Björk :: Vulnicura

2014 was het jaar van breakupplaten: Elbow, Lykke Li, Coldplay en vooral The War On Drugs en Beck. Tekenden die laatsten met hun uitgestort hartzeer elk voor een van de platen van dat jaar, dan doet Björk dat met haar liefdesrequiem dit jaar wellicht ook.

Net als Becks Morning Phase is dit een plaat over het genezingsproces, de verwerking van een liefdesbreuk – in dit geval met Matthew Barney. Björk doet dat met een soort angstaanjagende precisie door tweede derde van de songs ook in de tijd voor en na de definitieve breuk te situeren. Het geeft uit elkaar gaan het cachet van een ziekte: de verwerking doet aan als een soort chemo. Ook dat maakt van Vulnicura een bijwijlen beklemmende luisterervaring. Het is een album dat zich ook net gedraagt als iemand die zijn of haar grote liefde kwijt is: grillig, het ene moment begrijpelijk, het volgende onberekenbaar. Je moet er vooral naar luisteren, wil je doordringen.

En dat wil je, misschien voor de eerste keer echt sinds Vespertine, haar liefdesplaat voor Barney uit 2000, waarvan deze Vulnicura de donkere keerzijde is. Kirde ze op Vespertine nog post-coïtaal “I love him, I love him”, dan zucht ze nu “Where do I go to mourn our miraculous triangle father mother child” in “Family”. De liefde slorpt je op, maar wanneer ze je uitspuwt als een braakbal wordt het heel wat minder fraai: “my soul torn apart / my spirit broken”. En dat hoor je in de eerste zes songs van de plaat.

Die bevatten zonder meer het mooiste wat Björk ooit al heeft opgenomen. Vooral het weidse openingsnummer “Stonemilker”, dat wellicht bewust de draad oppikt waar ze die met “Unison” op Vespertine had laten liggen. Het etherische van die plaat blijft op Vulnicura grotendeels achterwege, al klinkt “History Of Touches” als een Vespertine voor de donkerste drie minuten van de nacht. Voorts doet de combinatie van strijkers en beats eerder denken aan het fantastische Homogenic. Het is slechts een aanknopingspunt, want met het wispelturige kernnummer “Black Lake” laat Björk vooral horen dat ze in die achttien jaar muzikaal stevig ontwikkeld is. Wat een trip, dat nummer, waarin weemoedige strijkers vechten met beats die er een eigen agenda op na houden. Een huwelijk van schoonheid en rusteloosheid. Het is het zwartste punt van de plaat, waarnaar ze in het slotnummer “Quicksand” verwijst: “Locate her black lake / The steam from this pit will form a cloud for her to live on”. Het koudste punt in de nacht is net voordat het weer licht wordt.

In al die grillig- en wispelturigheid hoor je tenminste weer songs met botten, spieren en een hart. Daar ontbrak het aan op platen als Biophilia en Medulla, waar eigenzinnigheid en vorm aan de haal gingen met inhoud. Dat Vulnicura gelekt was en daardoor holderdebolder op iTunes uitkwam, is misschien zelfs geen slechte zaak. Het gaat om de songs en alleen de songs: geen apps, geen concepten — hoe briljant doordacht ook. De afstand tussen zichzelf en wat ze uitdacht, vergrootte ook de afstand tussen de muziek en de luisteraar. Nu lijkt het alsof je een uur met je oor op het kloppende hart van Björk ligt te luisteren. Al is dat er op de hoes uitgerukt en in negen songs op Vulnicura versneden.

Halverwege is het straffe “Notget” naast een zoveelste hoogtepunt ook een kantelmoment. We zijn ondertussen elf maanden na de breuk. Strijkers decoreren een herwonnen zelfbewustzijn: “If I regret us I’m denying my soul to grow / Don’t remove my pain, it is my chance to heal”. Vervolgens klinkt “Atom Dance” als een bezegeling daarvan (“No one is a lover alone / We are each others hemispheres”), in een duet met een verknipte Antony Hegarty dat in al zijn bochtigheid en als speeltuin van Arca (Kanye West, FKA twigs) veel voldaner aanvoelt dan het gezwollen “The Dull Flame Of Desire” van op Volta. Dat krijgt een vervolg in “Mouth Mantra”, waardoor Vulnicura naar het einde toe vervelt tot een uitstekende popplaat anno 2015 die Björk weer aan de kop van het peloton brengt.

Of zoals ze in datzelfde “Mouth Mantra” accuraat samenvat: “This tunnel has enabled thousands of sounds”. Björk heeft met Vulnicura een van haar allerbeste platen gemaakt. Persoonlijk als nooit tevoren. Luister, blijf luisteren, want het vergt tijd. Dat doet u bij die ene vriend(in) met een gebroken hart ook, toch? U krijgt er veel voor terug.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 4 =