Sleater-Kinney :: 27 mei 2006, Botanique

Sleater-Kinney staat geprogrammeerd op het prestigieuze All Tommorow Parties-festival en gooit er maar opeens een Europese tour bij, zelfs al dateert hun laatste worp The Woods al van juni 2005.

Maar vóór Sleater-Kinney aantreden mag, is het de beurt aan het Franstalige Airport City Experience. Hun gitaarrock is diepgeworteld in de hoogdagen van de postgrunge. Er weerklinken flarden Weezer, af en toe een beetje Pixies maar vooral beleefde gitaarrock die nu en dan wat swingen mag. Het publiek lijkt er zich niet aan te storen en de zanger is in een joviale bui, wat kan een mens nog meer verlangen? Bijblijven zal Airport City Experience echter niet en zware potten breken evenmin.

Sleater-Kinney laat wel lang op zich wachten. Na een klein half uurtje duiken de dames dan toch op voor een makke start. Hoewel het bijna tien jaar geleden is (in 1998) dat Sleater-Kinney nog in België gespeeld hebben, en in tussentijd maar liefst vier albums uitgebracht hebben (The Hot Rock , All Hands On The Bad One, One Beat en The Woods), wordt er op een enkel semi-oudje na (onder andere "All Hands On the Bad One" en "One Beat") alleen maar geput uit het laatste album.

De dames zelf zien The Woods immers als een nieuw begin waarin ze andere muzikale horizonten verkennen, wat mee de keuze verklaart voor de setlist. "Jumpers" is dan ook een eerste en vroeg hoogtepunt binnen een set die de sterkte van die laatste plaat nog eens extra in de verf zet. Corin Tuckers haast hysterische uithalen klinken live nog venijniger en steekt prachtig af met de meer ingetogen zang van Carrie Brownstein. Iets wat vooral opvalt in het voornoemde "Jumpers", dat bij de rustigere partijen aan Brownstein het woord geeft.

Het nummer contrasteert wondermooi met zacht gespeelde "Modern Girl", dat eveneens gedragen wordt door Brownstein. In "The Fox" is het echter Tucker die de show opnieuw mag stelen met haar vocale acrobatieën. Drummer Janet Weise valt vooral op door doeltreffend alle gaten dicht te meppen. Wie durft beweren dat vrouwen niet kunnen drummen, heeft Weise duidelijk nog niet aan het werk gezien, laat staan gehoord. Maar toch is het Brownstein die show steelt. Waar Tucker vooral als zangeres naar voren treedt en Weise zich richt op haar drumpartijen, leeft Brownstein duidelijk voor de gitaar: als een volleerd showbeest snokt en trekt ze aan de gitaren terwijl ze over het podium struint of wild soleert in het elf minuten durende "Let’s Call It Love".

Sleater-Kinney is — in tegenstelling tot het vroegere Babes In Toyland en vooral L7 — geen vrouwengroep en trekt dan ook niet meer vrouwen aan dan andere rockgroepen. Met duidelijke wortels in de "jaren negentig rock" is dit in de eerste plaats muziek die de liefhebbers van het betere gitaargeweld aanspreekt. De dames staan dan ook meer dan hun mannetje en bewijzen eens te meer dat geslacht an sich geen rol speelt wanneer het op goede songs en goede muziek aankomt.

Natuurlijk is het jammer dat in de kleine tachtig minuten die de set duurt zo weinig oudere nummers aan bod komen, vooral omdat de groep zelf toegeeft de laatste jaren niet in België gespeeld te hebben, hoe indrukwekkend de set ook is. Maar nu de groep de overstap naar Domino gemaakt heeft, is het twijfelachtig dat het Belgische publiek opnieuw acht jaar zal moeten wachten op een optreden van Sleater-Kinney, en misschien zal er dan ook meer ruimte zijn voor oudere nummers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − acht =