Lucinda Williams :: Down Where The Spirit Meets The Bone

Een dubbelalbum, en al zeker een dubbel-cd, lijkt altijd wel een beetje een geval van overmoed. Wat dan te denken als een Americana-icoon als Lucinda Williams, die toch nooit de meest productieve artiest geweest is, plots uitkomt met een dubbelaar?

Het moet een geweldige opstoot van creativiteit geweest zijn want naast de nieuwe Down Where The Spirit Meets The Bone, ligt er klaarblijkelijk nog een nieuwe plaat op de plank. Een dergelijke creativiteit is opmerkelijk aangezien ze tussen haar beste platen Lucinda Williams (1988), Sweet Old World (1992) en Car Wheels On A Gravel Road (1998), overigens nog steeds een van de beste drieluiken ooit uit de Americana, steeds een zee van tijd liet.

Na het ietwat tegenvallende Blessed uit 2011 en problemen met haar vorige platenmaatschappij besloot Lucinda Williams dan maar het heft in eigen handen te nemen en haar platen uit te brengen op haar eigen, nieuwe platenmaatschappij Highway 20. Omdat ze nu zelf alle controle over haar eigen werk bezat en een hele resem nieuwe songs geschreven had, krijgen we op Down Where The Spirit Meets The Bone meteen een erg gulle selectie songs. Als er een rode draad door de songs loopt dan is het wel de blues, niet alleen muzikaal, maar vooral op tekstueel en thematisch vlak. Net zoals in de blues bedient ze zich in deze songs vaak van repetitieve tekstflarden. Hoewel ze academisch gezien niet de beste songschrijfster is, slaagt ze er wel in om rake observaties neer te pennen over het leven, de liefde en de maatschappij. Muzikaal blijft ze, net zoals op haar vorige platen, op het grensvlak tussen country, folk, blues en rock zitten, al is er meer ruimte voor gitaarsolo’s dan op haar vorige platen (vooral Greg Leisz is prominent aanwezig).

De meest opvallende song is meteen de opener “Compassion”. Hiervoor bewerkte ze een gedicht van haar vader, de dichter en literatuurprofessor Miller Williams, die vooral bekend werd toen hij een van zijn gedichten mocht komen voordragen bij de inauguratie van Bill Clinton. Alleen met een akoestische gitaar brengt ze een indringend pleidooi voor mededogen ten opzichte van de medemens (“You don’t know what wars are going on / Down there where the spirit meets the bone”). Meteen wordt er kippenvel aan de lopende meter uitgedeeld.

Lucinda Williams is afkomstig uit het diepe zuiden van de VS, wat overigens duidelijk hoorbaar is aan haar southern drawl, en ze behandelt de maatschappelijke problemen van daar ook in haar songs. Of het nu gaat over de raciale segregatie (“East Side Of Town”), onschuldig veroordeelden (het prachtige “West Memphis”, waarmee ze een traditie van naar steden genoemde songs hooghoudt) of abstracter in de op een groovy ritme drijvende southern gothic blues van “Something Wicked This Way Comes”. Dat laatste ontleent z’n titel trouwens aan een boek van Ray Bradbury.

Maar ook de liefde bezingt ze. Al sluipt ook hier de blues binnen, want het is niet allemaal rozengeur en maneschijn (het wel erg duidelijk getitelde “Cold Day In Hell”, “Burning Bridges”). “Stowaway In Your Heart” geeft dan weer een iets – maar ook weer niet té – positiever gekleurd beeld (“You don’t have to promise heaven or paradise / I’m a stowaway in your heart and that’s the prize”). De teneur over heel het album blijf echter eerder teneergeslagen. Getuige ook de ingetogen blues van “It’s Gonna Rain”, waarop Jakob Dylan en Bill Frisell een handje komen toesteken. Rootsmuziek die geen soul is, maar wel soul heeft. Veel opwekkender is de prachtsong “Walk On”, met een energieke melodie en een optimistische boodschap over geloven in je eigen kunnen.

Soms waagt ze zich ook aan een stilistische uitstap richting jaren ‘50 doo-wop (“Wrong Number”) of ouderwetse country honky-tonk (“This Old Heartache”). Zoals meestal bij een dubbelalbum was het de cohesie van het album ten goede gekomen als een paar overbodige songs in de kast waren blijven liggen. Zo is “Protection” een nogal banale rocksong. “One More Day” voelt, hoewel het geen slechte song is, vooral als vulsel aan en ook de lang uitgesponnen J.J. Cale-cover “Magnolia” is ietwat overbodig.

Met Down Where The Spirit Meets The Bone heeft Lucinda Williams haar status als een van de sterkhouders van de rootsmuziek nogmaals bevestigd. En ja, misschien had het een nog beter en coherenter album opgeleverd als ze alleen de allerbeste songs had geselecteerd. Maar wie kan er eigenlijk klagen dat er wat te veel muziek op een album staat, als het muziek is die recht uit het hart komt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + zes =