Magrudergrind :: II

We dachten eerlijk gezegd dat Magrudergrind er intussen al het bijltje bij neergegooid had, omdat er sinds cultklassieker Magrudergrind (2009) niks te horen viel vanuit het Magrudergrindkamp. In de wereld van de grindcore, waar een rustig weekend een aanleiding kan zijn om nog raprap een split-7” of drie op te nemen met een paar verwante bands, is een stilte van zes jaar een eeuwigheid. De band is nu dus terug, met licht gewijzigde koers.

Je moet vermoedelijk wel al iets met het genre hebben om dat allemaal te kunnen horen, omdat de basisregels van de grindcore doorgaans wel gerespecteerd worden, waardoor het voor minder overtuigde liefhebbers vermoedelijk allemaal even snel, chaotisch en van de pot gerukt klinkt. Grindcore is vermoedelijk het koppigste aller genres in de zone tussen punk en metal en een subcultuur waarbinnen dat rigide vasthouden aan principes wordt beschouwd als het hoogste goed. Wat niet betekent dat bands geen bijdrage kunnen leveren, zoals dit trio zonder bassist een paar jaar geleden dus deed met zijn tweede langspeler.

Maar II klinkt dus wat anders. Weg zijn de vele filmsamples in de overgangen tussen songs. Maar ook de sound is gevoelig veranderd. Ook al zat Kurt Ballou opnieuw achter de knoppen, toch klinkt deze nieuwe plaat een stuk donkerder, massiever, maar ook gepolijster. De band is, met andere woorden, veel meer de huisstijl gaan aannemen van zijn nieuwe label, Relapse Records. Het klinkt een stuk heavier, waarbij de kervende en gruizige gitaarpartijen nu een pak gespierder, maar ook lomper zijn. Meer Converge, of misschien zelfs lonkend naar die loeiende klank van Rotten Sound of Pig Destroyer, dan de morsige, haast chaotische aanpak van vroeger.

Maar ook de titels hadden al een indicatie kunnen zijn. “The Price Of Living By Delinquent Ideals”, “Abuse Of Philanthropic Self Gain” en “Pulverizing Hate Mongers”, die perfect passen in de ‘er-kan-altijd-nog-wel-een-overbodig-woord-bij’-gedachte van de grindcore, zijn nu vervangen door “Stale Affairs”, “Regressive Agenda” en “Relentless Hatred”. Magrudergrind neigt dus minder naar een over-the-top gekte. Klinkt minder karikaturaal, maar is ook een stuk minder fun. En dat is jammer. Nu zijn het vooral furie en kwaadheid die de klok slaan en uitgevoerd worden met bittere, haatdragende ernst. De enige lach die er nu nog vanaf kan is de Glasgow smile.

Niet dat die nieuwe koers daarom z’n impact mist. Integendeel. Vanaf “Imperium In Imperio” is het een briesend hakfestijn, waarin de korstige riffs van weleer vervangen zijn door een meer groovende aanpak, waarin midtempo partijen netjes afgewisseld worden met hectische furie vol hysterisch gekeel, blast beats en dreigende implosie. Stukken als “Relentless Hatred”, “Black Banner” en “Husayni/Handschar” lonken nu regelmatig naar de moderne hardcore, ook al komen ze op hun parcours doorgaans een waanzinnige turboversnelling tegen. In “Stale Affairs” duikt er een zelfs een klassiek thrash-moment op. Gelukkig valt er af en toe nog eentje te rapen zoals “The Opportunist”, zodat de puristen ook tevreden gesteld worden.

Kortom: Magrudergrind heeft voor een grindcoreband best wel wat variatie in de aanbieding, al zorgen de eenvormige totaalsound en het weinig genuanceerde gitaargeluid in het bijzonder ervoor dat de plaat eerder een massief blok van geluid is dan een verzameling songs waarvan er enkele net dat ietsje extra hebben. Dus ja: de band is er misschien strakker en volwassener op geworden, maar heeft wel een beetje ingeboet van z’n unieke charme. Al geldt natuurlijk ook hier dat je de vooral de live afranseling eens moet meepikken.

Op 27 maart speel Magrudergrind in Het Bos, met Primitive Man nog een handvol bands.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 17 =