Wyatt E. :: Exile To Beyn Neharot

Woestijnzand waait op. Een loden hitte doet je hersenen sudderen in een delirium. Een gezoem zwelt langzaam aan, je ontwaart iets in de verte. Echt of ingebeeld? Een hels gekrijs beantwoordt vervolgens die vraag.

Bezwerend, dat is wel het minste wat je van de nieuwe plaat van Wyatt E. kan zeggen. Dat er een lid van The K. (Sébastien von Landau) hier de snaren bedient, valt nauwelijks te merken. Twee jaar geleden debuteerde deze Luikse band met het logge Mount Sinai/Aswan. Leunend op dreunend repetitieve geluidsmuren sloeg de band je daarop murw tot je oren bloedden. Die minimaal verschuivende mokerslagen hebben op Exile To Beyn Neharot plaatsgemaakt voor iets meer lucht tussen de noten. Lucht die wordt opgevuld door dreigende oosterse klanken die de grenzen tussen waanzin en rede, fata morgana en realiteit opheffen. Lucht die ook meer variatie en diepgang geeft aan de muziek van Wyatt E., en de band een geluid oplevert dat veel unieker en intrigerender is dan dat van haar debuut.

“Nebuchadnezzar II” trekt traag op gang, als een zandstorm waar niets tegen opgewassen is. Sloom herhalende riffs zijn nog steeds de essentie van de muziek van Wyatt E., maar alle kaarten worden niet meteen op tafel gegooid. Langzaam wordt je hoofd licht door de oosterse partijen met een zinderende percussie die als laatste strohalm fungeert. Een gitaar komt stoorzender spelen en is voorbode van de lawine die na vijf minuten over je heen wordt gestort. De muziek gaat over in een maalstroom die je meetrekt terwijl golven van dreunende ritmes en gierende feedback je omringen. De band legt bedrieglijk alles even neer, om vervolgens nog harder uit te halen. Het is in deze uithalen dat echo’s van de Godspeed You! Black Emperor van “Mladic” en Asunder, Sweet And Other Distress weerklinken. Een snijdende gitaarlijn doorklieft de geluidsmuur en zorgt voor het meest postrockmoment van de plaat. Deze leidt de desolatie van de tweede helft van het nummer in. Eenzaam zwerven zonder houvast is hier de enige uitweg. En opnieuw is het een traag schurende gitaar die enige betekenis probeert te geven aan de waanzin. Een waanzin die uiteindelijk overwint in een zinderend en overweldigend slot.

De band neemt je op de B-kant verder op sleeptouw door een mythisch tweestromenland. Het oriëntaalse aspect van de band komt hier waarschijnlijk het best tot uiting. Langzaam boksen een heftige ritmesectie en een traag openbloeiende gitaar- en synthpartij die richting Om afdrijft, tegen elkaar op. Uiteraard verliest deze laatste haar greep en worden we weer tegen een berg van geluid gegooid. Het nummer golft heen en weer, de bas en drum almaar jachtiger hun prooi opjagend. De muziek schuift op richting sludgeterreinen en het barre land waar de late Swans zijn territorium afgebakend heeft. En dan, na een laatste uithaal, zit de queeste erop. Het ijlen neemt af, de band leidt ons richting veiliger oorden. Blind stamelend volgen we. Om vervolgens door middel van de repeat-knop een nieuwe reis aan te vangen. Exile To Beyn Neharot is een meesterlijke trip om uren in verloren te lopen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − acht =