Junior Boys :: Big Black Coat

Toen Junior Boys zo’n vijftien jaar geleden de kop opstak, klonk hun verleidelijke combinatie van zachte zang en broze beats nog origineel en fris. Vandaag zit de popscène echter vergeven van artiesten die hun croonerige R&B-zang verenigen met futuristische ritmes.

Heeft Junior Boys door de jaren heen te weinig waardering gekregen voor hun pionierswerk? Dat kan je wel stellen. De tandem Jeremy Greenspan/Matt Didemus liet zich de voorbije jaren de kaas van het brood eten door onder meer Sohn, Chet Faker, How To Dress Well en net nog door BBC Sound of 2016-winnaar Jack Garratt. Zij scoorden massaal met hun indie-electro, door zich te baseren op het recept van Junior Boys: het koppelen van het intieme aan het dansbare. Dichter bij huis is ook een groep als Oscar And The Wolf schatplichtig aan het geluid van Junior Boys. Maar terwijl Max Colombie en de zijnen tegenwoordig in Sportpaleizen aantreden en eind augustus Pukkelpop zullen afsluiten, kregen Junior Boys enkele weken terug de kleine Rotonde van de Botanique nog niet gevuld. Of hun nieuwe plaat Big Black Coat daar verandering zal in brengen, blijft nog maar de vraag.

De zwarte jas uit de titel refereert aan die van de new waveliefhebbers uit de jaren ‘80. Dit vijfde album is dan ook het kilste en het minst persoonlijke van het Canadese duo, en vindt aansluiting bij het koude synth(pop)geluid uit die periode. Wat Greenspan en Didemus wel vergeten zijn, is het precieze en het dwingende dat die muziek zo kenmerkte. Zo grijpen te weinig nummers van Big Black Coat je bij je nekvel. Het slot van “C’Mon Baby” doet dat wel, wanneer het lijkt of een gitaar uiteenspringt, maar het eigenlijk synthklanken zijn die volledig vervormd werden met veel galm. Imposant. Dit hadden Junior Boys wellicht voor ogen, maar het komt er veel te weinig uit.

Jeremy Greenspan stak de afgelopen jaren twee albums vol exquise, verfijnde discopop ineen voor zijn stadsgenote Jessy Lanza. Dat geluid keert hier terug op onder meer “Baby Give Up On It”, “Over It” en “What You Won’t Do For Love”, een cover van de Amerikaan Bobby Caldwell. Al zijn deze nummers niet zo sterk als degene die hij voor Lanza schreef, en is het jammer dat de zangeres hier niet even haar opwachting maakt. Haar creativiteit, speelsheid en inventiviteit zouden Big Black Coat deugd gedaan hebben.

Didemus legde zich na het vorige album van Junior Boys uit 2011 op zijn beurt toe op pure techno, onder zijn alias DIVA. Ook daarvan zijn sporen terug te vinden op Big Black Coat. Zo is de Detroit-touch zeker aanwezig op de meer rechttoe rechtane nummers als “Love Is A Fire”, “And It’s Forever” en “M&P”. Maar ook deze tracks evenaren het niveau van zijn solowerk niet.

Zo ziet het ernaar uit dat Junior Boys het slachtoffer van hun eigen succes geworden is. Doordat hun kenmerkende sound zodanig ingeburgerd raakte, zochten de heren nieuwe invalshoeken, wat hen siert. Helaas verloren ze daarbij de songs uit het oog. Want hoe je het ook draait of keert, zelfs een danceplaat moet het van de goede songs hebben, en die zijn hier simpelweg niet goed genoeg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =