William Parker Organ Quartet :: Uncle Joe’s Spirit House

Van avant-gardemuzikanten wordt wel eens beweerd dat ze niet kunnen spelen of ’de basis niet eens onder de knie hebben’. Zelden hoorden we een album dat die mythe zo sterk ontkrachtte. Uncle Joe’s Spirit House is een pareltje in William Parkers kolossale oeuvre en een verbazend mooie en toegankelijke plaat, waarmee zelfs de meest hardleerse conservatief over de streep getrokken kan worden.

Net als z’n kompaan David S. Ware slaagt William Parker er zo nu en dan in om een mens kwijt te raken met spirituele en filosofische uiteenzettingen die voor ons net iets te hoog gegrepen zijn. Het gaat dan om poëtische uitingen die erg abstract zijn en getuigen van een hoogsteigen, maar een voor niet-ingewijden wat troebele visie. Bij Parker is er echter ook een andere zijde aan die medaille, eentje die de voeten op de grond houdt en verankerd is in het aardse, in de blues en de soul, in het leven van alledag. Het is de Parker van de zuivere vreugde, die van de swing, het spelplezier, het engagement en de medemens. Met z’n fantastische Quartet droeg hij al een geweldige plaat op aan een oom (O’Neal’s Porch uit 2002), iets wat hij nu nog eens overdoet met Uncle Joe’s Spirit House.

Het album is opgedragen aan zijn oom Joe en tante Carrie Lee, die deze voorbije zomer hun 65ste huwelijksverjaardag vierden. Of het nu komt door de hoge leeftijd van de oudjes (91 en 92) of de goesting om nog eens terug in de traditie te duiken, is niet duidelijk, maar dit moet zowat een van Parkers meest toegankelijke albums ooit zijn, eentje met een schaamteloze retro-sound die teruggrijpt naar de souljazz van Jimmy Smith, Richard "Groove" Holmes, Big John Patton en, iets minder klassiek, Larry Young. De jaren vijftig en zestig dus. Het album swingt als de pest, met groove en blues in overvloed en heeft het soort muziek in de aanbieding dat een uur lang een grijns op je gezicht garandeert. We kunnen niet wachten tot we dit plaatje kunnen draaien tijdens de zomerse autoritten.

Parker heeft zich dan ook omringd met een paar geweldige muzikanten die zich al bewezen in de meest uiteenlopende contexten. Multi-instrumentalist Cooper-Moore, die hier enkel orgel speelt, bracht een paar prachtige, in de roots gewortelde albums uit voor het Hopscotch-label, maar hij zit net zozeer in de hoek van de outsider music met z’n zelfgemaakte instrumenten en vreemdsoortige experimenten. Drummer Gerald Cleaver, vaak aan de zijde van pianist Craig Taborn, werkte ook al binnen de free jazz en improvisatie (o.a. bij Matthew Shipp, Lotte Anker en Taylor Ho Bynum), terwijl we tenorsaxofonist Foster al kennen van Parkers Curtis Mayfield-project en het zestienkoppige Little Huey Creative Music Orchestra.

Uncle Joe’s Spirit House is muziek van de vingerknip en van de wiegende heupen, soepel en charmant en soms ook best sensueel, zoals in de wulpse shuffle die de titelsong is. Zomerse, complexloze muziek met een onweerstaanbare naturel, lichtvoetig ritme en warme orgelsound. Of de bossa nova "Ennio’s Tag", een stuk met ballroomverfijning dat teert op licht cimbalenwerk van Cleaver, het sobere baswerk van Parker en mooie melancholie van Foster. Haast poppy gaat het er aan toe in het walsende "Buddha’s Joy", dat opgedragen wordt aan Parkers vriend, violist Billy Bang. Wie zo’n song aan zich opgedragen krijgt kan niet anders dan tevreden zijn.

Hoewel Cooper-Moore’s orgel het meest opvallende element in de band is, is Foster hier de revelatie. Z’n warme tenorsound is perfect voor dit soort werk en hij vindt steevast een heel geslaagd evenwicht tussen traditie en een moderne toets, nu eens door er catchy pophints in te stoppen, zoals in het gospelgetinte "Let’s Go Down The River" en dan weer door een paar keer wat heimelijke plaagstoten te plaatsen, zoals in "The Struggle", de enige song waarbij de balans misschien toch meer overhelt naar de freejazzkant. Het schrille saxgegil zorgt alleszins voor het enige moment dat luisteraars kan afschrikken.

Al bij al is dit echter een bijzonder aanstekelijke, warmbloedige plaat, volledig op maat van de familiekiekjes in het boekje en voorzien van een gemoedelijke, vriendschappelijk ambiance die niet te veinzen valt. Net als het recent verschenen I Plan To Stay A Believer: The Inside Songs Of Curtis Mayfield, is Uncle Joe’s Spirit House is dan ook een absolute must voor liefhebbers van William Parkers (toegankelijke) werk en een ideale kans om de baslegende aan het werk te horen in klassieke context. Prachtplaat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − 1 =