The Bad Plus :: Never Stop

Het voorbije decennium groeide The Bad Plus uit tot een van de meest gerenommeerde, maar soms ook verdeling zaaiende moderne jazzbands. Dat had veel te maken met hun status als ’het trio van de rockcovers’, dat zijn culminatiepunt bereikte met For All I Care (2008), dat enkel covers bevatte. Met enige twijfel over hun creativiteit wordt nu echter komaf gemaakt: Never Stop imponeert ook zonder covers.

Het is iets waarmee je als band natuurlijk kan opvallen. Dat jazzartiesten zich wagen aan pop is helemaal niet nieuw (het heeft eigenlijk altijd al deel uitgemaakt van het repertoire), maar de manier waarop The Bad Plus zich vergreep aan het werk van Blondie ("Heart Of Glass"), Nirvana ("Smells Like Teen Spirit", "Lithium"), Abba ("Knowing Me, Knowing You"), The Bee Gees ("How Deep Is Your Love") en een hele resem andere artiesten (de ene al wat boeiender dan de andere) getuigde steeds van een aanpak van frisse humor en rusteloze virtuositeit. Maar het dreigde gaandeweg natuurlijk wel de andere troeven van de band te overschaduwen. Vermoedelijk komt het daardoor dat het trio nu voor het eerst uitpakt met een covervrij album. De kwaliteit lijdt er alleszins niet onder.

De verwantschap met de wereld van de rock blijft trouwens ook nu overeind. Er is eerst en vooral de (naar jazznormen) gespierde sound, waarbij vooral opvalt dat drummer Dave King er niet langs mept en zijn drums laat klinken zoals dat gebeurt op een Albiniplaat. Maar ook bassist Reid Anderson en pianist Ethan Iverson (een mens met een mening die er ook een prachtige jazzblog op nahoudt) kunnen moeiteloos overschakelen van klassiek spel naar strakkere grooves en melodieuze poppartijen. Mooi voorbeeld daarvan is de titeltrack, met z’n stompende, onweerstaanbare ritme en haast kitscherige melodie. Of "Beryl Loves To Dance", dat uit de startblokken schiet als een punksong, een vette baslijn volgt en donderende piano-uithalen laat horen. Het verklaart waarom The Bad Plus-merchandise goed verkoopt. Het is dat soort band.

Toch is het trio niet voor één gat te vangen en nergens heb je het gevoel dat hier wordt geteerd op makkelijke formules. De humor en de volstrekt unieke sound zijn dan wel meteen herkenbaar, maar het is heel moeilijk om te omschrijven wat de band nu zo bijzonder maakt als je te maken krijgt met zo’n diversiteit: "The Radio Tower Has A Beating Heart" is een lange koortsige intro die haast naar klassieke muziek neigt, Kings "My Friend Metatron" is een en al hoekigheid en verschuivende ritmes, terwijl "People Like You", een ballad van negen minuten, nergens te betrappen valt op postmoderne geinigheid of charlatanisme. Het is ook dat soort band, eentje die verwarring zaait.

Die introverte aanpak wordt mooi overgedaan op "Snowball" (met geweldig mooi spel van Anderson), terwijl Iversons tweeluik "2 P.M."/"Bill Hickman At Home" vooral het speelse, humoristische en experimentele gezicht van de band toont. Die eerste heeft de attack en de energie van krachtige werkmansrock, terwijl de tweede met z’n kromme New Orleans blues-start het boeltje in de zeik zet met een vals gestemde piano. Afsluiten gebeurt dan weer op feestelijke wijze met het gospelgetinte, met handengeklap aangedreven "Super America" met z’n wrange, politieke bijklank. Ook dat is The Bad Plus.

Met Never Stop maakt het drietal een beweging die tegenovergesteld lijkt aan die van veel andere bands op dit moment in hun carrière. Terwijl die na het vastleggen van een eigen stijl en verwerven van geloofwaardigheid plots het initiatief nemen om een nieuw publiek aan te boren door uit te pakken met een stunt of onverwachte wending, lijken die van The Bad Plus nu vooral aan hun achterban te willen bewijzen dat ze die covers niet nodig hebben om indruk te maken. Never Stop zet die claim alleszins mooi kracht bij, want het is een uitstekende, diverse trioplaat geworden die laat horen dat er na een decennium nog steeds geen sleet zit op de bijzondere symbiose van deze drie rasmuzikanten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =