Carl Broemel :: 4th of July

Niet dat zijn band de afgelopen jaren veel heeft stilgezeten, maar toch vond My Morning Jacket-gitarist Carl Broemel, tussen de opnames en tournees door, tijd om een soloplaat bij elkaar te pennen. Op eigen houtje neemt Broemel flink wat gas terug. Dat levert een vermakelijk, maar al bij al risicoloos, folkalbum op.

Nieuw is zijn status als soloartiest niet: net voor hij in 2004 bij My Morning Jacket de opgestapte gitarist Johnny Quaid kwam vervangen, had Broemel met Lose What’s Left al een eerste album uit. Enkele jaren later kwam daar met All Birds Say een tweede bij. Het contrast tussen “Broemel de gitarist” en “Broemel de singer-songwriter” was op allebei behoorlijk duidelijk. De epische gitaren waar de countryrock van My Morning Jacket grotendeels aan ophangt, waren immers nauwelijks te bespeuren. Broemel hulde zich als frontman liever in intimiteit en nostalgie.

Op 4th Of July wijkt Broemel weinig van die lijn af. De beheersing regeert en ruimte voor de imposante gitaarpartijen waar hij tijdens zijn hoofdberoep zo graag mee uithaalt, gunt Broemel zichzelf nu nauwelijks. Enkel tijdens het titelnummer durft Broemel zijn rol van gitaarheld helemaal op te nemen. Aanvankelijk kabbelt het nummer kalm voorbij, maar halfweg barst een solo open waarin Broemel al zijn kunnen laat horen. Het is veruit het stevigste en, met een dikke tien minuten, ook het langste nummer van het album. Dat maakt het contrast met de overige zeven behoorlijk ongemakkelijk. Het is dan wel het beste nummer van de plaat, in de rest van het album staat het als een olifant in een porseleinkast.

Dat is meteen de grootste handicap van 4th Of July, er had gerust wat meer van dit soort krachtpatserij op mogen staan. Hoewel het vakmanschap van Broemel als songwriter staat als een huis, voelen zijn laid-back songs toch net iets te comfortabel en gemoedelijk aan. “Sleepy Lagoon” is precies wat de titel zegt, dromerige tulsa die vrij onopvallend voorbij kabbelt. Ook de lullaby “Rockingchair Dancer” blijft helemaal binnen de verwachtingen van de songtitel, ’t is een walsje op het ritme van een schommelstoel.

Carl Broemel doet op 4th Of July simpelweg wat hij graag doet. Dat heeft veel weg van een muzikaal escapisme, een manier om ver weg van zijn band tot rust te komen. Als soloartiest het grote succes van My Morning Jacket evenaren, is gewoonweg zijn ambitie en zijn goesting niet. Dit is een plaat die hij in de eerste plaats voor zichzelf heeft gemaakt. Zonder meningen om rekening mee te houden, duikt Broemel de akoestische americana en bluesgetinte folk in. Namen als die van M. Ward duiken op en ook de alt-country van Lambchop is nooit ver weg — bij het instrumentale “Crawlspace” zit je haast te wachten op de stem van Kurt Wagner die invalt.

Een opmerkelijk soloproject is 4th Of July niet, daarvoor blijft het veel te voorzichtig. Met slechts acht nummers krijgt de plaat bovendien weinig kans om zichzelf echt een smoel te geven. Een redelijk flauw tussendoortje dus, al zal Broemel zelf daar weinig slaap om laten. Hij doet er toch goed aan om zijn day job niet meteen op te geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 1 =