Mew :: Visuals

“Niet wéér drie à vier jaar in ons hol aan een plaat werken”, dachten Jonas Bjerre, Johan Wohlert en Silas Utke Graae Jørgensen toen ze van de tour rond +- terugkwamen. Krap twee jaar na dat comebackalbum mogen we ons dus warmen aan de opvolger, het meer dan puike Visuals: Mew zoals we Mew kennen, maar in hun beste doen sinds tijden.

Minder dan een jaar is er aan Visuals gewerkt, en dat voel je. Waar de eeuwige twijfelaars van Mew aan vorige platen eindeloos bleven sleutelen en alle spontaniteit kapot dachten tot het al eens té doorwrocht werd, heeft deze zevende een directe energie die de songs richting en focus geeft. De tour na +- heeft de band duidelijk deugd gedaan, zelfs al vertrok gitarist Bo Madsen halverwege.

Niet dat je dat hoort, overigens. Het is niet omdat Mew sindsdien als trio opereert, dat er plots lege gaten in het geluid vallen. Als er al eens extra snaren nodig zijn, dan valt livegitarist Mads Wegner wel in, en anders is er wel één of andere sessiemuzikant die wat keyboards of blazers komt toevoegen. Belangrijker is dat Wohlert nog steeds terug is van enkele jaren huisvaderschap, en zijn bas potig laat ploegen. Dat is goed nieuws: samen met Jørgensens drum zorgt hij voor een krachtig low-end dat Bjerres zweverigheid stevig aan de grond houdt. Want ook droompop moet een zekere consistentie houden.

Het is net die tegenstelling — grunge versus shoegaze, zeg maar — die de kracht van Mew uitmaakt. Al in opener “Nothingness and No Regrets” mag de boel in een doordravend tweede deel heerlijk openbloeien, en elke seconde wordt een register meer opengetrokken tot de synths helemaal in overdrive gaan. “The Wake Of Your Life” is Talk Talk met een Scandinavische “s” en een Gary Glitterachtige stomp, het uitstekende “Candy Pieces All Smeared Out” slaagt erin heavy en etherisch tegelijk te zijn. Het is meteen dé uitschieter van Visuals, met een euforisch refrein dat de gruizige gitaren van de strofes van antwoord dient.

We zijn drie nummers ver, en Mew blijkt in bloedvorm. Dit is het Mew van Frengers, toen de bombast van Muse, de ijlheid van Sigur Rós en de dwarsheid van Radiohead elkaar als vanzelf vonden in het geluid van vier Denen. Vandaag is dat gewoon “Mew”: een merknaam en referentie op zich, zelfs na een decennium van mooie, maar oeverloos meanderende platen. Net als op +- is er op Visuals opnieuw focus. Dat levert prachtnummers op als “Learn Our Crystals”: droompop die zowaar aan het dansen gaat, met die plotse break als meest onverwachte popmoment van het jaar. Eightiessynths moduleren zich het pleuris en “Twist Quest”, meteen nadien, wint er als de weeromstuit popcredibility door. Ondanks een dwarse sax en tegendraadse maatsoorten.

Dat de plaat Visuals heet, komt omdat Bjerre deze keer geen projecties zocht bij de songs, maar eerst beelden bedacht als inspiratie. U mag dat meteen weer vergeten, want u hoort dat niet. Belangrijker is dat een mens zo kan hopen dat er straks op tour weer projecties over de muziek zullen liggen, want zo hebben we Mew altijd al het liefst gezien. Benieuwd overigens of bij “85 Videos” — alweer een uitstekend, maar grillig, synthpopnummer — dan ook effectief zoveel verschillende filmpjes te zien zullen zijn.

Wij zullen ze niet tellen, we hebben wel betere dingen te doen. Wegdromen met deze plaat, bijvoorbeeld. Want zelfs al is afsluiter “Carry Me to Safety” iets te flauw om goed te zijn, dan nog is het een waardige afsluiter van een sterke plaat. En zo lijkt het er meer en meer op dat Mew nu pas, na jaren aanmodderen, zichzelf heeft gevonden. Dit tweede leven is zo langzamerhand beter dan het eerste.

Mew speelt op zaterdag 20 mei in Muziekcentrum Trix in Antwerpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + 10 =