The Thing :: Shake

Heel wat bands slagen erin om voor een stonde of Warholkwartier een ronkende naam te worden. Anderen nestelen zich in het bewustzijn, gaan onlosmakelijk deel uitmaken van een groter verhaal. En sommigen, die worden gewoon een merk op zich. Zo ook bij het Scandinavische powertrio The Thing, dat na goed vijftien jaar (en ongeveer evenveel platen) nog niet van ophouden weet. Welkom in de meest vertrouwde, hardst rockende uithoek van de moderne freejazz.

Samen zijn Mats Gustafsson, Ingebrigt Håker Flaten en Paal Nilssen-Love een instituut geworden. Geliefd over de wereld, aanbeden door freejazzfanaten van hier tot Kyoto en regelmatig in de weer met goed volk uit de jazz, pop, rock en noise. De laatste jaren leverde dat zo twee uitstekende trioplaten op (Mono (2011) en Boot! (2013)), maar ook twee albums met high profile gasten (Neneh Cherry en Thurston Moore) die elk om verschillende redenen een succes waren. Ze waren bewijs van het adaptatievermogen van het trio, dat in een handomdraai kan overslaan van broeierige grooves naar withete noise, en terug. En dat sloeg onlangs zelfs aan bij een bende Amerikaanse lageschoolkinderen.

Op Shake valt het trio opnieuw in naakte bezetting te horen, en dat met een programma dat als vanouds de belangrijkste troeven op tafel zwiert. De ritmesectie is een van de meest beweeglijke en intense van de freejazz, maar laat deze keer ook geen kans onbenut om in een meer introspectieve, lyrische hypnose te duiken. Gustafsson is op tenor- en baritonsax dan weer een krachtpatser van formaat, begenadigd met een meesterlijke controle en een tomeloze energie die zelfs in de kalmere momenten van het album spat. Op z’n best levert The Thing spetterend vuurwerk op, en dat is ook hier een paar keer het geval.

Het trio heeft naar vijftien jaar niks meer te bewijzen, dus hier geen druk gedoe met de ene oplawaai na de andere. Nee, wat je krijgt is een slalombeweging die hen voert langs lijfelijke daverstukken en smeulende vuurtjes die nu en dan hun Scandinavische roots verraden. De stukken die Nilssen-Love aandraagt, belichamen de recht-voor-de-raapse kant van de band. “Viking Disco” refereert expliciet aan “Viking” , de opener van Mono, met opnieuw zo’n repetitieve groove en doodsreutels van Gustafsson, vooraleer om te buigen naar een interpretatie van Ornette Coleman’s “Perfection”, waarvoor het trio de rechtlijnigheid inruilt voor woeliger oorden.

Nilssen-Love’s tweede bijdrage, “Bota Fogo” heeft een aanstekelijke, exotische energie en een vanuit de heupen afgevuurde schwung die zo gepast had op hun plaat met Neneh Cherry. Het leidt naar goede gewoonte naar een semichaotische climax, maar dan komt natuurlijk het meesterschap van de drie naar boven: ze weten als geen ander te swingen op de rand van de afgrond. Nogal een verschil met Håker Flatens composities “Til Jord Skal Du Bli” en “Fra Jord Er Du Kommet”, die een subtielere kant laten horen, met vloeiend geritsel in plaats van gehamer, resonerend metaal en ronduit speelse ideetjes, maar ook een Gustafsson die zelfs op fluisterniveau die dierlijke energie kan behouden.

Naar goede gewoonte vallen er ook twee covers te rapen, die hier zo goed als diametraal tegenover elkaar staan. Met het compacte “The Nail Will Burn” (Loop) wordt teruggegrepen naar de garagejazz die ooit verkend werd met The Cato Salsa Experience, terwijl Wyrd Visions’ “Sigill” geduldiger begint, maar een nog sterkere indruk nalaat. De broeierigheid is er, maar wordt aangevuld met invloeden die uit een pastorale, sjamanistische folk lijken te komen, met Gustafssons Rhodes die voor mooie extra inkleuring zorgt. Rest enkel nog diens eigen bijdrage, “Aim”, goed voor een meeslepende rit, waarvoor het trio na een tijd gezelschap krijgt van Anna Högberg (altax) en Goran Kajfes (kornet) en pompende kracht en lawaaierige geluidsstromen in evenwicht houdt.

Je kan moeilijk gaan beweren dat Shake grote verrassingen in petto heeft, want de vaatjes waar de drie uit tappen zijn al van in de begindagen bekend. Ze hebben in al die tijd echter met zo veel verve hun eigen hoekje afgebakend, dat ze er intussen de onbetwistbare heersers van zijn geworden en het resultaat is ook nu weer een knoert van een plaat met vuur én wat meer gematigde stukken, maar vooral ook het gevoel dat ze dit intussen perfect onder de knie hebben. Freejazz van de bovenste plank met het zweet, de attitude en opwinding van de rock-‘n-roll. Meer punk dan al dat gejengel dat dezer dagen onder die noemer verkocht wordt. Of, zoals het omschreven wordt in de About-sectie van hun Facebookpagina: “Power trio. Nuff said.”

De vinylversie bevat vier extra nummers. Die maken ook deel uit van de digitale versie. The Thing speelt op 7 maart in De Singer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =