The Bad Plus :: It’s Hard

Na een half decennium afscheid genomen te hebben van zijn handelsmerk – het uitvoeren van pop- en rockcovers – keert The Bad Plus terug naar die oude liefde. It’s Hard bestaat uit elf covers uit diverse windstreken. Misschien niet hun beste of meest ambitieuze plaat, maar door de herkenbaarheid van het materiaal vast een van de meest toegankelijke.

Vanaf de millenniumwisseling gingen pianist Ethan Iverson, bassist Reid Anderson en Dave King, intussen toch een van de meest stabiele working bands van de moderne jazz, aan de slag met andermans songs. Blondie, Bowie, Nirvana, Rush en (natuurlijk) Radiohead moesten eraan geloven in vaak speelse en eigenzinnige arrangementen. Die werden vaak vrij getrouw uitgevoerd en lieten ook wel eens de teugels vieren, maar goedkope pastiche of postmoderne assemblagekunst leek nooit het einddoel. Anderzijds werd soms ook niet duidelijk wat dan wél de beweegreden was. Misschien gewoon een creatieve verwerking van nostalgie en oude liefdes?

Never Stop (2010) veranderde dat. Geen covers meer, maar eigen materiaal. Een koers die werd verdergezet met Made Possible (2012) en Inevitable Western (2014), terwijl de band zich zowaar wierp op Stravinsky’s The Rite Of Spring (2014). Vorig jaar verscheen dan The Bad Plus Joshua Redman, waarop de band liet horen in de tenorsaxofonist een ideaal speelmaatje gevonden te hebben. Maar kijk, nu keert het pianotrio terug naar de covers, en die komen uit meer hoeken dan ooit tevoren: jazz, indie rock, elektronische muziek, country en pop, zowel van de knappe als kleffe soort.

In opener “Maps” (Yeah Yeah Yeahs) hoor je meteen de band op z’n avontuurlijkst; met een staccato hamerende linkerhand van Iverson en vrije baan voor King, die het hele boeltje bij elkaar kan ratelen. Het is de band is een zeldzaam vrij (aanvoelend) moment, want zoals Iverson onlangs aangaf in een interview, is de beweging die The Bad Plus er maakt net eentje van steeds strakkere arrangementen. Dat de herkenbaarheid van de songs hier steeds binnen handbereik blijft, is dan ook geen verrassing. Het zijn vaak de melodieën of herkenbare eigenschappen die terugkeren, zoals de machinale herhalingen in “The Robots” (Kraftwerk), dat zowaar even een tango-vibe krijgt.

Soms blijft de ongein ook gewoon achterwege, zoals in een even knappe als krappe versie van Ornette Colemans “Broken Shadows”, die hier een beetje herinnert aan Brels “Ne Me Quitte Pas”. Aan het andere uiteinde van het spectrum staat “I Walk The Line” (Johnny Cash), met stuwende bas van Anderson en King die zich kan laten gaan met een losse, soms eens hortende shuffle. Speels en lichtvoetig, zonder er meteen een jolige janboel van te maken.

Dan gaat het er met de popsongs wel wat problematischer aan toe. Peter Gabriel’s “Games Without Frontiers” is met z’n haakse ritmiek en botsende zijstappen een hoogtepunt, net zoals hun uitvoering van Cindy Laupers “Time After Time” de versie van Miles Davis overklast. Ook “The Beautiful Ones” van Prince passeert hier in een even luchtige (het werd net voor z’n dood opgenomen) als sobere en dromerige versie. “Don’t Dream Is Over” (Crowded House) klinkt dan weer als een song die langzaam uit z’n winterslaap ontwaakt en vijf minuten lang weer in slaap dreigt te vallen. De foute grandeur van “Mandy” (Barry Manilow) bewijst nog maar eens dat je die song niet kan uitvoeren zonder pijnlijke grimas.

Een paar flauwe stukjes dus, maar het gros van het materiaal weet wel te overtuigen en draagt de sporen van een band die na zo’n anderhalf decennium z’n comfortzone gevonden heeft. Je voelt dit eerder een terugkeer is naar een vertrouwde methode dan een volgend hoofdstuk of een avontuur waarvoor de band diep moest gaan. Het kan net zo goed verwijzen naar de zwakke laatste plaat van The Who, maar die It’s Hard lijkt dus vooral ironische commentaar. Dit spul vloeit op bevel uit de vingers en voorlopig levert het nog altijd prima spul op.

The Bad Plus speelt op 5/10 in de Bijloke (Gent) en op 7/10 in Flagey (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + negentien =