Gavin Friday :: catholic

Echt hoogdagen maakt de katholieke Kerk de laatste tijd niet meer mee. Een artiest die zijn nieuwe album catholic doopt, is dus ofwel geniaal, ofwel volslagen gek. Of in het geval van Gavin Friday: a bit of both. Na drie erg uiteenlopende, maar allemaal steengoede soloplaten, hoopte zowat elke muziekliefhebber in 1995 dat een vierde niet lang op zich zou laten wachten. Maar de tijd kan soms vliegen.

En zo was het plots 16 jaar geleden dat ex-Virgin Prune Gavin Friday het meesterwerk Shag Tobacco op de mensheid losliet. Zestien jaar van relatieve radiostilte, waarin Friday echter allerminst aan een sabbatical toe was. Zo hield hij zich onder meer bezig met het opnemen van enkele soundtracks: van In America, over The Boxer tot Get Rich Or Die Tryin. De voorliefde voor cinema werd trouwens nog concreter toen Friday zijn acteerdebuut maakte in Neil Jordan’s Breakfast On Pluto, naar de roman van Patrick McCabe.

Dat brengt ons meteen terug bij catholic, de kersverse, vierde soloplaat van Gavin Friday. Voor deze plaat schreef McCabe immers, net als voor Shag Tobacco destijds, een begeleidend kortverhaal (“Requiem For The Fallen”). Friday grijpt dus duidelijk terug naar de vertrouwde formules van het verleden en catholic houdt zich inderdaad ergens schuil tussen de glamrock van Adam ’n Eve en het loungy cabaretsfeertje van Shag Tobacco. Wat echter niet wil zeggen dat Friday op Catholic in herhaling valt.

Opener “Able” is een even tijdloze als fris van de lever klinkende popsong, waarin Friday openlijk, maar nooit goedkoop verwijst naar zijn stukgelopen huwelijk (“I want you to love me, don’t want you to lie”). Een ideale, uptempo binnenkomer, maar ook meteen een van de laatste opgewekte passages op het hele album, dat voor de rest gehuld is in een sfeer van twijfel, verlies en treurnis.

Friday zag de voorbije jaren immers niet enkel zijn huwelijk op de klippen lopen, maar verloor ook zijn vader na een slepende ziekte. “Blame” is dan ook aan hem opgedragen en belichaamt voor Friday de catharsis die vader en zoon die laatste weken in hun relatie hebben meegemaakt. Jammer genoeg is er voor de luisteraar weinig opwindend of louterend te merken. Puur muzikaal gezien is “Blame” echter een van de vlakkere, saaiere nummers van de plaat.

De cinematografische zijstapjes die Friday de voorbije jaren maakte, laten wel degelijk hun sporen na op catholic. Zeker in het eerste deel van het album, zijn er minder echte sterke songs te bespeuren en houdt Friday zich vooral met sfeerschepping bezig. Dat lukt nog enigszins op het feeëriek dralende “Land On The Moon”, met de bedwelmend mooie backing vocals van Amy Odell, maar voor de rest blijven we toch een beetje op onze honger zitten.

Gelukkig slaat Friday keihard terug op het tweede deel van catholic, met enkele songs die duidelijk meer ballen en weerhaken aan het lijf hebben. Indrukwekkend is onder meer het campy “Perfume”, dat eigenlijk gewoon een bastaardzoon is van “Dolls”, een van de sterkere nummers op Shag Tobacco en ook in “Where’d ya go? Gone” trekt de rasentertainer de registers nog eens helemaal open. Resultaat is een venijnig stampende song, waarin Friday zich als vanouds van de megafoon mag bedienen. Toch blijft ook hier liefde het eeuwig terugkerende thema en is de song tekstueel (“Counterfeit after counterfeit, for the heart not to break”) een erg tenger en broos beestje.

Een Friday Grand Cru is catholic zeker niet geworden. Daarvoor staan er te veel twijfelgevallen en tussendoortjes op, maar duidelijk is wel dat de boezemvriend van Bono ook na een adempauze van zestien jaar weinig tot niets van zijn pluimen verloren heeft. De allerlaatste twijfel wordt bovendien weggenomen door de magistrale slotsong “Lord I’m Coming”, een ingetogen treurmars en de mokerslag die nodig was om de luisteraar alsnog plat op het canvas achter te laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − drie =