Mew :: +-

“Het was een van de jongens die het artwork ontwierp die vond dat onze plaat op een batterij leek. Geen idee wat hij bedoelde, maar ik heb het als een goed teken geïnterpreteerd”. Frontman Jonas Bjerre is even onbeslist over die albumtitel als wij, maar op +- klinkt Mew in elk geval als een band die — woordspelingenalarm! — opnieuw opgeladen is.

Wel degelijk de moeite dus, die nieuwe Mew. Alweer geen hapklare Disneypop, maar dat had u vooraf al kunnen bedenken, kom nu dus niet klagen. De Deense groep pikt zijn karretje op waar het dat in 2009 met het onmogelijk getitelde No More Stories Are Told Today, I’m Sorry They Washed Away / No More Stories, The World Is Grey, I’m Tired, Let’s Wash Away had geparkeerd, en lanceert zijn “Satellites”, een dot van een progpopnummer waarin alle groepskenmerken samenkomen: dromerig begin maakt plaats voor buitenaards falset, en dan vallen drum en een pulserende bas in, waarna ze Wizzard Of Oz-gewijs op ontdekkingstocht gaan. Het is droompop van de betere soort, en het soort “hé hallo, we zijn terug” dat deze groep nodig had om in een warm welkom gesloten te worden door onze open armen.

Dat bassist Johan Wohlert terug is valt immers óók op. +- is opmerkelijk meer upbeat dan het meanderende ga dat zelf hierboven maar copy-pasten, en met zijn nauwelijks tien nummers (ook al goed voor een kloeke 58 minuten) al bij al behoorlijk beknopt. En wat meer is: deze keer schreef de groep songs, met kop en staart, strofes en refreinen, waardoor we voor het eerst in twaalf jaar opnieuw moeten denken aan Frengers, de ijzersterke compilatie van hun twee eerste platen waarmee de groep zich aan de wereld buiten Denemarken presenteerde.

Krijgen we dus weer: onwereldse popmuziek die bij momenten ongewoon jachtig door de bochten raast, en doet dromen. Misschien nog het meest in “My Complications”, een potig rockertje waarvoor Russell Lissack van Bloc Party even op wat snaren kwam rammen, en gezegend met een aanstekelijk refrein. Hoe toegankelijk? Zo hard dat het weirde Mew meteen even moet komen terugslaan met “Water Slides” dat een dikke vijf minuten heerlijk blijft dobberen op een heerlijke melodie, maar zich vooral niet laat pramen een richting te kiezen — het was net zo goed hier.

“We zijn opgegroeid met eightiespop, en toen kwam Nirvana en zagen we My Bloody Valentine”, vertelt zanger Jonas Bjerre in een van de vele comeback-interviews. Helderder is de frontale botsing die tot Mew heeft geleid nooit verwoord. Je hoort het aan “Witness”, waarin een armwuivend refrein een bas-drumstampede over zich heen krijgt, terwijl Bjerres zang alle kanten uitwaaiert. “The Night Believer” erna, is een zoet popnummertje waarvoor Kimbra — zij van Gotye, ja — vriendelijk werd verzocht een lijntje mee te zingen. We zijn niet helemaal zeker of Bjerre het echt niet alleen had gekund, maar als de platenfirma zotte kosten wil maken; waarom niet?

Pas in de eindspurt slaat +- alsnog aan het zwalpen. Halverwege het tien minuten durende “Rows” valt het ons plots op dat we eigenlijk al even zo hard ons Facebook-profiel aan het checken zijn dat we vergaten te luisteren. Drie beluisteringen verder weten we waarom: omdat er op het internet altijd boeiendere dingen gebeuren dan in dit stuurloos geval dat — zo ontdekten we toen we in een uiterste krachtsinspanning onze aandacht toch tot het gaatje op het nummer gericht hielden — in zijn finale krampachtig de grandeur van het onverslijtbare “Comforting Sounds” naar de kroon probeert te steken, maar grandioos faalt. De ingetogen afsluiter “Cross The River” hinkt er achter aan als een Sancho Panza achter zijn op windmolens jagende Don Quichote; niet mee dan een bijgedachte.

“Plusminus”; het grapje is te snel gemaakt, want ondanks dat einde is de nieuwe Mew opnieuw een schoon plaatje. Niet perfect, maar toch meer plus dan min.

Sorry, het was sterker dan onszelf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =