The Tree of Life




Geen film waar dit jaar zo hard naar werd uitgekeken als de
laatste worp van notoir traagfilmer – deeltijds cineast,
full-time filosoof en poëet – Terrence Malick; de
believers omdat een nieuwe Malick voor hen per definitie
al een verheffend stuk pure kunst is, de non-believers
omdat ze in hun handen konden wrijven met het vooruitzicht om hem
tot op het bot af te breken. Iedereen die ergens tussen die
extremen bengelt – reken ondergetekende daar gerust bij – was al
bijna evenzeer in de ban van het mysterieuze ‘The Tree of Life’,
dat (goed of slecht) in ieder geval een evenement beloofde
te worden. En boy, did it ever: ‘The Tree of Life’ is
zonder twijfel de meest ambitieuze film sinds Kubricks ‘2001: A
Space Odyssey’. Al lijkt Malick ondertussen zo ver in de kosmos te
zweven dat de gemiddelde kijker hem in zijn transcendente
gedachtenwolken niet zal kunnen volgen.

Voor zover ‘The Tree of Life’ een plot heeft, speelt zich die af
in buitenstedelijk Amerika tijdens de jaren ’50. Brad Pitt is een
liefdevolle, maar hardvochtige vader die zijn kinderen probeert te
behoeden voor de gevaren van het leven. Jessica Chastain is diens
vrouw, die gelooft dat alleen door zachtaardigheid en vergiffenis
een waardevol bestaan kan worden uitgebouwd. Vader volgt de weg van
de natuur (instinct, eigenbelang en hardheid zijn belangrijk),
moeder die van de gratie (wie zelf goed is, leidt ook een goed
leven). Te midden van die symbolische strijd zoekt de jonge Jack
(een indrukwekkende Hunter McCracken) naar zijn plek in de wereld;
naarmate hij ouder wordt, mijmert hij over de betekenis van het
Kwaad, de rol van God in het universum en de mens in al zijn
ambigue aspecten. Later in zijn leven (wanneer hij door Sean Penn
gespeeld wordt) is hij nog altijd fel bezig met die vragen.

Op zich al genoeg stof om een gemiddelde cursus filosofie mee te
vullen, maar Malick acht het nodig om tussen die twee (onderling al
chronologisch verkapte) verhalen ook nog eens beelden van – hou u
vast – het ontstaan van de wereld te voegen. Jep, dat mag
u nog eens herlezen, maar u zat de eerste keer wel degelijk juist.
We zien cellen muteren, vulkanen uitbarsten, water ter aarde
storten, kwallen in de oceaan, bloedbanen in vol ornaat en zelfs
enkele fucking dinosauriërs. Digitale dino’s in een film
van Terrence Malick… Enfin, u begrijpt best wel waarom wij in de
bioscoopzaal even een verbaasd “qué pasa?!” uitsloegen. De
bedoeling is duidelijk: de tree of life is een concept dat
ervan uitgaat dat alle leven op aarde essentieel terug te voeren
valt op één oerelement. Alles komt ergens vandaan en als je maar
ver genoeg teruggaat in de tijd, zie je dat in feite alles
met elkaar verbonden is. ‘The Tree of Life’ gaat over het Leven.
D’uh.

Heel die bazaar wordt naar goede gewoonte gepresenteerd in
adembenemende natuurbeelden, waarin de mens als individu maar een
perifere rol speelt; het gaat Malick niet om zijn personages maar
om de Ideeën, de Conflicten en de Problemen waarvoor die personages
symbool staan. ‘The Tree of Life’ draait als puntje bij paaltje
komt over de Mens, niet over mensen. En het concept “de Mens”, daar
stelt Malick zich serieus wat vragen bij, zeker als hij er de
Natuur en God ook nog eens bij sleurt. Wat is de aard van de mens?
Hoe verhoudt de mens zich tot de natuur? Hoe kunnen wij God zien?
Wat is het Goede? En als wat wij van God kunnen zien, niet past in
onze traditionele opvatting van het Goede, kunnen we er dan van
uitgaan dat God niet per definitie Goed is? En wat wil dat dan
zeggen over de moraliteit van de mens? Kunnen wij ons überhaupt
ontrukken van onze natuurlijke impulsen? Enzovoort, enzoverder.

Allemaal vragen die in zijn hele oeuvre doorschemeren, maar
nergens zo sterk naar de oppervlakte komen als in ‘The Tree of
Life’. Dat Malick die vragen stelt: oké. Ambitieuze en
lichtjes protserige films mogen er ook zijn en typevoorbeeld ‘2001’
geldt nog altijd als een van de beste films ooit gemaakt. Het is
alleen enorm spijtig dat Malick die diep-, diep-, diépgaande inhoud
niet op een geloofwaardige manier weet te koppelen aan de rest van
zijn film. De beelden van het ontstaan van de wereld zijn weinig
meer dan holle mooifilmerij, Sean Penn komt hooguit tien minuten in
beeld en heeft volstrekt niets te doen (in elke scène waarin hij te
zien is, lijkt hij gewoon te wachten op regie-instructies), en de
vragen die de personages zich stellen, lijken nooit uit hún mond te
komen. Malick is immer en altijd degene die aan het woord is,
waardoor ‘The Tree of Life’ al snel iets begint weg te krijgen van
een masturbatiesessie van haar regisseur.

In de jaren ’70 kon Malick (in ‘Badlands’ en ‘Days of Heaven’,
nog steeds twee adembenemende meesterwerken) zijn ijle prietpraat
nog binnen de perken houden door twee keer een jong, naïef meisje
aan het woord te laten. Die voice overs zijn oprecht poëtisch en
passen bij het gefragmenteerde, mijmerende karakter van de films.
Sinds ‘The Thin Red Line’, echter, vervalt de man steeds meer in
het soort pseudo-diepzinnige nonsens dat u ook kan meepikken
tijdens een shakra-sessie van Ingeborg. Er is een verschil tussen
poëzie en poëtische platitudes die klinken als poëzie, maar daar is
Malick vooralsnog niet achter gekomen. En doordat die vaak
schabouwelijke overpeinzingen in de mond van de personages worden
gelegd, leef je meteen veel minder met hen mee. Da’s zeker gezien
de pakkende prestatie van Brad Pitt (geef die mens eindelijk eens
een Oscar!), uitzonderlijk spijtig.

En er zát nochtans een enorm aangrijpend verhaal in ‘The Tree of
Life’. Doordat in het begin van de prent wordt meegegeven dat het
kleine broertje van Jack zal sterven op zijn negentiende, krijgt
heel de episode uit de kindertijd (bijna negentig percent van de
totale film) een droevig memento mori-kantje. Verlies staat heel de
film lang centraal; alles dat in beeld wordt gebracht staat
enerzijds voor de mystieke kracht van de natuur, anderzijds voor de
onvermijdelijke vergankelijkheid van alle leven. Volledig focussen
op Jacks kindertijd – in plaats van hoogst overbodig, vaak
potsierlijk heen en weer knippen naar dino’s, Sean Penn en ander
ongedierte – had de film goed gedaan. Dan nog flink wat snoeien in
de vermaledijde voice overs, en Malick had een nieuw meesterwerk
kunnen afleveren. Nu is ‘The Tree of Life’ op zijn best een
beklijvende, eigenzinnige kunstfilm, op zijn slechtst metafysische
postkaartcinema (inclusief glibberige new age-finale). Al
blijven de hallucinant mooie beelden (alleen Malick kan een
rotsformatie weergeven als was het een zijden doek) veel
goedmaken.

‘The Tree of Life’ is – als we al het voorgaande even in acht
nemen – zonder twijfel interessanter en uitdagender (zij het
tegelijk ook pretentieuzer en pedanter) dan 99% van wat u dit jaar
te zien zult krijgen. Helaas probeert hij de godganse tijd zóveel
te vertellen, op zóveel verschillende niveaus en met zóveel
spirituele onzin dat hij in the end jammerlijk
nietszeggend, stuurloos en leeg dreigt te worden. This is
ground control to Major Terrence
: u mag nú terugkeren naar de
aarde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =