Michael Jackson :: Xscape

Op zijn tweede postume plaat klinkt Michael Jackson levendiger dan op zijn laatste twee platen bij leven. En relevanter, eerder dankzij dan ondanks zijn afwezigheid bij de afwerking van deze acht demo’s.

Nochtans hadden zelfs de meest rabiate fans — mensen waar je doorgaans meer bang dan meewarig naar kijkt — hun fakkels en rieken al ter hand genomen toen de release van Xscape werd bekendgemaakt. Michael was vier jaar geleden namelijk zo’n slick gedrocht dat te nadrukkelijk te allen prijze wilde cashen. Insinuaties dat niet alle vocals van Jackson zelf waren, werden nooit overtuigend weerlegd. Producer Tedd Riley, de Jackson Estate (die het muzikale patrimonium uitmel-, nee, beheert natuurlijk, beheert) en Sony moesten bakzeil halen, of alle plannen voor talloze postume releases konden door een valse start de prullenmand in. Op Xscape wordt het dus compleet anders aangepakt, met onder meer de demoversies van de originele nummers op de deluxeversie en een uitgebreide situering van de songs. Hier moet in de eerste plaats weer geloofwaardigheid gecasht worden, en het werkt. Het maakt van Xscape een veel interessantere oefening, maar meer dan dat wordt het niet.

Het grootste verschil met Michael is dat deze keer producers als Timbaland op zoek gingen naar hoe Jackson vandaag zou kunnen klinken in plaats van krampachtig vast te houden aan hoe Jackson de laatste jaren klonk. Daarmee bewees dat vorige album vooral dat de nog steeds genaamde King Of Pop (een titel die hij nooit zal verliezen omdat Popland meer een republiek geworden is dan dat er één rechtmatige troonopvolger is opgestaan) op de pechstrook van de hedendaagse popmuziek was beland, met achterhaalde R&B en een suikerlaag die het beste gebit aantastte. Dan deed de Queen Of Pop Madonna het ondertussen relatief beter, door telkens met de hippe producer van het moment in zee te gaan en zo op elke plaat een make-over te ondergaan. Daarmee is ze deze eeuw finaal trendvolger in plaats van trendsétter geworden, maar meer zit er voor rolmodellen van dertig jaar geleden nu eenmaal niet in. Een beetje realistisch blijven.

Al is het maar de vraag of de producers met Jackson in de studio zo vrij baan hadden gekregen. De manische perfectionist in hem bleef de laatste jaren meer dan ooit aan de laatste songs vijlen, zodat niet alleen de scherpe kantjes maar zachtjesaan ook alle bezieling eraan gingen. Kijk naar het veel te gladde Invincible, de sisser waarmee Jacksons officiële discografie eindigde. Van die sessies zijn “Chicago” en het titelnummer “Xscape” op deze plaat beland. Vooral “Chicago” was aan de demo te horen voorbestemd om in de stroom loft-R&B van dat album te belanden, maar wint aan pit door een stevig door synths aangedreven opbouw. Bovendien klinkt Jackson in dat nummer enorm scherp qua stem, variërend tussen glad wanneer hij achter een vrouw hengelt en kwaad wanneer ze hem blijkt te bedriegen. “Xscape” is helemaal gereanimeerd met energieke koperblazers, en had net als “Heartbreaker” en “2.000 Watts” rimpelingen op het water van Jacksons laatste plaat kunnen veroorzaken. Zoals gezegd: interessante oefening.

Overstijgt die oefening: single “Love Never Felt So Good”, dat op de demo met louter pianobegeleiding al blinkt als het andere goud uit begin jaren 80. Thriller had net aan de boom van de popmuziek geschud en Jackson sloeg aan het schrijven met Paul Anka. Zo zorgeloos en ongedwongen als toen heeft hij sindsdien nooit meer geklonken. Jackson blijft dan ook moeiteloos overeind in een weelderige productie met sierlijke strijkers die disco met soul verbinden, schmalz met groove — en leunt daardoor dichter aan bij Off The Wall. Een van de popnummers van het jaar — de overbodige versie met Justin Timberlake niet te na gesproken. Zo goed wordt het niet meer. Al toont “Love Never Felt So Good” wel de constante van deze plaat aan: productionele trucs en veelgelaagde arrangementen staan te allen tijde ten dienste van Jacksons stem, waar weinig aan gesleuteld is.

Zo krijgt “A Place With No Name”, oorspronkelijk meer een gimmick op basis van America’s “Horse With No Name”, een eigen, meer urgente popsmoel die soortgenoten vandaag recht in de ogen kan kijken. Daar ligt de verdienste van het producersteam Stargate, dat voornamelijk al songs van Rihanna, Katy Perry en Beyoncé van oren en poten heeft voorzien. Ook hier dringt de interessante “Wat als…?”-vraag zich op. Net als bij “Slave To The Rhythm”, dat Dangerous niet haalde, maar waar nu meer uit werd gehaald dan er toen in zat.

Nog zo’n voorbeeld van dat delicate evenwicht tussen het origineel bewaren en in het nu droppen, is het productionele titanenwerk op “Do You Know Where Your Children Are” — de song dateert van de sessies voor Dangerous, dus geen geval van gênante zelfspot — dat als demoversie verschrikkelijk gedateerd klinkt, maar in deze versie goed genoeg om in de officiële back catalogue van Jackson te belanden. Minder urgent: “Loving You”, waarvoor geen plaats was op Bad dat al een “Man In The Mirror” en “I Just Can’t Stop Loving You” had. En evenmin tussen het restjesmateriaal op de re-issue van twee jaar geleden: daarvoor was de oorspronkelijke eightiessound veel te gedateerd, en ook hier blijft het eerder voer voor de fans die ondertussen hun rieken en toortsen wel weer opgeborgen hebben.

Voorbij alle bedenkingen die u bij zulke uitgaven zelf wel kunt maken, is dit gewoon een goede popplaat, die Jackson relevanter doet klinken dan zijn vorige albums uit deze eeuw (Invincible, Michael. Als er dan toch nog poen moet worden geschept met zulke postume uitgaven, dan kan het maar beter op deze manier. Het doet benieuwen wat er nog meer in de kluizen ligt. Want het niveau van deze songs moet niet onderdoen voor dat van talloze troonpretendenten van nu. Laat hen maar dwalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − drie =