Sigur Rós :: Valtari

Sigur Ros heeft zich nooit echt bekommerd om publieksverwachtingen en de toegankelijkheid van hun albums, maar Valtari zal vele wenkbrauwen doen fronsen. Al is er zeer veel schoonheid te rapen voor de volhouders.

Wie via de uptempo bommetjes van levensvreugde op Med Sud im Eyrum Vid Spilum Endalaust of Jonsi’s soloplaat Go kennismaakte met het Sigur Ros-universum, zal even moeten slikken van de trage, kale, melancholische klanktapijten op Valtari. Geen extra stap richting publieksvriendelijke en stadionvullende pop dus, maar ook wie zat te hopen op een terugkeer naar de beladen dreiging en crescendo’s van ( ) is er grotendeels aan voor de moeite. Op wat erg subtiele uitbarstingen na, volgt enkel “Varud” enigszins het gekende Sigur Ros-stramien.

Op blogs en internetfora zagen we Valtari dan ook al meermaals gèneloos de grond in geboord worden, omdat het een saai album zou zijn, zonder gitaaruitbarstingen of poppy refreintjes. En inderdaad, Valtari brult nooit “HALLO! ER GEBEURT WAT!!!” in je oor. Er gebeurt echter voortdurend ontzettend veel, maar meestal te traag of te kort om op te vallen na één beluistering met de vinger op de ‘skip’-toets en de verwachting op “donderende climax’.

Niet dat we echt verrast moeten zijn, want het vooruitgestuurde ”Ekki Mukk” viel al op door de weidse, subtiele productie die op het eerste gehoor wat richtingloos lijkt voort te meanderen, maar bij elke beluistering overtuigender door het ruggenmerg zindert. En door de glinsterende wolken zang en gitaarnoise, die samen met een zachte pianoaanslag de plaats van donderende drums en ontploffende gitaarversterkers hebben ingenomen.

”Daudalogn” mondt dan weer uit in galmende strijkers en een minimalistisch koortje (Arvo Pärt iemand?) dat naadloos overgaat in de onversneden schoonheid van “Vardeldur”. Neem de Heima-versie van “Samskeyti” (derde track op ( )), vertraag het nog wat, laat een strijker met lange halen erdoorheen schommelen en bouw voorzichtig laagjes ambient en noise op die ongemerkt tot zang muteren. Het vrolijk rondhossen van “Gobbledigook” of “Hoppipola” is wel erg ver weg, maar wie ooit geraakt werd door (we noemen even wat) het debuut A Silver Mt Zion, zal graag in deze twaalf minuten verdwalen.

De laatste twee tracks lonken nog compromislozer naar (donkere) ambient, hedendaags klassiek en krakende en ruisende noise. “Valtari” en “Fjögur Piano” lijken in zowat niets op de muziek die Sigur Ros de voorbije jaren festivals deed headlinen, maar sluiten mooi aan bij de geluiden van Ben Frost of Johan Johansson. Waarmee de band opvallend weer aansluiting vindt bij de IJslandse muziekscene, terwijl ze met hun vorige album een gooi naar Coldplay-supersterdom leken te doen. Een verrassende wending, die respect verdient.

Valtari werkt niet bij de eerste beluistering en al zeker niet op de achtergrond bij het schoonmaken. De schoonheid en de kracht van dit album (en dan vooral nog de tweede helft) komen pas echt tot hun recht als de muziek alle ruimte krijgt; nachts, met enkel een flikkerende kaars als afleiding. Het is een album dat zeer schuchter aandacht vraagt. Geen bombast maar subtiliteit: een album als een impressionistisch schilderij dat slechts met mondjesmaat de schakeringen en patronen in een op het eerste zicht eenvormig kleurenpalet prijs geeft. Een album dat uw volle aandacht verdient, ver weg van shufflefuncties, voorbijrazend verkeer of drops. 54 minuten traagheid, uitgespreid over 8 tracks. Uw aandachtsspanne wordt tot haar limieten getest, maar het is een formidabele ontdekkingstocht in deze wereld van ruis, gekraak en af- en aanwaaiende strijkers en koren. Een verademing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =