Werchter 2024 :: Een polokraag met een stadionverbod

, ,

“Na regen komt Rock Werchter”,  zo wil toch het oude gezegde. En dat is dit jaar niet anders: na twee maanden quasi onophoudelijk in de drets mogen we vanaf vandaag de eerste zomerse zonnestralen komen vieren in de tuin van Herman Schueremans. Wij maken ons dus maar al te graag op voor vier dagen aan lauwe Mexicano’s, fletse festivalpils, en vooral heel veel muziek.

Donderdag 4 juli :: Het Olympisch record crowdsurfen

“Het is toch altijd een beetje thuiskomen hé, op deze Heilige Wei.” Het is een cliché zo hoog als een huis, maar daarom niet minder waar. Vanaf de eerste stappen op Werchterse bodem rúík je gewoon dat er vandaag weer wat staat te gebeuren – al kan dat ook gewoon de bierwalm zijn.

Schueremans had trouwens geen betere dag kunnen kiezen om zijn jaarlijkse tuinfeest op gang te trappen: het zonnetje brandt zonder te snijden, en de festivalweide ligt er nog opvallend maagdelijk bij. Ook leuk: deze openingsdag is als enige van de vier niet uitverkocht, waardoor er de hele dag een soort rustige gezapigheid over het terrein hangt. Een beetje zoals vroeger dus, in de tijd voordat De Schuer steeds weer ergens een kier of spleet vond om nog wat festivalgangers bij te proppen.

Niet dat wij veel tijd krijgen om van de rust te genieten: er moet immers gewerkt worden. Als de gesmeerde bliksem naar The Barn, dus, waar de zwierige synthpop van Eefje de Visser een eerste verwoede poging onderneemt om de heupgewrichten los te weken. Dat lijkt aanvankelijk wel goed te komen: de band zit strak in het zwart, het decor heeft iets van Twin Peaks, en bij wijze van opener keilt de Nederlandse er meteen een bloedgeil “Bitterzoet” tegenaan. Het is de zangeres duidelijk menens: voor we het goed en wel beseffen, volgt naadloos een verbluffende versie van haar andere monsterhit “De parade”, waarna het broeierige “Zwarte zon” het startsalvo mag beklinken. Openen met drie van je strafste songs, aan cojones heeft mevrouw De Visser duidelijk geen gebrek.

Haar kruit is zo helaas ook wel erg snel verschoten. De hoekige beats van “Storm” laten de tent nog wel even stinken naar een zweterige club, maar de andere nummers surfen maar al te vaak op datzelfde kabbelende golfje. Het is heerlijk schuifelen, maar echt gevaarlijk wordt het nooit. Toch weet de zangeres in de slotfase nog tweemaal te scoren: eerst met een ongemeen dreigend “Stilstand”, daarna met die wervelende choreografie in een breed uitgesponnen “Lange vinnen”. Eefje De Visser komt zo eindelijk op kruissnelheid. Jammer dat haar set er dan al op zit.

Nostalgische zielen die genoeg hebben van dergelijk etherisch synthesizergewauwel kunnen vandaag terecht in Klub C, waar The Smiths-veteraan en gitaargod Johnny Marr het podium bestijgt. Amper twee nummers ver in de set – wanneer Marr de Smiths-parel “Panic” bovenhaalt – krijgen we de bevestiging van wat we eigenlijk al wisten: u bent hier voor The Smiths, en voor The Smiths alleen. De puike Britpop van “Armatopia” of de flitsende disco van “Spirit Power And Soul”, het zal u allemaal worst wezen: het zijn de onsterfelijke riffs van “This Charming Man” en “How Soon Is Now” die door u op euforisch gejoel worden onthaald. En u heeft daarin overschot van gelijk.

Hoe je het ook draait of keert, het eigen werk van Marr steekt immers wel heel bleekjes af tegenover de reeks knallers die hij en Morrissey destijds neerpenden. Een popsong als “Easy Money” blijkt live nog wel te werken, maar tijdens een langdradig “Getting Away With It” van New Order-zijproject (met Marr) Electronic wordt het ongeduldige tandengeknars in de tent bijna hoorbaar: “Waar blijft die volgende Smiths-klassieker?” Die komt er uiteindelijk in de vorm van “There Is A Light That Never Goes Out”, een song die bijna veertig jaar later nog steeds een hele festivaltent op de knieën krijgt. De luizige – en volstrekt overbodige – cover van Iggy Pops “The Passenger” zullen we er maar voor lief bij nemen, maar dat daardoor klassiekers als “Bigmouth Strikes Again” op stal bleven, krijgt zelfs een Willy Persyn aan niemand verkocht.

En dan valt de nacht kortstondig in diezelfde Klub C, waar de klasbakken van Slowdive hun status als hogepriesters van de shoegaze komen bevestigen. In tegenstelling tot Johnny Marr hoeft dit vijftal niet te teren op vergeelde nostalgie: de twee platen die de band uitbracht sinds hun wederopstanding in 2017 haalden vlotjes het torenhoge niveau van de jaren negentig. De openingspreek komt vanavond in de gedaante van “Shanty”, de dromerigste paddenstoelenwolk vanop hun laatste worp. Het door een The Cure-gitaartje aangedreven “Star Roving” mag vervolgens de messen slijpen, waarna de gitaarmuur in “Catch The Breeze” ze een eerste maal vakkundig in uw oorschelp boort. Geprezen zij De Heer voor het bestaan van oordoppen.

Sfeervol gitaargepingel volgt in “Crazy For You”, waarna de monumentale bas in “Souvlaki Space Station” onze trommelvliezen nog maar eens aan gort rijt. De geluidsmix is vanavond kraakhelder – subtiel wanneer het kan, overrompelend wanneer het moet – en daar plukt de band duidelijk de vruchten van. Nog een vaststelling: shoegaze behoort niet langer enkel toe aan zwartzakken in een versleten Unknown Pleasures-T-shirt, ook de jongere generatie is hier vandaag talrijk aanwezig. TikTok-hitje “Sugar For The Pill” wordt zo door de jeugd verwelkomd als een oude vriend, en ook “Kisses” – dreampop van het hoogste karaat – krijgt jong en oud moeiteloos aan het waggelen.

In de finale krijgen we nog een zinderend “Alison” – een rookpluim waarin gepijnigd liefdesverdriet schuilgaat – en een gejaagde versie van de machtigste aller shoegaze-klassiekers “When The Sun Hits”. Met de beeltenis van Syd Barrett op de schermen brengt de groep nog een oorverdovend “Golden Hair” als slotakkoord. Slowdive speelde hier op Rock Werchter nog maar eens een kathedraal van een set. Wie bij Dropkick Murphys stond, had twee keer ongelijk.

De orkaan is nog maar net gaan liggen, of PJ Harvey staat al op het punt om aan haar liturgie te beginnen. En dus spurten wij Kim Gevaert-gewijs naar The Barn in de hoop nog een glimp op te vangen van al het moois dat de zangeres uit haar hoge heksenhoed tovert. En dat is in de eerste helft vooral de zwartomrande – en bijzonder fraaie – folk uit haar recentere werk: “Prayer At The Gate” is bezwerend donker, en ook “The Nether Edge” is akelig mooi. Met het daaropvolgende drieluik uit Let England Shake krast Harvey dan weer de oude wonden van het Europese oorlogsverdriet open. Zeker in die laatste “The Words That Maketh Murder” kruipt de zangeres op plaatsen waar u het liever niet heeft. Nee, voor wat luchtige festivalmuziek bent u vandaag bij PJ Harvey aan het verkeerde adres.

De doorzetter krijgt evenwel een machtig optreden geserveerd. Harvey dartelt als een engel over het podium in haar witte jurk; iedere noot die uit haar keelpijp ontsnapt weer even loepzuiver. Haar bandleden zien er dan wel uit als een kransje Brusselse galeriehouders, spélen kunnen ze verdorie als de beste. Van de dolle razernij in het gloeiende “50ft Queenie” tot de strakke groove in het trippy “The Garden”, muzikaal valt er bij deze heren geen speld tussen te krijgen. “The Desperate Kingdom Of Love” brengt de zangeres dan weer wel zonder haar groep, en ook dat was verpletterend in haar eenvoud.

In het slot dan toch nog maar even een rondje knallen: “Dry” rockt als vanouds, “Down By The Water” klinkt weer als een duiveluitdrijving, en in de de zanderige afsluiter “To Bring You My Love” kan je het brandende verlangen bijna proeven. “Het wordt betoverend”, zwoer Fien Germijns vanmiddag voor Eefje De Visser aan haar set begon. Je van artiest vergissen is menselijk.

Voor wie deze donderdag nog even lekker wilde stampen, is het vanavond aan The Slope te doen. Met het Ierse The Clockworks staat er omstreeks zonsondergang immers een venijnig potje postpunk op het menu. Vergeet de piano en de pathos van op hun verder voortreffelijke debuutplaat: frontman James McGregor – die sowieso wel iets heeft van een dealer in dubieus koopwaar – handelt vanavond enkel in mokerslagen en uppercuts. Het viertal schiet uit de startblokken met een witheet “Endgame”, waarna een minstens even bitsig “Bills & Pills” volgt. De potente Arctic Monkeys-punk van “Mayday Mayday” bekeert vervolgens de laatste ongelovige: de gitaren knarsen en piepen weer als vanouds; het risico op gebroken botten is weer wat groter.

Het in tandem gebrachte “Advertise Me” en “Feels So Real” klinken een stuk gebalder dan op plaat, en ook nieuwtje “Blood On The Mind” lijkt opgegraven uit een donkere grafkelder. Enkel “Lost In The Moment” – wij moeten altijd aan Amy Macdonald denken – is gewoon nog steeds een onvervalste popsong. En een verdomd goeie ook. Eindigen doet de band voorspelbaar, maar daarom niet minder sterk, met een alles verschroeiende versie van het nu al iconische “Enough Is Never Enough” – als laatste trap in het kruis voor u weer naar de gewone wereld mag. Zelfs zonder hun toegankelijke stadionsongs heeft het viertal hier op Rock Werchter vast wat zieltjes gewonnen.

En van de ene hooligan rechtstreeks over naar die andere in Klub C: ligt het aan ons of ziet Mike Skinner – ook wel The Streets genaamd – er steeds meer uit alsof hij meerdere stadionverboden met zich meezeult? Met die polokraag zo arrogant in de lucht, en die blik voortdurend op onweer. Ook in de eerste paar songs lijkt het er inderdaad op dat de rapper enkel maar naar hier is gekomen om wat klappen uit te delen. “Turn The Page” begint zo nog heerlijk theatraal, maar “Who’s Got The Bag” en vooral “Let’s Push Things Forward” hebben meer weg van een uit de hand gelopen straatgevecht. Heel even denken we dat we hier naar het concert van het jaar staan te kijken, maar net als bij het betere voetbalgeweld blijft het slechts bij een sterk staaltje bluffen.

Want hoe straf de set ook begon, zo snel stuikt ze na het openingstrio als een mislukte shepherd’s pie in elkaar. Skinner heeft zo de nare gewoonte om al zijn songs te verzuipen in een troebele brij van teringluide beats. Van de nochtans puike liveband die de rapper heeft meegebracht, valt bijgevolg maar weinig meer te merken. Wat ook niet helpt, is dat Skinner het plan heeft opgevat om hier vanavond het zogenaamde olympisch record crowdsurfen – over de gehele breedte van Klub C – te verbreken. Een heel optreden lang kan de rapper maar niet zwijgen over zijn nakende recordpoging, en dat begint al snel behoorlijk te vervelen. Na een manisch “Fit But You Know It” is het in de bisronde eindelijk zo ver: het olympisch record crowdsurfen sneuvelt. Maar ach, wij geven er dan al lang geen zier meer om. Gelukkig dat de knullige recordpoging begeleiding krijgt van songs als “Blinded By The Lights” en “Take Me As I Am”, zo hebben wij er toch nog iets aan.

“Are you ready to be champions, or are you fucking losers?”, vroeg de rapper nog ergens halfweg de show. Eerlijk, Mike? Wij weten het ook niet meer.

En zo zit de eerste festivaldag er alweer op. Het mocht vandaag dan wat de de oude zakken-dag van de editie zijn, het waren toch die heren op jaren die vaak het meest wisten te overtuigen. Voor het jongere geweld is het nog even wachten tot zaterdag. Benieuwd wat dat zal geven.

Beeld:
André Joosse

verwant

Rock Herk 2024 :: Lieve jongens zonder schaamte

Een jarig festival vraagt om een feestje, Rock Herk...

Cactus Festival 2024 :: De mooist gebalde vuisten

Eén headliner had Cactus Festival nodig om dit jaar...

Slowdive

4 juli 2024Rock Werchter

Johnny Marr

4 juli 2024Rock Werchter

Live /s Live 2024 :: Van kibbeling naar kabbeling

Voor de derde keer eist Live /s Live zijn...

recent

Rock Herk 2024 :: Lieve jongens zonder schaamte

Een jarig festival vraagt om een feestje, Rock Herk...

Fremont

“Mensen met herinneringen schrijven de mooiste dingen.” Dat krijgt...

Luigi Critone & Gipi :: Aldobrando

De Italiaanse vakmannen Luigi Critone en Gipi maakten van...

Haruki Murakami :: De stad en zijn onvaste muren

In 1987 brak Haruki Murakami (1949) door met zijn...

Bart Schoofs :: Morgen weer een brt – Kind aan huis

Online mag Bart Schoofs dan behoorlijk aanwezig zijn met...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in