DIT WAS 2015: Mew :: ”We hebben publiek nodig als quality control”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2015. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid in dook.

De prijs voor comeback van 2015 mag wat ons betreft gereserveerd worden voor Mew. Met +- brak de Deense groep eindelijk vijf jaar stilte en dat bleek meteen ook zijn beste plaat in tijden. Toch zou het geen gemakkelijk jaar worden voor de band, maar de heren overleven dat wel. “We voelen een nieuwe sense of urgency.”

“Angst dat ons publiek niet meer op ons zou staan wachten, had ik niet. Maar ik ben verdomd blij dat ik na vijf jaar afwezigheid eindelijk weer op tour ben. Ik kan me soms zo verliezen in het opnameproces, zo focussen op details, dat ik door de bomen niet langer het bos zie. Op den duur heb ik zelfs geen idéé meer of het nu goed is wat we gemaakt hebben. Dat besef ik pas als ik bij optredens zie hoe de songs door het publiek ontvangen worden”, glimlacht Jonas Bjerre in de keuken van het Leuvens Kunstencentrum STUK. Het is iets na twaalven en die kater van gisteren is eindelijk uitgezweet met een concert dat exact dat heeft gedaan en wel voor de zoveelste keer dit jaar: bevestigen dat +- het album was dat de groep moest maken. Het was dan ook nodig geweest.

Vijf lange jaren was het immers dat Mew af-en-aan prutste aan die nieuwe, zesde langspeler en uiteindelijk lukte het pas toen bassist Johan Wohlert na jaren van afwezigheid opnieuw aan boord stapte. +- werd een overtuigende comeback, maar nauwelijks was de band opnieuw op tour vertrokken, of onheil diende zich alweer aan met het vertrek van gitarist Bo Madsen. Bjerre zucht eens. “Ik vind het nog altijd moeilijk om over te praten, zelfs al is het ondertussen zes maanden geleden. (twijfelt) Is hij met slaande deuren vertrokken? Neen, dat niet. Hij had een andere kijk op dingen, dat wel. Sorry, ik kan er echt niet meer over zeggen.”

Rewind dan maar. Naar die lange pauze sinds de tour rond No More Stories Are Told Today I’m Sorry They Washed Away // No More Stories The World Is Grey, I’m Tired Let’s Wash Away. Wat was er fout gegaan, vragen we. En ging er wel iets fout? “Er liepen dingen goed én mis. Een van de redenen dat het zo lang geduurd heeft, is dat we er nooit goed in zijn geweest om te schrijven terwijl we op tour zijn. En we zijn láng op pad geweest met No More Stories, dus nadien wilden ook wel even iets anders doen. Ik ben filmmuziek gaan maken, had nog andere projecten … We hadden in al die jaren nog nooit echt een pauze genomen, dus het mocht wel eens. En het heeft deugd gedaan, want zo hadden we er ook absoluut weer zin in toen we opnieuw samenkwamen.”

“Waarna er een paar dingen niet liepen als het moest. Om te beginnen hebben we verschrikkelijk veel tijd en geld verspild aan het bouwen van onze eigen studio; een oude droom, maar uiteindelijk bleek ze niet te voldoen. We hebben er de gitaren grotendeels opgenomen, maar zijn er niet in geslaagd de ruimte goed te doen klinken voor een drum of iets anders. Ach, we hebben er veel van geleerd, zoals dat vaak gaat met fouten. Achteraf gezien was het de moeite misschien daarom wel waard.”

Aan de leiband

Het zou uiteindelijk de Amerikaanse producer Michael Beinhorn zijn — een oude bekende van de band — die Mew opnieuw op het goeie spoor zette. “Ik ben hem in L.A. gaan opzoeken, gewoon om nog eens bij te praten en dat werd een erg interessant gesprek. Eigenlijk heeft hij het producen ondertussen wat losgelaten en doctoreert hij nu in creativiteit. Hij had heel wat zinnige dingen te zeggen over wat het betekent om in een groep te zitten en hoe je trouw blijft aan je kern. Op mijn vraag is hij naar Kopenhagen gekomen om wat nieuw materiaal te beluisteren en het eerste wat hij opmerkte, was hoe hij de ruggengraat van de band miste: Silas en Johan die samenspelen. Toen hij dat zei, was het snel beslist om die vage gesprekken met Johan (over eens iets opnieuw samendoen) concreet te maken. Na een paar dagen voelde het alsof hij nooit was vertrokken; het ging verrassend gemakkelijk om opnieuw samen te werken en toen is Michael er ook echt bijgekomen voor de opnames.”

Is Wohlert nodig omdat hij de andere muzikanten, die de neiging hebben te meanderen, aan de leiband houdt? Bjerre geeft het schaapachtig toe. “Hij zorgt voor structuur in de song en daar valt wel iets voor te zeggen. No More Stories…, waar Johan niet aan meewerkte, hebben we geschreven zonder bassist: we bedachten pas nadien baslijnen bij wat we hadden gemaakt, als een nagedachte. Dat maakte die plaat ook zo anders. It was more… floaty. Ik vind het nog altijd een erg interessant album, maar het klinkt niet echt als een groepswerk; meer als een productie-experiment, een hoop ideetjes. We hebben er veel van geleerd, maar dat was … (wikt zijn woorden) iets van dat moment. Nu zijn we echt een groep en dat maakt het op zich ook veel gemakkelijker om de nummers naar een livesituatie te vertalen, waar we No More Stories bijna moesten gaan “herinterpreteren” om het te laten werken.”

Grilligheid, omdat het niet anders kan

Het resultaat was dat +- op die manier misschien het dichtste komt bij Frengers, de doorbraakplaat uit 2003 waarop Mew zijn hoogst eigen geluid vond met de hulp van producer Rich Costey. Geen bewuste keuze, bezweert de frontman. “Wel het gevolg van onze beslissing dat elk nummer duidelijk een song moest zijn, waar we op latere platen al eens stukken aan elkaar weefden zodat niet meer duidelijk was wat waar begon of eindigde. Er was ook geen allesomvattend voornemen als ‘Het moet een donkere plaat zijn’ dat de songs in een keurslijf dwong.”

“Dat is ook hoe Frengers destijds tot stand is gekomen. We wilden altijd al zo’n heldere, krachtige sound, maar zeker in het begin wisten we absoluut niet hoe dat te bereiken. Niemand van ons is een studiotechneut en voor onze eerste twee albums, die enkel in Denemarken verschenen, hadden we ook niet meer dan minieme budgetten tot onze beschikking. Tel daarbij dat we ook als muzikanten onszelf alles hebben moesten leren en in het begin wisten we gewoon van niets. Er staan nummers op ons debuut A Triumph For Man waar de bas niet eens in dezelfde toonaard speelt, maar gewoon op het gevoel iets dat er bij past! Tegen Frengers wisten we veel beter wat we konden met onze instrumenten en mochten we van Sony plots met Rich Costey, een echte Amerikaanse producer, werken. Hij heeft ons enorm veel geleerd over gitaren opnemen, multi-amping, een groot geluid creëren.”

Met Costey is de naam gevallen van een tweede producer waar Mew mee werkte. We merken op dat de groep nooit met anderen werkte, maar afwisselend met hem en Beinhorn. “Yeah, het is niet zo gemakkelijk om mensen te vinden met wie het klikt, dus daar blijf je ook bij. There’s a safety in visiting old friends like that. We hebben wel geprobeerd met anderen op te nemen, maar dat leverde niet veel op. Niet hun fout, maar de onze; er is iets aan Mew dat je minstens moet begrijpen. En Rich en Michael doen dat. Wat dan? Wij als groep. Onze soms bizarre manier van werken. Soms klinken de rechtvaardigingen waarom een bepaald stuk echt zó moet erg vreemd en intuïtief, dus er valt ook weinig over te discussiëren. ‘Waarom moet iets zo zijn? Omdat het juist voelt zo’.”

“Dat is bijna iets spiritueel waar je moet naar moet luisteren. Het is al te gemakkelijk om een ruwe song te nemen en die te ont-compliceren tot iets gestroomlijnds dat klinkt als een pak andere muziek, maar dat is wel net wat veel producers doen. Omdat ze iets willen maken dat voor iedereen werkt en een major label kan begrijpen. Zo wordt alles erg formulevast, iets waar wij nooit echt goed in zijn geweest. We verliezen een stukje van onszelf als we dat proberen. Dat is gewoon zo en dat weet ik omdat we wel eens hebben geprobeerd een echte popsong te schrijven. Ik heb ook een lening af te betalen, weet je. Maar als we iets maken dat zich focust op één aspect van ons dan valt het plat. We hebben het leren accepteren, dat we wel zo grillig moéten zijn als we zijn; en wat dat oplevert is wat we zijn.”

Die twintig jaar grilligheid heeft zijn gevolgen. “We vallen tussen twee stoelen: tussen pop en progrock in”, geeft Bjerre toe. “Dat is een vloek en een zegen, maar ik zie het toch meer als iets positiefs. Het is het karakter van Mew; de som der delen. Je ziet het ook op concerten; wie mee is, is helemaal mee. Het betekent emotioneel iets, ook voor ons en het zou vals zijn als we dat zouden proberen te veranderen. Geen probleem dus met die spreidstand, maar het maakt de dingen moeilijk voor ons. Dan hadden we eens een nummer waar de platenfirma een hit in hoorde, trokken ze zich een week later de haren uit het hoofd dat we in het brugje naar een onmogelijke maatsoort gingen, waardoor ze het no way aan de radio verpatst kregen. Ach!” En hij glimlacht verontschuldigend.

Nog steeds honger

Na twintig jaar lijkt Mew op een kruispunt te staan. “Klopt”, zegt Bjerre, “maar dat is goed. Op een bepaalde manier zijn dat soort momenten ook nodig in het leven. Soms is het belangrijk om drastische veranderingen door te voeren, zowel voor een individu als voor een geheel. Je mag niet gewoon meedrijven met de stroom. Als je voelt dat het verkeerd zit, moet je het roer omgooien. En natuurlijk is het niet allemaal rozengeur en maneschijn en moet je soms door rottigheid, maar als het niet juist is, dan moet je iets anders gaan doen. Iets dat je wél gelukkig maakt. ”

En daarmee zijn we opnieuw bij Bo Madsen, die vertrokken is. Bjerre toont begrip: “We hebben allemaal momenten gehad dat we dit niet meer wilden doen. Omdat ik er niet langer blij van werd en als dat het geval is, gaat je muziek er onder lijden. Er is gelukkig altijd iets geweest dat me aan boord hield, maar ik snáp de nood om er even uit te stappen helemaal.”

Kan Mew ook dit verlies opvangen? Uiteindelijk waren het vier vrienden die Mew zijn begonnen, precies omdat ze samen zo goed overeen kwamen. Zelfs toetsenist Nick Watts is na twaalf jaar touren nog steeds geen officieel bandlid. “Goeie vraag”, zucht de zanger. “Het is gewoon altijd zo geweest. Wij vieren kenden elkaar al van toen we kinderen waren en we zijn ook muzikaal samen opgegroeid. Maar het klopt dat Nick al zo lang met ons samen speelt dat hij net zo goed mee gegroeid is met ons. Noem het een grijze zone op dit moment, we zullen zien wat we in de toekomst doen met hem. Het was in elk geval erg fijn om hem voor +- af en toe bij het schrijven te betrekken, dus we gaan dat zeker nog doen. Gaan we ook nog met Bo schrijven in de toekomst? Dat denk ik niet neen. Ik denk dat Mads Wegner hem live geweldig vervangt. We gaan echt moeten zien hoe het daarnaast verder gaat met hem, maar ik ben vrij zeker dat we deze keer met andere mensen zullen werken. We zitten in elk geval al barstensvol plannen en ideeën voor een volgend album. Er is een nieuwe sense of urgency in de band. Een stevige uitspraak, ik weet het, maar we voelen ons op dit moment zelfs zo goed dat we soms vloeken dat we live niet méér songs kunnen spelen, niéuwe songs zelfs. En dat is een goeie motor voor creativiteit.”

“Twintig jaar, zo lang voelt het niet”, mijmert de frontman. “We voelen nog steeds de honger, zeker nu. Dit is zo’n geweldig jaar geweest voor ons — zeker wat betreft het touren — dat we nu vooral muziek willen blijven maken. We gaan dus snel beginnen schrijven, met misschien wat optredens tussenin. Want daar leer je zo veel van, dat hebben we nu wel door. Je weet meteen of je trots kunt zijn op een nummer of niet, want je hoort het dan voor het eerst door de oren van anderen. Het is de beste manier waarop je fans je kunnen helpen bij het creëren. Niet dat je je door hen moet laten beïnvloeden, weg van je initiële visie, maar het leert je om je weg niet verliezen in wat je aan het maken bent. Het is goed om die quality control te hebben.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =