Sleater-Kinney :: Live In Paris

Eddie Vedder vergelijkt Corin Tucker en Carrie Brownstein van Sleater-Kinney al eens met John Lennon en Paul McCartney, maar in Europa geniet de band uit Washington een pak minder aanzien. Deze eerste liveplaat bewijst nog maar eens wat voor een aanfluiting dat is. Op Live In Paris spuwt Sleater-Kinney een klein uur lang vonken en vuur, maar dan zonder de Clouseau-schmalz en mét een emotionele urgentie die je ongenadig bij het nekvel grijpt.

Verrassend dat Sleater-Kinney pas na dik 20 jaar met een liveplaat op de proppen komt. Het podium is de natuurlijke habitat van dit trio en na elk album toerden ze tot ze er letterlijk en figuurlijk bij neervielen. Dat was al zo na hun doorbraak in de VS met Call The Doctor in 1996 en het is niet anders na hun comebackplaat No Cities To Love uit 2015. Alleen doet de band dat nu niet meer met z’n drietjes in een gammele camionette, maar met een tourmanager en een blinkende tourbus. De DIY-ethos van de punkscène en de riot girl-beweging in Olympia (Washington) hebben ze dus deels laten varen, maar de tonnen energie, verschroeiende intensiteit en passionele overgave zijn gelukkig wel helemaal intact gebleven.

Dat hoor je al onmiddellijk in “Price Tag”, de setopener en ook de eerste song van No Cities To Love. De gitaren van Brownstein en Tucker vechten als vanouds een stevig robbertje uit en de woeste alarmstem van die laatste zet de zaal meteen in lichterlaaie. Tijdens de rest van de set graait Sleater-Kinney ook gretig uit dat laatste album. “A New Wave”, “Surface Envy” en het titelnummer: de band jaagt die songs er met een rotvaart door tijdens het eerste deel van het concert. Logisch, want No Cities To Love verscheen pas 10 jaar na The Woods en moest bewijzen dat de band nog niet klaar is om ten grave gedragen te worden.

Toch zijn het vooral de songs uit die voorlaatste plaat die de vlam helemaal in de pan doen slaan. Op The Woods week de band, onder impuls van producer Dave Fridmann, voor het eerst af van z’n directe, rechttoe rechtaan rock om meer te experimenteren met improvisatie en noise. Dat levert vooral in “What’s Mine Is Yours” memorabele momenten op. Drumster Janet Weiss laat de Keith Moon in zich los, gitaren mogen feedbacken op z’n Sonic Youths en uiteindelijk komt de song weer mooi op zijn pootjes terecht. “Entertain” is nog zo’n hoogtepunt, al krijgt het nummer niet de uitgebreide jamsessie op het eind die het verdient.

Daarvoor graaft de band nog even in het verleden met het stokoude “I Wanna Be Your Joey Ramone” en een paar songs uit de klassieker Dig Me Out. Ja, we zouden nog kunnen zagen over het feit dat “One More Hour” uit die plaat ontbreekt. Of dat de band niks speelt uit The Hot Rock. En waar zijn die songs uit All Hands On The Bad One? Maar door te kiezen voor recenter werk toont Sleater-Kinney vooral aan dat het geen act is die teert op nostalgie, maar een band die ook nu nog staat als een huis.

Liveplaten zijn meestal eerder een zoethoudertje voor de fans dan een essentieel onderdeel van een discografie. Live In Paris is daar geen uitzondering op, maar het album vat wel fraai de essentie van een Sleater-Kinney-concert: pure kracht, onversneden, rauwe emotie en dito rock-’n-roll. Bovendien is het niet duidelijk of er nog snel een nieuwe studioplaat met bijhorende tournee volgt. In de tussentijd is het heerlijk de nekwervels losgooien met deze liveplaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − een =