Omdat de Biënnale van Venetië een gigantisch evenement is dat een enorm aantal werken omvat en dus de nodige bespiegelingen, publiceren we dit stuk in twee delen (het eerste luik publiceerden we op zaterdag 12 september)
De belangrijke Kunstbiënnale van Venetië – de tweejaarlijkse hoogmis voor estheten – speelt zich voor een belangrijk deel af in de Giardini en het Arsenale, de twee grote officiële tentoonstellingslocaties waar de nationale paviljoenen en de centrale tentoonstelling het gezicht van de Biënnale bepalen. Maar wie zich daartoe beperkt, mist een belangrijk deel van wat de Biënnale vandaag zo bijzonder maakt want er zijn ook nog de zogenaamde Collateral Events. Een resem tentoonstellingen en kunstprojecten die officieel door La Biennale di Venezia zijn erkend, maar die zich buiten de klassieke Biënnale-architectuur afspelen. Ze zijn verspreid over de hele stad: in historische palazzi, kerken, kloosters, musea, scholen, voormalige industriële gebouwen en andere vaak verrassende locaties die doorgaans niet voor het publiek toegankelijk zijn.
Lorna Simpson – Third Person
Third Person van Lorna Simpson in de Punta della Dogana is een van de sterkere tentoonstellingen van de Biënnale-Collateral Events. Simpson, geboren in 1960 in New York, werd vanaf de jaren 1980 bekend met conceptuele fotografie waarin ze onderzocht hoe ras en gender bepalen hoe iemand wordt afgebeeld én hoe iemand door anderen wordt bekeken. De laatste tien jaar heeft ze die vragen steeds meer naar de schilderkunst verplaatst. In Venetië worden ongeveer vijftig werken samengebracht: schilderijen, collages, sculpturen, film en installaties, waaronder nieuwe werken die speciaal voor Punta della Dogana (Pinault Collection) zijn gemaakt.
Simpsons schilderijen lijken op het eerste gezicht vaak aantrekkelijk en bijna filmisch. Maar de beelden zijn bewust onbetrouwbaar. Ze combineert gevonden historische foto’s, archiefbeelden en digitale beelden met geschilderde figuren en landschappen. Daardoor weet je nooit precies wat je ziet en hoe de verschillende beelden met elkaar verbonden zijn.
Een belangrijk voorbeeld is Three Figures (2014). Drie monumentale vrouwelijke figuren verschijnen binnen een gelaagde, bijna fotografische compositie. Ze lijken tegelijk aanwezig en ongrijpbaar. Simpson maakt daarmee duidelijk dat identiteit nooit alleen iets persoonlijks is: ze wordt gevormd door historische beelden, verwachtingen en de manier waarop anderen ons classificeren.
Een andere belangrijke groep is de serie Ice. Simpson gebruikt historische expeditiefoto’s van Arctische landschappen en transformeert ze tot grote, koude schilderijen in blauwgrijze tinten. Het landschap wordt daardoor niet zomaar een landschap: het wordt een soort geheugenruimte waarin geschiedenis, kolonialisme, ontdekking en verdwijnen door elkaar lopen.
Ook de werken uit Special Characters zijn belangrijk. Hier verschijnen mysterieuze vrouwelijke figuren en historische beelden alsof ze uit verschillende tijden en werkelijkheden zijn samengevoegd. Simpson geeft de kijker geen duidelijk verhaal, maar juist fragmenten. Dat is essentieel: de leegtes tussen de beelden worden onderdeel van het werk.
Het videokunstwerk Cloudscape (2004) is zeker een van de meest indrukwekkende onderdelen van Third Person. In deze verstilde zwart-witfilm zie je de kunstenaar Terry Adkins die in een donkere ruimte een melancholische, hypnotiserende melodie fluit. Terwijl het geluid de ruimte vult, wordt hij langzaam en op poëtische wijze volledig omhuld door een dichte mist. Het werk heeft een diepe, emotionele impact omdat het erin slaagt om met minimale middelen een krachtig statement te maken over identiteit en geschiedenis. Het is een absoluut meesterwerk dat je grijpt, ontroert en door de serene sfeer nog heel lang bijblijft.
De keuze voor Punta della Dogana voor Simpsons solo-expo is bijzonder geslaagd. Het voormalige zeventiende-eeuwse douanegebouw staat op het punt waar het Canal Grande en het Giudecca-kanaal samenkomen. De historische, zware Venetiaanse architectuur werd door de Japanse architect Tadao Ando omgevormd tot een hedendaagse kunstzaal: oud metselwerk, enorme ruimtes en ruwe materialen worden gecombineerd met strak beton, geometrische doorgangen en gecontroleerd licht.
Daarin komen Simpsons enorme schilderijen bijzonder goed tot hun recht. De monumentale schaal van haar beelden krijgt ruimte om te ademen, terwijl de sobere architectuur voorkomt dat de schilderijen in een decoratieve omgeving verdwijnen. De befaamde Pinault Collection benadrukt zelf dat Ando’s transformatie de grote doeken van Simpson bijzonder sterk accentueert.
Punta della Dogana, Dorsoduro 2.
Dries Van Noten – The Only True Protest Is Beauty

Met The Only True Protest Is Beauty opent de nieuwe Fondazione Dries Van Noten dat is gevestigd in het historische Palazzo Pisani Moretta. Een project dat aanvankelijk zorgde voor heel wat heisa (is de focus op pure schoonheid ‘rechts’ geworden? Het protest van de Venetianen tegen de zoveelste aankoop van Van Noten – prijskaartje zo’n slordige 40 miljoen euro – van het 15de-eeuwse palazzo is de zoveelste kaakslag voor de lokale bevolking omdat de superrijken zorgen voor een doorgedreven ‘toeristificatie’.
De tentoonstelling, samengesteld door Dries Van Noten samen met Geert Bruloot, brengt meer dan tweehonderd werken samen uit de mode, kunst, design, fotografie, juwelen, keramiek, glaskunst en andere ambachtelijke disciplines. De titel is ontleend aan de Amerikaanse singer-songwriter en politiek activist Phil Ochs die ooit schreef: ‘In zulke lelijke tijden is schoonheid het enige ware protest’. De tentoonstelling presenteert schoonheid niet als oppervlakkige luxe, maar als een vorm van weerstand, emotie en verbeelding. Dat is ook de kern van de tentoonstelling: het gaat niet om mode van Dries Van Noten, maar om zijn bredere visie op het creatieve proces. Handwerk, materiaal en vakmanschap worden hier nadrukkelijk tegenover een hedendaagse kunstwereld geplaatst die steeds digitaler en conceptueler wordt.
Van Noten etaleert onverwachte combinaties. Zo krijgt het sculpturale werk van de Belgische Peter Buggenhout (echtgenoot van Berlinde De Bruyckere) extra betekenis door de manier waarop hij zijn gebruikte recyclagemateriaal omzet in bijna organische overweldigende vormen. Tegenover hem staan objecten van jongere ontwerpers en makers, zoals Misha Kahns grillige, bijna buitenaardse objecten (Dusk’s Raveled Whisps uit 2023) en Hubert Duprats Tube de trichoptère waarin een technisch en ambachtelijk proces zelf het onderwerp van kunst vormt. Hierdoor ontstaat een interessante vraag: waar eindigt kunst en waar begint design? Van Noten lijkt die grens bewust op te heffen. Het criterium is niet langer discipline, maar de kwaliteit en intensiteit van het maken.
Van Noten confronteert het publiek in zijn openingsexpo ook bewust met monumentale fotografische beelden van slapende, vaak jonge mannen van Steven Shearer. De enorme schaal geeft iets intiems – een slapend lichaam, kwetsbaar en onbewust – en tegelijk ook iets bijna monumentaals. Leathered Man bijvoorbeeld heeft daardoor iets tussen portret, droombeeld en klassiek naakt in. In het Palazzo Pisani Moretta werkt dat sterk: de hedendaagse foto’s botsen met de barokke grandeur van de zalen en met historische schilderkunst. Shearers beelden zijn niet zozeer spectaculair door wat erop gebeurt, maar door de vreemde combinatie van schoonheid, kwetsbaarheid en een lichte dreiging.
Richard Štipl daarentegen werkt met sculpturale hoofden en bustes waarin het menselijke gezicht bijna grotesk wordt vervormd. Het gezicht – normaal gesproken hét herkenningspunt van een persoon – wordt bij hem een soort vervormd masker. Van Noten plaatst onder meer de prachtige, maar toch gematigde beeldenreeks met als titel: You Are What You Think (2026) van Štipl naast Shearers imposante foto’s en dat werkt.
Mooi aan deze combinatie is dat Shearer het lichaam laat verdwijnen in slaap, terwijl Štipl het gezicht juist extreem aanwezig maakt. De een maakt je stil en voyeuristisch, de ander confronteert je bijna agressief en dit terwijl de haute-couturecreaties van de Franse modeontwerper Christian Lacroix en het Japans unisex-kledingmerk Comme des Garçons deze scherpe confrontatie probleemloos omarmen. Dat past dus goed bij het uitgangspunt van The Only True Protest Is Beauty: schoonheid is hier niet bedoeld als decoratie of ontsnapping, maar als iets dat je enigszins ongemakkelijk moet maken en opnieuw moet laten kijken.
Maar de echte medespeler is het Palazzo Pisani Moretta. Het achttiende-eeuwse palazzo is rijk aan fresco’s, stucwerk, ornamenten, historische meubels en decoratieve details. De tentoonstelling probeert die omgeving niet weg te neutraliseren met een klassieke witte tentoonstellingsruimte. Integendeel: de hedendaagse objecten worden bewust in dialoog gebracht met de historische kamers. Naarmate de bezoeker van de begane grond naar de piano nobile gaat, veranderen ook schaal, licht en ritme. De werken lijken soms bijna deel te worden van het interieur.
De scenografie is relatief terughoudend. Licht, materiaal en ruimtelijke verhoudingen worden gebruikt om de werken niet van het palazzo los te maken, maar juist met de architectuur te laten resoneren. Daardoor wordt het gebouw geen achtergrond, maar een actief onderdeel van de tentoonstelling.
In een kunstwereld die sterk wordt gedomineerd door concept, technologie, fotografie en digitale beelden, kiest Van Noten nadrukkelijk voor de hand, het materiaal en de tijd die nodig is om iets te maken. Dat maakt de tentoonstelling bovendien ook sterk actueel. Toch moeten modeliefhebbers opletten dat ze niet worden verrast want in het museum is geen enkel kledingstuk te vinden van Dries Van Noten. The Only True Protest Is Beauty is dus geen Van Noten-retrospectief, maar een platform aan andere kunstenaars en disciplines.
Fondazione Dries Van Noten, Palazzo Pisani Moretta, San Polo 2766.
Amar Kanwar – The Peacock’s Graveyard
The Peacock’s Graveyard (2023) van de Indiase kunstenaar en filmmaker Amar Kanwar is een van de meest meditatieve werken in het gereputeerde Palazzo Grassi. Het is geen klassieke film met acteurs, plot of dialogen, maar een 28 minuten durende installatie met zeven synchroon lopende schermen, waarop beelden, teksten en abstracte fragmenten langzaam verschijnen en verdwijnen. Kanwar vertelt vijf korte verhalen over macht, geweld, verraad, dood en uiteindelijk ook over de mogelijkheid van verandering.
Het bijzondere is dat Kanwar de verhalen niet letterlijk illustreert. Er zijn geen personages die we volgen en nauwelijks een traditionele filmische actie. Beeld en tekst werken als herinneringsflarden. Een boom, een landschap, water, een lichaam of een leegte krijgen daardoor een bijna symbolische betekenis. De kunstenaar verschuift van concrete politieke gebeurtenissen naar een algemener onderzoek naar hoe macht in het dagelijks leven binnendringt.
Het strafste onderdeel is zeker The Landower who Betrayed a Promise over een kapitalist die misbruik maakt van zijn armste huurder, een simpele bedelaar die vraagt om begraven te worden met een doos in een begraafplaats dat wordt bewaakt door pauwen. Dit leidt uiteindelijk tot een magische en ook wel ironische vergelding voor de landheer.
Het sterkste element van deze installatie is absoluut de fantastische muziek van Utsav Lal, die op de piano een Indiase raga uitvoert. De muziek bepaalt het ritme van de hele ervaring. In plaats van de beelden emotioneel te begeleiden zoals een traditionele filmscore zou doen, creëert de raga een langzaam, bijna hypnotisch tijdsverloop.
Daardoor ontstaat iets heel anders dan cinema. Je wordt niet naar een climax geleid. De muziek blijft zich ontwikkelen, herhalen en verdiepen, waardoor je als bezoeker gedwongen wordt te vertragen en te luisteren. Dat is belangrijk: Kanwar maakt van tijd zelf een artistiek materiaal.
De piano klinkt bovendien verrassend hedendaags tegenover de eeuwenoude muzikale traditie van de raga. De muziek lijkt daardoor tussen twee werelden te bewegen: Indiaas maar niet folkloristisch, meditatief maar niet geruststellend. Er zit een voortdurende spanning in tussen schoonheid en dreiging.
De donkere zaal van Palazzo Grassi waar de installatie wordt geprojecteerd, versterkt dit effect enorm. De zeven schermen lijken bijna los te komen uit de duisternis. Je krijgt niet één centraal beeld voorgeschoteld, maar moet je blik voortdurend verdelen. Daardoor ontstaat een meervoudige cinema: je kunt nooit alles tegelijk zien.
De architectuur van het achttiende-eeuwse Palazzo Grassi – monumentaal, symmetrisch en klassiek – wordt hier bijna onzichtbaar gemaakt door de duisternis. Dat is een slimme keuze. Het historische paleis verdwijnt tijdelijk en wordt vervangen door een soort mentale ruimte van beelden en geluid.
Hierdoor ontstaat een interessante tegenstelling: het machtige Venetiaanse paleis, ooit verbonden met aristocratische representatie, tegenover een werk dat juist spreekt over macht, onderdrukking, herinnering en de kwetsbaarheid van het individu.
Palazzo Grassi, Campo San Samuele 3231.
Maggie Hall – Love You to Death

De Canadese kunstenares Maggie Hall maakt schilderijen die op het eerste gezicht bijna verleidelijk mooi en vertrouwd lijken: palmbomen, zwembaden, vrouwen op luchtbedden, familietaferelen en korte geruststellende teksten. Maar onder die oppervlakkige vrolijkheid zit iets veel donkerders. Love You to Death gaat over liefde, moederschap, kwetsbaarheid, verlies en de wetenschap dat alles wat we liefhebben eindig is. Het is Halls eerste tentoonstelling in Italië.
Hall gebruikt daarbij een heel herkenbare beeldtaal uit de Pop Art, reclame en hedendaagse beeldcultuur, maar schildert die beelden met een extreem arbeidsintensieve techniek. Haar werken worden opgebouwd uit honderdduizenden kleine stippen, eerst met airbrush en vervolgens met de hand verder uitgewerkt. Ze gebruikt daarbij een strikt vierkleurenprincipe: cyaan, magenta, geel en zwart. Daardoor lijken de schilderijen tegelijk digitaal geproduceerd én nadrukkelijk handgemaakt.
Dat spanningsveld is essentieel: een beeldcultuur van snelheid en onmiddellijke consumptie wordt teruggebracht tot traag, lichamelijk schilderwerk. Aangrijpend is het centrale werk: Love You to Death uit 2026. Een moeder staat met haar kinderen in een ogenschijnlijk zonnige omgeving terwijl voor hen een explosie plaatsvindt. De andere beelden – palmbomen, zwemmende vrouwen – blijven rustig. Alleen de moeder lijkt te beseffen wat er werkelijk gebeurt. Het werk wordt daardoor een hedendaags memento mori: liefde betekent hier ook weten dat het geliefde kwetsbaar en vergankelijk is.
Bij You’re Doing Great (2026) wordt de geruststellende zin bijna sarcastisch. De woorden krijgen, tegen een donkere achtergrond, een wrange lading: de taal van zelfhulp en positieve bevestiging botst met de onderliggende onzekerheid. De humor is daardoor niet vrolijk maar wrang, een manier om met angst en druk om te gaan.
Hall sluit aan bij een belangrijke tendens in de hedendaagse schilderkunst: het opnieuw onderzoeken van beelden uit de massacultuur zonder ze simpelweg ironisch te citeren. Haar schilderijen hebben iets van Warhol, reclamefotografie en digitale beeldcultuur, maar ze voegt daar een uitgesproken persoonlijke en emotionele laag aan toe.
Het interessante is vooral dat Hall schoonheid niet vertrouwt. Een zonnige palmboom kan tegelijk een beeld van ontspanning én van naderend verlies worden. Een compliment kan tegelijk troostend en wreed klinken. Daarmee is haar werk actueler dan ze op het eerste gezicht lijkt: in een cultuur die voortdurend vraagt om positiviteit, geluk en perfecte beelden, laat Hall zien wat er achter die façade kan zitten.
Palazzo Priuli Bon, Santa Croce 1979/A, vlak aan het Canal Grande.
ORLAN en Judith Unger – We Are Inconsolable & Healing Trauma
Binnen de heel grote, dynamische en internationale groepstentoonstelling – 175 kunstenaars uit meer dan veertig landen – Personal Structures – Confluences in het 16de-eeuwe Palazzo Mora, de officiële hoofdlocatie van het European Cultural Centre (ECC), zijn de onderdelen We Are Inconsolable & Healing Trauma vooral ORLAN en Judith Unger bijzonder interessant omdat hun werk op een heel verschillende manier over het lichaam, identiteit en kwetsbaarheid nadenkt.
ORLAN is een van de meest radicale Franse kunstenaars van haar generatie. Sinds de jaren zeventig gebruikt zij haar eigen lichaam als artistiek materiaal en stelt ze schoonheidsnormen, gender, macht en de controle over het lichaam ter discussie. Ze werkt daarbij niet alleen met fotografie en performance, maar ook met chirurgie, 3D, AI, robotica en biotechnologie.
In Palazzo Mora functioneren de talrijke kamers niet als neutrale white cubes en opvallend is de expo We Are Inconsolable (2025 – 26) van ORLAN. De reeks vertrekt vanuit door AI-gegenereerde beelden die de kunstenaar vervolgens met de hand bewerkt en schilderkundig transformeert. Dat procédé is inhoudelijk belangrijk: AI produceert een beeld, maar de kunstenaar neemt het opnieuw lichamelijk en persoonlijk in bezit. Het gaat daardoor niet alleen over technologie, maar over de vraag wie vandaag nog eigenaar is van een gezicht, een lichaam en een identiteit.
ORLAN is juist daarom bijzonder actueel. AI kan tegenwoordig gezichten, lichamen en persoonlijkheden eindeloos reconstrueren. Haar werk stelt daar tegenover dat identiteit nooit alleen een digitaal bestand is. Er zit geschiedenis, lichamelijkheid en macht in. Haar werk blijft bovendien bewust ongemakkelijk: schoonheid wordt bij haar nooit neutraal.
De hedendaagse Amerikaanse beeldhouwer en tekenaar Judith Unger vertegenwoordigt een veel stillere en meer materiële benadering. Waar ORLAN het lichaam rechtstreeks manipuleert en problematiseert, werkt Unger vanuit vorm, materiaal en ruimtelijke spanning. Haar sculpturale praktijk onderzoekt hoe een menselijke aanwezigheid kan worden gesuggereerd zonder dat het lichaam letterlijk wordt afgebeeld.
Haar Healing Trauma-reeks is een rauwe, noodzakelijke en inhakkende confrontatie met negen diepe trauma’s. In plaats van pijn esthetisch te verbloemen, geeft Unger het een tastbaar, lichamelijk gewicht om het jarenlange zwijgen te doorbreken. Het creatieve proces fungeert hierbij als een transformatie: door de pijn recht in de ogen te kijken en vorm te geven, verandert het destructieve verleden in een bron van heling, innerlijke bevrijding en monumentale kracht.
Dat wezenlijke verschil tussen de visie en invalshoeken van de twee kunstenaars maakt de combinatie dubbel interessant: ORLAN toont het lichaam als iets dat voortdurend kan worden veranderd en geconstrueerd terwijl Unger laat zien hoe kwetsbaarheid ook in abstracte vorm kan bestaan.
Palazzo Mora, Strada Nova 3659, Cannaregio.
La Biennale Arte di Venezia 2026 – Collateral Events – Venetië loopt nog tot en met 22 november 2026. Omdat alle participerende locaties vaak verschillende openingsuren en sluitingsdagen hebben en sommigen gratis zijn en andere toegangsgeld vragen, kan je best terecht op de website van La Biennale di Venezia.



