EMA :: Past Life Martyred Saints

Souterrain Transmissions, 2011
Konkurrent

Move over, Generatie X! De tijd van de grungerockers
(schreeuwende teen angst), shoegazers
(introspectieve teen angst) en slackers (stonede teen
where-the-hell-am-I-again
-apathie) is onherroepelijk voorbij.
Een nieuw leger jonge honden is evenwel opgestaan om de miserie van
het bestaan, de uitzichtloosheid van het burgerleven en de als
loden balken op onze frêle schouders drukkende moderne maatschappij
opnieuw naar hun stinkende voeten te geven. Een gids bij een
tergend opgroeiproces in woord en muziek zoals wij er sinds Nick
Drake allemaal één nodig hebben, quoi. De jaren ’90 hadden
Jeff Buckley, Elliott Smith en Kurt Cobain, wij – de postmoderne
jeugd uit het tijdperk Bush Jr. – krijgen Erika M. Anderson, u
vanaf heden welbekend als EMA, als gedesillusioneerde
patroonheilige.

‘Past Life Martyred Saints’, het debuutalbum van ons aller EMA,
mag dan over de zorgen van nu gaan, qua klankkleur zit ze stevig
verankerd in het verleden. Net als Dum Dum Girls kiest EMA niet
zomaar voor crappy opnamekwaliteit, maar schildert ze met
haar korrelige lo-fi klank een bijzonder rijk palet aan
kleuren bij elkaar: het eindresultaat klinkt op eerste gehoor
misschien vuil, maar de productie is wel degelijk meer dan “een
scheut distortion hier en laag feedback daar”. De
nummers schipperen vaak van een denderende geluidswolk naar een
tokkelend wiegeliedje en weer terug, terwijl je als luisteraar
alleen maar kan denken: “natúúrlijk! Zó moest dat klinken, zo, en
niet anders.” Dat ‘Past Life’ schatplichtig is aan de jaren ’90
hoeft ook niet te verwonderen; EMA zou geen kind van haar generatie
zijn als ze haar voorgangers niet zou kennen.

Zo begint het ons naar adem doen happende ‘The Grey Ship’ (een
dzjoef op u mulle van zeven minuten) als iets van de
vroege Cat
Power
, dat dan wel in zijn denderende climax (gierende violen
proberen overeind te blijven in een woeste gitarenstorm) omschakelt
naar epische Sonic
Youth
met lyrische uithalen om kippenvel bij te krijgen:
“Great-grandmother lived on the prairie / Nothing, nothing, nothing
/ I’ve got the same feeling inside me / Nothing, nothing, nothing”.
Dankzij ‘Anteroom’ weet u bovendien hoe Elliott Smith had
geklonken, moest hij een vrouw geweest zijn: héél schoon,
als u het wil weten. In ‘Marked’ hunkert Anderson naar de aanraking
van een geliefde (“I wish that every time you touched me left a
mark”), vooraleer het wolkendek wordt opengebroken door een
engelachtig Ray Manzarek-orgeltje. Ofte: nihilisme in z’n meest
sacrale vorm.

In ‘Butterfly Knife’ verliest ze zich vervolgens in poëtische
herinneringen aan puberale zelfverminking (“Twenty kisses from the
butterfly knife”) en in ‘California’ gaat ze onder begeleiding van
een pompende piano terug op zoek naar haar geboortestreek, zij het
met weifelend gevoel (“Fuck Californica,” zegt ze, “you made me
boring”): een verbitterde ballade over ergens niét thuishoren.
Neen, echt vrólijk zal je niet gauw worden van ‘Past Life’, ook
niet als ex-Gowns-collega Ezra Buchla een gospelfinale à la Ephrim
Menuck breidt aan het semi-religieuze ‘Coda’. Maar alles getuigt
van zoveel eerlijkheid, zoveel lef en zoveel muzikale inventiviteit
dat je wel mee moét gaan in de diepste gedachten van een
mistroostige jongvolwassene: “But I’m just 22 / I’m just 22 / I
don’t mind dying / I don’t mind dying / I don’t mind,” zingt
Anderson gelaten.

Uiteindelijk is het Generatie X all over
again
, maar iemand die afwisselend herinnert aan Nick Drake,
Sonic Youth, Elliott Smith, Kurt Vile en Cat Power,
die mag nog zo veel miserie op onze schoot werpen, wij zullen haar
áltijd in de armen sluiten en luisteren, luisteren, luisteren.
Omdat het ons wél gelukkig maakt.

http://cameouttanowhere.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =