We Need to Talk about Kevin


Elk jaar is er wel één opvallende arthouse
film die er in slaagt om de overstap te maken naar het grote
publiek. Een film die geen toegevingen doet aan de commerce, die
moeilijk en eigenzinnig is, maar die toch de doorbraak naar de
mainstream weet te maken. Het is nog te vroeg om het met
zekerheid te zeggen, maar afgaande op de haast extatische reacties
van filmfestivals overal ter wereld, zou ‘We Need to Talk About
Kevin’ wel eens die prent kunnen zijn voor 2011. Het zou in ieder
geval niet onverdiend zijn. Regisseur Lynne Ramsay, die ons in het
verleden al van de sokken blies met ‘Ratcatcher’, heeft hier een
bijna ondraaglijk intens drama gemaakt over de gebroken levens die
achterblijven na een school shooting – in casu, het leven
van de moeder van de dader.

Tilda Swinton speelt Eva, een ex-wereldreizigster
die tegenwoordig een reisbureau uitbaat. Ze trouwt met de koddige
Franklin (John C. Reilly) en al gauw wordt ze zwanger – geen
vuiltje aan de lucht, zo lijkt het, tot zoontje Kevin (als tiener
gespeeld door Ezra Miller) geboren wordt. Al vanaf de geboorte
ontwikkelt Kevin zich tot een moeilijk kind, dat uiteindelijk zelfs
psychopatische trekjes begint te vertonen. Als baby huilt hij
onophoudelijk en als kleuter koeioneert hij zijn moeder door
simpelweg te weigeren om zindelijk te worden. Het leven wordt een
voortdurende machtsstrijd tussen Eva en haar zoon, die pas echt uit
de hand loopt wanneer er een tweede kind wordt geboren: het
schattige dochtertje Lucy. Franklin lijkt zich van geen kwaad
bewust te zijn; voor hem speelt Kevin de perfecte zoon. Maar
ondertussen wordt de sfeer steeds bitsiger en angstaanjagender.
Kevin maakt alles kapot dat hij in zijn handen krijgt en hij
scheldt zijn moeder uit voor rotte vis – niet in woede of uit
frustratie, maar op een kalme, berekende manier, die specifiek
bedoeld is om Eva zo hard mogelijk te kwetsen. Op zijn zestiende
verjaardag richt Kevin een bloedbad aan op zijn school. Eva blijft
achter met de scherven van een gebroken leven.

En die scherven mag je eigenlijk best letterlijk
nemen. ‘We Need to Talk About Kevin’ heeft een non-lineaire
structuur, die ruwweg opgebouwd wordt uit de herinneringen van Eva
aan haar leven met haar zoon. We beginnen het verhaal na de
slachtpartij op de school. Eva is persona non grata in
haar gemeenschap, alsof ze zelf verantwoordelijk is voor de doden.
Ze sluit zich op in een deprimerend huisje en zoekt troost in veel
te veel wijn. Van daar keert ze mentaal terug naar het verleden,
zodat we het hele verhaal te zien krijgen in een losse
flashbackstructuur. Scènes worden soms los van de chronologie aan
elkaar gemonteerd, wat de indruk geeft dat de hele film in feite
één lange monologue intérieur is. Tijdens de eerste tien
minuten maakt dat de prent zelfs ietwat moeilijk om te volgen:
beelden worden associatief aan elkaar geplakt, Ramsay geeft ons een
onbehaaglijke sfeer en het idee dat er iets extreems is fout
gelopen in het leven van haar hoofdpersonage, maar ondertussen
springt ze ook behoorlijk van de hak op de tak. Het is pas daarna,
eens Eva’s rusteloze geest is teruggekeerd naar de periode van haar
zwangerschap, dat de film kalmeert en een soort narratief ritme
vindt. Het blijft allemaal een opeenvolging van flashbacks en
flashforwards, maar wel met een duidelijke lijn er in, die
onhoudbaar toewerkt naar de centrale tragedie van het verhaal.

In opzet kan je ‘Kevin’ dus vergelijken met Gus Van
Sants dromerige ‘Elephant’, maar het is de focus op de relatie
tussen moeder en zoon die deze film zijn eigen identiteit geeft. De
centrale vraag is of Kevin effectief born bad is, een kind
dat vanaf de wieg al voorbestemd was om een sociopaat te worden, of
dat de opvoeding er voor iets tussenzit – en bijgevolg, of Eva zelf
mee de schuld draagt voor wat er is gebeurd. Ze voelt zich in ieder
geval mede verantwoordelijk, wat verklaart waarom ze obsessief haar
relatie met Kevin blijft overlopen en nu, na de feiten, zichzelf
bloot blijft stellen aan de haat van haar omgeving (waarom verhuist
ze niet gewoon en waarom blijft ze haar zoon bezoeken in de
gevangenis?).

Ramsay geeft dat alles vorm in een hypnotiserende
film, die bewust kiest voor een benauwende, bijna claustrofobische
aanpak. In vrijwel elke scène zien we Eva en Kevin samen – we
krijgen nooit een moment waarop die twee personages, die elkaar zo
lijken te haten, even respijt van elkaar krijgen. Het gevolg is dat
je op den duur ook het gevoel krijgt opgesloten te zitten in dat
huis met die twee mensen. ‘We Need to Talk About Kevin’ heeft een
obsessieve kwaliteit, die versterkt wordt door het gebruik van
herhalingen. Herhalingen van situaties – nog eens proberen
om Kevin zover te krijgen een bal terug te rollen, nog
eens zeggen dat hij op het potje moet gaan, nog eens
proberen om in jezelf het moederinstinct op te wekken waarvan je
weet dat het er theoretisch zou moeten zijn – en herhalingen van
visuele motieven: het voortdurende gebruik van de kleur rood, de
close-ups van Kevin die, veelbetekenend, morphen in een
close-up van Eva enzovoort. Ramsay heeft hier een verstikkende film
gemaakt, die je bijna letterlijk de adem beneemt.

De acteerprestaties maken daar integraal deel van
uit. Tilda Swinton, die ook dienst deed als producente, zet een
zoveelste doorleefde prestatie neer als Eva. Zonder te vervallen in
hysterische schreeuwpartijen, toont ze een ongelooflijke emotionele
intensiteit. John C. Reilly heeft een makkelijkere rol als
liefdevolle vader die niet echt lijkt te beseffen wat er aan de
gang is in zijn eigen huis, maar hij vult die meer dan behoorlijk
in. En dan is er Ezra Miller als Kevin tijdens zijn tienerjaren,
die effenaf scary as hell is met een ijskoude vertolking.
In principe kan je de makers verwijten dat ze Kevin zwart-wit
afschilderen als een geboren psycho, in wie niets goeds te
vinden valt. Maar ten eerste is ook dat, in zijn ogenschijnlijke
simplisme, een fascinerend idee: dat er af en toe mensen worden
geboren die doodeenvoudig niet deugen. En ten tweede is de hele
film gekleurd door de herinneringen van Eva, waardoor er geen
objectieve waarheid in terug te vinden valt.

Ik ben niet zeker of ik ‘We Need to Talk About
Kevin’ zo meteen opnieuw wil bekijken – je hebt achteraf het gevoel
door een emotionele mangel te zijn gehaald. Maar het is wel enorm
beklijvende cinema, knap gestructureerd en in beeld gebracht, en
met enkele acteerprestaties die je nog lang zullen bijblijven.

Extra op dvd: trailer, interviews met cast en regisseur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + zeven =