelijk maakt voor de massa’s, is de Ondes Martenot een folieke van dezelfde muzikant die het zich kon permitteren om een heel blaasorkest te laten opdraven voor “The National Anthem”.

Bedroom producing? Niet helemaal dus. Maar de loops, gebruikte effecten en vooral het gebrek aan een ‘live geheel’ op Kid A inspireerden tonnen jonge producers, muzikanten en andere makers om in de daaropvolgende twee decennia gebruik te maken van nieuwe technologie en meerdere instrumenten zelf in te spelen en perfect op elkaar af te stemmen. Daarvoor hoefde je geen wunderkind als Stevie Wonder of Prince te zijn, met een hele studio ter beschikking op kosten van een dik label. Ironisch, gezien de vrijheid die Radiohead van hun eigen label kreeg.

Je hoefde geen Stevie Wonder of Prince te zijn om iets te maken als Kid A. De plaat inspireerde zo tonnen jonge producers

Kid A’s grootste impact is niets anders dan een democratisering van moderne muziek en vooral het maakproces ervan: de toegang tot de juiste tools en vooral de juiste ideeën. Dat het van de hand van een toen schijnbaar ongenaakbaar grote rockband kwam, maakt de impact natuurlijk des te groter, iets wat met de jaren alleen maar wordt versterkt. Kid A staat zelfbewust naast maar liefst acht andere Radiohead-platen en was oorspronkelijk een breuk met de jaren ‘90-glorie en commercieel succes met de verkoop van albums (!).

De aardverschuiving waarmee Radiohead de nieuwe eeuw inging, blijft dus resoneren. Kid A was geen fluke, geen one-off. Het was een bewuste keuze van een toen al grootse band. Een keuze die later nog eens bevestigd zou worden met Amnesiac en de andere nieuwe bochten die het vijftal uit Oxfordshire – wars van compromissen – zou nemen.

Kid Anti

Het was Radiohead gelukt om zich muzikaal helemaal opnieuw uit te vinden. Maar dat ging de groep nog niet ver genoeg: alles rond het album moest ook anders. Het was gedaan met uitverkoop te doen als artiest. In 1999 verscheen Naomi Klein’s boek No Logo en de invloed van dit werk op de groep kan haast niet overschat worden. Thom Yorke en de anderen dweepten met de theorie dat de grote industrieën ons leven overnemen. Om dit doel te bereiken rammen ze ons reclame en een lifestyle door de strot. Nike verkoopt al lang geen sportschoenen meer, het verkoopt zijn logo en een sportieve levensstijl. Om winst te maximaliseren concurreren ze lokale handelaars kapot en buiten ze werkgevers uit. Yorke las in het boek de verwoording en de verklaring voor de afkeer die hij voelde voor de kicking squealing Gucci little piggies en zag het licht. De muziekindustrie kende gelijkaardige mechanismen en Radiohead zou vanaf dan zich zo vrij als mogelijk maken van die industrie en de luisteraar niets meer opdringen, enkel aanreiken.

No Logo is zelfs lange tijd de werktitel geweest van het album, maar uiteindelijk kozen ze voor een antititel: Kid A, genoemd naar een nietszeggend stuk studioapparatuur. Het is een haast anonieme titel waarvan iedereen zelf kan kiezen wat hij/zij er in leest.

Criticasters verweten Radiohead (terecht) hypocrisie. Uiteindelijk draaiden ook zij mee in een grote industrie. Ze waren zich hiervan bewust en probeerden tenminste dat bewustzijn aan de luisteraar over te dragen. Hun eigen merchandising werd W.A.S.T.E. gedoopt, en dat is niet alleen een oproep om te bezinnen alvorens hersenloos al je geld stuk te slaan op je favoriete groep. Het is ook een verwijzing naar een samenzweringstheorie (“We Await Silent Tristero’s Empire”) uit een roman van Thomas Pynchon, waarin een groot bedrijf de rest kapot concurreert. Wie merchandise van W.A.S.T.E. koopt, identificeert zich met de andere ingewijden van de samenzwering. Het logo van Radioheads merchandise is tegelijk een antilogo: een genetisch gemanipuleerde knuffelbeer met vlijmscherpe tanden. Radiohead probéérde op zijn minst om ons een spiegel voor te houden.

Uiteindelijk ging de band zich steeds meer losscheuren van de muziekindustrie. Radiohead trok voor Kid A nog wel op tour, maar wilde niet meer spelen in grote arena’s die volhingen met de billboards van de sponsors. De bandleden lieten een gigantische tent maken, volledig vrij van sponsorlogo’s en gingen daarmee de hort op doorheen Europa.

Viraal

Waar er voor OK Computer nog volop werd ingezet op traditionele marketing werd er nu -geheel in lijn met de filosofie van het album- géén promotie gemaakt: er kwamen geen interviews, geen promotiefoto’s (of toch geen foto’s waarop ze herkenbaar waren) en geen singles met videoclips.

Of althans, het léék of er geen marketing werd gevoerd. Wat Radiohead sneller dan anderen begrepen had, was de kracht van het internet en de snelheid van mond-aan-mondreclame. Op hun website hielden leden van de groep een digitaal dagboek bij waarin de fans de vorderingen van de opnames konden volgen en onderling bespreken. Op MTV en op het internet werden zogeheten blips losgelaten: korte animaties in de lijn met het vervreemdende artwork met muziek van het album. De groep zag hun relatie met de fans bovendien nog breder dan enkel muzikaal en ze gebruikten hun website voor méér dan enkel als promotool voor zichzelf. Zo waren er links te vinden naar websites over onderwerpen die hen na aan het hart lagen: antiglobaliseringsverenigingen, klimaatactivisme en genetisch gemanipuleerd voedsel. Ze respecteerden hun fans en zagen zichzelf en hun muziek als doorgeefluik.

Dat doorgeefluik speelde ook in de muziek. Een veelgehoorde kritiek was dat Radiohead op Kid A klonk als een belegen kopie van Aphex Twin en Autechre. Anderzijds zullen deze pioniers dankzij Radiohead een grotere weerklank en nieuwe fans gevonden hebben. In het Kid A-nummer uit de reeks 33 ⅓ vertelt Marvin Lin hoe moeilijke muziek onze hersenen aanpast en beïnvloedt. Muziek die we eerst niet begrijpen ervaren we als onaangenaam omdat het niet strookt met ons verwachtingspatroon. Door te investeren in zo’n album en het steeds opnieuw te beluisteren, zullen je hersenen nieuwe verbanden beginnen leggen en patronen herkennen. En hersenen houden van herkenbare patronen. Je brein wordt neurologisch geherprogrammeerd en je smaak verandert en verbreedt. Eenmaal je brein aangepast is aan de elektronische ritmes, is het klaar om weer dieper te graven en kom je vanzelf terecht bij de grondleggers.

Atoms For Peace
Thom Yorke, 2013. (Foto: Robin Dua)

Combineer ‘doorgeefluik voor muziek’ en ‘online community’ en je komt anno 2000 terecht bij Napster. Anders dan andere grote sterren verzette Radiohead zich niet tegen het platform waarop muziek vrijelijk werd gedeeld; ze omarmden het zelfs. Ze roemden de kracht om gelijkgezinden te enthousiasmeren voor muziek op een manier die de industrie al lang vergeten was. Fans zongen tijdens optredens teksten mee van nummers die nog niet uitgebracht waren, omdat bootlegs van vorige optredens razendsnel verspreid werden. Napster betekende niet de doodsteek voor de verkoopcijfers, maar creëerde net een buzz. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen lekte Kid A toch een maand voor de releasedatum op het net, maar desondanks ging het album meteen naar nummer 1 in de USA, Frankrijk, en de UK. Ook in andere landen scheerde het maar net langs de toppen van de hitparades.

Door minimale en mysterieuze boodschappen de wereld in te sturen ontplooide Radiohead de kracht van schaarste: always leave them wanting more. Geen reclame is de beste reclame.

In Limbo

Verwarring speelde zich niet alleen af in Yorkes hoofd. Ook de critici wisten niet meteen wat ze van Kid A moesten denken. De traditionele rockmagazines hielden zich ofwel op de vlakte of groeven zich in door te zeggen dat het verwarrend was en de tijd erover zou oordelen. Anderen waren ronduit negatief. Zo sabelde het tijdschrift Melody Maker het album neer door te stellen dat Yorke nu echt met zijn hoofd zo diep in zijn eigen reet was gekropen en verliefd was geworden op het geluid van zijn eigen scheten. Mojo vond het een vernieuwing die enkele jaren te laat kwam.

Kid A is pijlsnel tot de canon van de Grote Albums gaan horen

Wie wel meteen mee was, was het op dat moment nog jeugdige Pitchfork, niet toevallig een online muziekblog die eveneens teerde op het virtuele gemeenschapsgevoel van wij-tegen-de-commerciële-wereld. Het was de Tristero die de ondergrondse gemeenschap begeesterde. De review kon meteen opgepikt en bediscussieerd worden op online fora waar de fans van Radiohead alles deelden, iets waar Pitchfork ook alleen maar beter van werd.

Ondertussen heeft quasi iedereen zijn kar gekeerd. Kid A is pijlsnel tot de canon van de Grote Albums gaan horen. In 2000 stond het in bijna alle eindejaarslijstjes bovenaan, in 2010 werd het als een van dé albums van de noughties genoemd en ondertussen blijft het klimmen in de Rolling Stone top 500 albums aller tijden, waarin het in de recent geüpdate versie op de twintigste plaats is terechtgekomen.

Van breekijzer tot National Anthem

Was OK Computer de laatste plaat van de klassieke muziekindustrie op het eind van de vorige eeuw, dan kan Kid A de eerste plaat van een vernieuwd businessmodel in het nieuwe millennium genoemd worden. Het is haast de ultieme break-upplaat. Ze rekent af met melodie, gitaren en traditionele mechanismen van de commerciële muziekindustrie. Maar tegelijk was het album ook de start van de muziekbusiness én van muziek maken in de 21ste eeuw.

Kid A was veel. De plaat was zowel tégen dingen als vooruitziend; ze was haar tijd vooruit, en ze was een konijnenhol langswaar we het Wonderland kunnen betreden. Politiek, muziek, kunst, filosofie: alles komt samen, Everything in its right place. Onder het grimmige uiterlijk van Frankensteins monster klopte wel degelijk een groot hart.

En zo werd het anti-album een alomvattend geheel dat de visie van Radiohead op de wereld én hun eigen esthetica glashelder kristalliseerde. Radiohead hoefde niet per se rock te zijn; gewoon zichzelf zijn was goed genoeg: the best you can is good enough.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =