Nicolas Kummert :: La Diversité

Hoewel tenorsaxofonist Nicolas Kummert al bijdroeg aan meer dan dertig albums, is zijn discografie als leider voorlopig nog beperkt. Dat hij aan boord gehaald werd door Edition Records, een goed draaiend Brits label dat al een paar keer kon uitpakken met artiesten die zich stilaan naar de topliga van de Europese jazz worstelen, is misschien een teken dat er meer staat aan te komen. Het valt te hopen, want La Diversité is Kummerts sterkste statement tot nu.

Een zestal jaar geleden zagen we de man behoorlijk wat indruk maken met zijn ‘Voices’-project tijdens het intussen ter ziele gegane C-Mine Jazz. Het was een ensemble dat jazz en zijn geliefde Afrikaanse muziek naadloos aan elkaar koppelde met een aardse groove en aanstekelijke dansbaarheid. Beetje jammer dan, dat albums One (2010) en Liberté (2014) net die aardse lijfelijkheid inruilden voor een iets te brave en gladde studiosound. Daarnaast ontpopte Kummert zich de voorbije jaren tot een actieve muzikant aan de zijde van anderen. Hij gaat recent vaak de hort op met een herenigd Drifter, speelde mee op Fabrizio Graceffa’s mooie, filmische plaat U-Turn en zorgt voor extra kleur in de feestelijke gumbo-schotel van Yves Peeters.

Nu is er La Diversité, waarvoor de saxofonist gezelschap krijgt van bassist/oude bekende Nicolas Thys (hij was erbij met ‘Voices’, speelde met Kummert nog in Groove THing en vele andere projecten), de wat minder bekende drummer Karl Jannuska (een in Parijs gebaseerde Canadees) en Beninse gitarist Lionel Loueke, die een handelsmerk gemaakt heeft van zijn heel eigen fusie van jazz en de Afrikaanse traditie, met onverwachte harmonieën, eigenzinnige melodieën en soms complexe ritmische patronen. Omdat de ritmesectie op La Diversité eigenlijk vrij sober speelt, krijgt zijn bijdrage, en de muziek als geheel, gelukkig veel ademruimte.

Opener “Rainbow People” is meteen een indicatie. Het is ook een zoveelste bewijs dat de Brusselse Sunny Side-studio bijzonder geschikt is voor deze muziek, want de muziek klinkt organisch, met een vol vibrerende bas en een roomy sound die ook het drumspel ten goede komt. Kummert en Loueke leggen samen een paar hechte spurtjes af, maar de gitarist tekent meteen ook voor een van zijn eerste opvallende, wendbare solo’s. Goed de helft van het album wordt als kwartetparcours afgelegd, waarbij afgewisseld wordt tussen zwoele dromerijen met opvallende effecten (“Harmattan”), impressionistisch getint materiaal (“Ligthouse”), lome groove (“Diversity Over Purity”) en een kort moment om de spierballen wat te laten rollen (“We’ll Be Alright”).

Twee stukken komen zowel in kwartet- als duogedaante aan bod. Op Liberté toonde Kummert al dat hij er niet voor terugschrikt om historisch beladen materiaal als ”Strange Fruit” onder handen te nemen. Hier doet hij iets vergelijkbaars met Leonard Cohens “Hallelujah” en werk van Satie. Is de kwartetversie van “Hallelujah” een combinatie van speelsheid en melancholie, waarin het thema mooi wordt binnengeleid door Thys, dan heeft de duoversie meer iets van een gebed, en is die trouwer aan het origineel. Bij “Gnossienne” en “Gnossiene à Deux” wordt het een beetje omgedraaid: daar is het de duoversie die zich meer vrijheid permitteert, door expressiever en kronkeliger te bewegen.

Doorheen het album duiken er nog vier duostukken op voor sax en gitaar (met hier en daar wat percussie), doorgaans kort en even divers als de kwartetstukken. In “Le Vent Se Lève” klinkt Loueke’s gitaar even als een duimpiano en laat Kummert de sax ochtendlijk fladderen. “Le Peuple de l’Arc-en-Ciel” is meer filmisch en melancholisch, terwijl “La Terre Ne Ment Pas” een weidse, Afrikaanse landelijkheid uitstraalt, aangedikt door Loueke’s vocale inflecties. Het klinkt allemaal vanzelfsprekend geïntegreerd. “Diversity is reality, it is the only path we can follow,” luidt het in het cd-boekje. Ooit een bedenking die afgedaan zou worden als politiek correct gezwets van naïeve wereldverbeteraars, maar in deze voortdurend veranderende wereld een feit waar je maar beter op voorbereid bent.

Artiesten met uiteenlopende achtergronden (Amir ElSaffar, Rabih Abou-Khalil, Anouar Brahem,…) hebben de gedachte al omarmd en verwerkt in hun muziek. Dat geldt ook voor Kummert, die het niet zozeer moet hebben van bruuske stijlbreuken, maar van een steeds geslaagder evenwicht waarin zijn visie tot wasdom komt met de bekende combinatie van zachtaardigheid en warmbloedigheid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 3 =