Johnny Marr :: The Messenger

A Godlike Genius: zo mochten U2, The Cure en Noel Gallagher zich (volgens een niet nader genoemd Engels muziekblad) al noemen. En nu dus ook gitarist Johnny Marr. Met de nadruk op gitarist , want weinigen kunnen die zes snaren zo juist, groots en meeslepend laten klinken als hij dat deed bij The Smiths (en later ook anderen). Als frontman echter verdient hij zulk een status bijlange nog niet, zo bewijst zijn solodebuut The Messenger

Pas vijfentwintig jaar na de split van The Smiths doet hij deze carrièremove. Dat is verdomd lang voor iemand die schitterde op mijlpalen in de Britse popgeschiedenis als The Queen Is Dead en Strangeways, Here We Come . Alsook meespeelde op platen van grootheden zoals onder andere Bryan Ferry, Talking Heads en The Pretenders. In de nineties was hij op de koop toe als snarenplukker nadrukkelijk aanwezig op succesvolle LP’s van notoire acts als The The en Electronicen gaf hij eigentijdse cultartiesten als The Cribs en John Frusciante een welgekomen duw in de rug. Hij weet ook nog steeds met de Amerikaanse rockers Modest Mouse hits te blijven scoren.

De gitarist Marr is ondertussen dus een legende. Weliswaar een gitarist die zich vooral ten dienste stelde van anderen want over zijn zangstem bleef hij lang onzeker. Door hem de backingvocals te laten zingen op de Stooges-cover “1969” was het uiteindelijk Chrissie Hynde die hem overtuigde van zijn kwaliteiten als zanger. Tien jaar geleden deed hij onder het nom de plume Johnny Marr & The Healers als frontman met Boomslang dan ook een gooi naar wereldfaam, maar dat mislukte jammerlijk. Terwijl geniale vagebonden als The Happy Mondays en Stone Roses zich te Manchester in één of andere afterclub vrolijk maken over de megadeals die ze voor een handjevol reünieconcerten onder hun bepoederde neuzen geschoven kregen, onderneemt John Martin Maher met The Messenger nu dus poging nummer twee. Een nieuwe samenwerking met Morrissey, Andy Rourke en Mike Joyce zal er immers nooit meer komen.

Waarschijnlijk mede daarom is The Messenger een rinkelende en jengelende, loepzuivere en groots klinkende gitaarplaat geworden waar Smiths-fans in 1994 een moord voor hadden begaan. Met zijn getunede britpop-sound zou het album toen immers geduchte concurrentie geweest zijn voor Oasis’ Definitely Maybe of the Verve’s A Storm in Heaven . In 2013 klinkt deze mix van melancholische jaren ’80- pop en sloganeske seventiespunk echter iets of wat gedateerd. Maar die kritiek zou Marrs koude kleren niet raken; nieuwe zielen voor zich winnen, daar was het hem (naar eigen zeggen) niet om te doen, de plaat is gemaakt voor de oude fans.

En dus klinkt het snedige “I Want The Heartbeat” als een vertrouwde mix van Oasis en The Smiths en het titelnummer, met zijn melancholische zanglijn en sierlijke beat, vaagweg als iets van Electronic. Het springerige en aanstekelijke “Upstarts” zal ongetwijfeld bij elke azijnpisserige white-collar worker een gelukzalige glimlach om de mondhoeken toveren. Althans bij de gedachte dat hij na het uitklokken loos kan gaan op het The Jam-achtige duo “Generate! Generate!” en “Sun & Moon”.

”Say Demesne” is een hoogtepunt én een Echo & The Bunnymen-achtige ballad die de grandeur van het Victoriaanse hotel de ville van Cottonopolis verklankt. En met het lief vanop Beetham Tower en tijdens het prachtige “New Town Velocity” “The Belly and the guts of the nation” (Manchester volgens George Orwell) overschouwen is ook een aanrader. Maar de rest van dit debuut is slechts opvulsel en we menen dan ook de “ Waarheid en niets anders dan de waarheid” te kennen waarom deze Mancunian zo lang talmde om op de voorgrond te treden: hij is een matig zanger en songschrijver.

”The world won’t listen?“, we hopen van niet. Maar een wereldplaat is The Messenger alles behalve.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + een =