Crystal Castles :: Crystal Castles (II)

Fiction / Last Gang / Universal Motown, 2010

De furieuze set die Crystal Castles op een nietsvermoedend TRIX afvuurde, was een van
de hoogtepunten van ons concertjaar. De felle stroboscoopeffecten,
wilde capriolen van zangeres Alice Glass en de minutieuze, maar
beenharde beats van producer Ethan Kath bevestigden nog eens met
staalharde overtuiging dat Crystal Castles een topgroep is: een
wispelturig, meerkoppig monster dat je niet zonder handschoenen
moet proberen aan te pakken (de verscheidene mini-relletjes rond de
groep zijn hiervan getuige). Dat beest schopt op het tweede
zelfgetitelde album minder heftig in het rond, maar gaat meer
methodisch te werk. Als je briesende elektropunk ooit echt
“methodisch” kan noemen, natuurlijk. Als het debuut vol stond met
ziekelijke guerilla-aanslagen (‘Xxzxcuzx Me’ is een splinterbom
gevuld met mosterdgas die op een lagere school wordt gedropt), dan
hebben die op Crystal Castles’ tweede offensief plaats gemaakt voor
enkele vlijmscherpe precisiebombardementen.

Opener ‘Fainting Spells’ kondigt al meteen onheil aan: verknipte
stemmen proberen zich hoorbaar te maken door een sliert
noise die over de klankband waait, tot een gestage beat en
nauwkeurige melodie rust komen brengen; schijn bedriegt, want al
snel ontpopt de track zich tot een typevoorbeeld van de
onvoorspelbare cocktail van elektro en punk die Crystal Castles
kenmerken, met Glass’ vervormde, schreeuwende vocalen. Op
‘Celestica’ mag het wat rustiger: het nummer mag dan wel doorspekt
zijn met allerhande drone-achtige achtergrondgeluiden, in
se is het een geduldig popnummer dat gedragen wordt door prachtige
synth-uithalen en een opvallend ingetogen Glass; droompop met een
spookachtige dimensie die doet denken aan Balam Acab. Het is
een van de beste nummers om aan te tonen hoe geweldig ‘Crystal
Castles (II)’ wel niet geproduceerd is – iets dat door de
aanwezigheid van noise vaak over het hoofd wordt gezien.

‘Doe Deer’, de single-equivalent van een vleesetende bacterie met
slechte manieren, is opnieuw een dijk van een punknummer, gefilterd
door een berg distortion en een krakkemikkige beat.
‘Baptism’ is bijna rave of house, maar als het een clubtrack is,
dan wel een van de meest lugubere die wij hebben gehoord sinds het
debuut van Salem. ‘Year Of Silence’ mag bewijzen dat Jónsi’s stem
wel degelijk past bij elektronische muziek, al is het nummer verder
niet overdonderend en ‘Empathy’ is directe elektro die zelfs doet
denken aan Four
Tet
of aan ‘Untrust Us’, de briljante opener van hun eigen
debuut. Zo krijg je een weloverwogen afwisseling van clubmateriaal
(‘Not In Love’, nu ook verkrijgbaar als briljante remix met Robert
Smith), sprankelende pop (‘Violent Dreams’) en vuile punk
(‘Birds’), al is de grens tussen die stijlen niet altijd even
duidelijk (‘Vietnam’ heeft enorm singlepotentieel, maar werkt
evengoed als liedje voor het slapengaan).

‘Crystal Castles (II)’ is geconcentreerder en coherenter dan het
debuut. Daar staat tegenover dat het grootste schockeffect voor een
stuk wegvalt, maar de kwaliteit is zo straf dat dat nauwelijks
stoort. Het debuut was extremer op vele vlakken, maar het is een
bijna onmogelijke taak om uit die twee een eenduidige favoriet te
kiezen. Denk er gerust zelf eens over na. Terwijl wij daarmee bezig
waren, bedachten wij ons immers dat Crystal Castles een volstrekt
unieke sound heeft ontwikkeld; iedereen mag dat weten. Dit
is (nu al) geen groep om in de gaten te houden; dit is een groep
die er al staat.

http://www.myspace.com/crystalcastles

http://crystalcastles.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 8 =