Eric Chenaux :: Skullsplitter

Er zijn zo van die artiesten waarvan je eigenlijk niet goed weet waarom je ze blijft volgen. De Canadese gitarist Eric Chenaux is daarvan een perfect voorbeeld: een troubadour die een slag van de molen heeft gekregen en steeds weer platen aflevert die schipperen tussen lichtjes briljante momenten en overdreven experimenteel gefriemel.

Maar kijk, Skullsplitter is al de vijfde volwaardige soloplaat die Chenaux uitbrengt bij Constellation, en weer konden we het niet laten om de plaat het voordeel van de twijfel te geven. Misschien is het omwille van die uit de duizend herkenbare stijl, waarin royale dosissen freeze, fuzz, reverb en andere effecten de klank richting het universum katapulteren. Of misschien is het omdat zijn songs doorheen al het geëxperimenteer vaak getuigen van uitstekende traditionele songschrijverij. Of die lichte falset die zich steeds weer laat opmerken, terwijl hij poëtische beslommeringen à la “The wind has made a coast of me / the dawn wears us like jewelry” (uit de titeltrack) de ether in stuurt.

Skullsplitter is de tweede plaat die Chenaux volledig solo opnam en volgt dan ook redelijk logisch in het stramien van Guitar & Voice. Was die plaat echter een bijzonder onevenwichtig ratjetoe van instrumentale improvisaties met strijkstok of fuzz en een handvol traditionelere liederen, dan neemt de songschrijverij op deze laatste plaat gelukkig wat meer de bovenhand. Neem bijvoorbeeld die titeltrack: een ode aan de winter doorbrengen in (al dan niet letterlijk) bezopen romantische toestand, terwijl de gitaar zodanig vervormd wordt dat het haast meer als een dreunend harmonium gaat klinken. Die klank wordt meteen verder gezet in “My Romance”, waar de vocalen echter vervangen worden door een quirky fuzz-solo, nog zo’n typisch handelsmerk. Opmerkelijk, maar het werkt wel.

De paar keren dat Chenaux dan toch weer zijn strijkstok bovenhaalt, is het slechts voor korte tussenwerpsels als “The Pouget” en “The Henri Favourite” (met zwalpende gitaarsolo erbovenop) die hier veel minder domineren. Nu ja, in “Le Vieux Favori”, een herneming van een oudere (veel sterkere) B-kant, slaat hij toch weer de bal behoorlijk mis en krijgen we enkele in essentie bloedmooie melodieën die de verdoemenis worden ingespeeld door Chenaux’ bizarre fixatie op het schriele gedreun van die strijkstok op gitaar.

Chenaux lijkt zijn niche dus helemaal gevonden te hebben. Waren eerdere platen klankmatig meer gedomineerd door het aftasten van de mogelijkheden met verschillende soorten begeleiding, zoals enkele hoogtepunten op Dull Lights en Sloppy Ground, dan is het sologebeuren nu duidelijk waar alles om draait bij Chenaux. Hij lijkt zich echter vaak te verliezen in dingen die vast erg leuk zijn om te spelen, maar niet altijd even boeiend zijn om te beluisteren. Er vallen wel enkele leuke momenten te rapen, zoals opener “Have I Lost My Eyes?”, de eerder genoemde titeltrack, het lieflijke “Summer & Time” en het haperende “Poor Time” (dat wel wat te lang doorjengelt). Het andere materiaal geraakt niet verder dan de stempel “verdienstelijk”.

Essentieel wordt het maar zelden bij Chenaux, zelfs niet wanneer hij zich herpakt ten opzichte van het zwakke Guitar & Voice. Zolang hij deze soloroute blijft bevaren, zien we bovendien geen beterschap in zicht. Misschien wordt het dan ook maar eens tijd om de man los te laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 7 =