Twee jaar geleden was er Mark Wahlberg die met Arthur the King zijn bijdrage leverde aan het vooral in de zuidelijke VS zeer populaire genre van de ‘man and his dog’ film. Een paar jaar eerder was er ook al Harrison Ford in Call of the Wild, en als we verder teruggaan Jim Belushi in K-9 en K-911 en nog langer geleden Disney-producties zoals Nikki, Wild Dog of the Nord en het nog steeds aandoenlijke Old Yeller. Ik vergeet er dan nog tientallen, om nog maar te zwijgen over het feit dat films over honden eigenlijk al van in de stille periode – Rescued by Rover uit 1905 bijvoorbeeld – zeer populair waren, met viervoeters die echte sterren werden met eigen fanmagazines, iets waar bijvoorbeeld Anke Brouwers het over heeft in haar boek Mooi Zijn en Zwijgen uit 2021.
Ditmaal is het de beurt aan Brad Pitt met in de regiestoel David Ayer, een cineast die ooit een interessante carrière begon met titels als Street Kings, End of Watch en Fury, maar tegenwoordig grossiert in Jason Statham-titels. Eigenlijk had dit best een Statham-film kunnen zijn over een voormalig special forces-officier die met een vliegtuigje crasht in de wildernis van Alaska en daar een beroep moet doen op zijn speciale capaciteiten (en zijn hond natuurlijk) om te overleven (er werd wel gefilmd in Nieuw-Zeeland en niet in het Amerikaanse noorden). Vervang Statham door Pitt en je hebt Heart of the Beast.
Pitt en zijn driepotige metgezel (het helpt altijd als de hond ook iets aandoenlijks heeft) spenderen hun pensioen met vliegtochtjes en kamperen, tot het noodlot toeslaat en de twee moeten proberen te voet de bewoonde wereld opnieuw te bereiken. Het moet meteen gezegd dat Heart of the Beast voor het grootste gedeelte van de speelduur de knop inzake sentimentaliteit behoorlijk lager draait. In plaats daarvan krijgen we wel een soms wat storende militaire hagiografie en vooral onnodige flashbacks die te pas en te onpas teruggrijpen naar de gevechtssituaties waarin het duo ooit verzeild raakte. Zelfs de hond krijgt een posttraumatische droom, wat dan weer doet denken aan de beruchte flashback die de hond heeft in The Hills Have Eyes Part II. Dat is een vaak bespotte scène die Wes Craven toevoegde uit wanhoop omdat de studio de productie had stilgelegd maar na het succes van de originele A Nightmare on Elm Street toch wou dat hij de film afmaakte met wat er gefilmd was, aangevuld met een pak flashbacks naar het origineel.
Die trivia terzijde, is het goede nieuws dat dit vooral een overlevingsthriller is, eerder dan een sentimentele smartlap over hond- en baasjesliefde. Nadat we aanvankelijk te veel traditionele mooie natuurbeeldjes gekregen hebben, moeten gelukkig alle mogelijke hindernissen en wilde natuurverschijnselen overwonnen worden, alsook breuken, valpartijen en de onvermijdelijke, en weinig vriendelijke, plaatselijke fauna. Na driekwart in dit avontuur zit er zelfs een scène met een roedel wolven die behoorlijk efficiënt en angstaanjagend is, waardoor het eigenlijk echt wel jammer is dat de film vervolgens een beetje begint te overdrijven met een soort ‘moerassen der droefheid’ moment dat zo uit The Never Ending Story lijkt te komen, en dan toch nog een mierzoete finale.
Als dit soort hondenfilms inderdaad een subgenre op zich is, dan is Heart of the Beast zeker niet de slechtste leerling van de klas, maar het is ook wel allemaal verhalend en visueel erg banaal en vooral onmiddellijk weer vergeten.



