Unearthly Trance :: V

Relapse, 2010

Toen Toni Iommi bij een ongeluk wat stukken vinger verloor en
zijn gitaar noodgedwongen lager ging stemmen, had hij zeker nooit
gedacht dat die daad – logisch volgens de ijzeren wet van oorzaak
en gevolg – zou leiden tot het bestaan van zulke malicieuze muziek
als de nieuwste van Unearthly Trance. ‘V’ is natuurlijk het vijfde
album van de band, maar ‘V’ is in de astrologie ook het symbool
voor de ram.

Zoals je weet hebben gehoornde onevenhoevigen een sterke
aantrekkingskracht op mensen die de donkere kant van het bestaan
meer minnen dan de lichte. Dat geldt zeker ook voor dit New Yorkse
drietal, of moet ik zeggen New Yorkse drietand? Dat was de naam van
het derde album, en dat wapen, bekend van gladiatoren en Neptunus,
figureert ook nu weer nadrukkelijk op de hoestekening. Of moet ik
“sigil” zeggen?

Ik ben deze band aandachtig beginnen te volgen ten tijde van
‘The Trident’. Voorganger ‘In the Red’ was toen voor mij te traag,
te noisy en te onsamenhangend. ‘The Trident’ en opvolger
Electrocution
lieten via meer gebalde nummers op een vertrouwde rockstructuur ook
meer doorschemeren van de hardcore roots van songschrijver Ryan
Lipinsky. Dat legde de band geen windeieren. Die structuur en die
tempo’s werden nu weer ijskoud de Hudson rivier in gekegeld, de
gegroeide fanschare moet maar zien dat ze eraan uit geraken.

‘V’ is een écht album, in die zin dat het bijna onmogelijk is om
afzonderlijke nummers te benoemen. Niet omdat ze geen naam hebben
of in één track gegoten zijn, wel omdat je vanaf opener ‘Unveiled’
al vrij snel in een traag kolkende vortex meegesleurd wordt en
dingen als tijd, tracknummers en songtitels irrelevant worden.

Tegen dat je over de helft bent, wordt de hele wereld stilaan
irrelevant. De noisescape ‘The Levelling’ op het einde
geeft je oriënteringsvermogen nog zo’n stevige natrap, dat je naar
het hoofd van degene naast je op de bus tast om jouw hoofdtelefoon
te verwijderen. ‘V’ is bedwelmend, heftig, niet moeilijk om te
volgen (je hebt geen keuze) maar wel nukkig om te beminnen.

De vlotte tempo’s, de verstaanbare refreinen en de hooks zijn
bijna volledig verdwenen. In plaats daarvan is een erg occulte
sfeer gekomen dankzij de loodzware gitaren die soms wel eens een
groovy, zij het erg trage, riff laten horen, maar al vrij snel weer
ontaarden in semi-drones en gecontroleerde chaos. Een goed
voorbeeld daarvan is een van de middelste tracks, ‘Sleeping While
They Feast’. Dat begint met een herkenbare doomriff en
quasi-verstaanbare zang, om dan via een brugje van super-trage
drie-noot-akkoorden met veel sustain te devolueren in een
traag tollende barrage van gitaartonen, ziekelijke mantra’s en een
al bij al redelijk gedreven ritmesectie.

Want laten we vooral niet vergeten dat er drie pinnen aan die
drietand zitten. Lipynsky is dan wel het meesterbrein dat ons met
zijn ziekelijke stem en gitaargeluiden probeert de strot dicht te
nijpen, zijn secondanten Jay Newman (bas) & Darren Verni
(drums) leveren meer dan hun bijdrage. Het sterke punt van de drums
is dat ze ondanks het soms erg trage en slepende karakter van de
nummers wel degelijk een tempo aanhouden, en niet zo maar wat
gratuite cimbaal en trommelslagen aanleveren.

Bovendien gebeurt dat, als het wel zo is, met een welgekomen
variatie en met erg veel kracht. Ervaar dat bijvoorbeeld zelf in
‘Submerged Metropolis’, dat trouwens ook een van de weinige nummers
is met een solo. Ook dat is best verrassend: enkele lange solo’s te
vinden in zo een toxische sludge barrage. De bas is vooral
van belang op momenten waarop het tempo een beetje omhoog gaat,
maar de gitaar van Ryan vooral noise en verkrachte solo’s
produceren. Dat hoor je erg goed in ‘Current’ of in het
tegendraadse ‘Solar Eye’. Dat ‘Current’ is trouwens het laatste
nummer dat de luisteraar wat houvast kan geven. Daarna begint de
definitieve aftakeling naar monomane occulte waanzin.

Ik zou niet meer kunnen zeggen hoe vaak ik hiernaar heb moeten
luisteren om een begin van een gefundeerd oordeel te vormen. Dit is
een van de meest tegendraadse en individualistische metalalbums die
ik dit jaar al gehoord heb. Dat is erg straf in genres als sludge
en doom, die kopieergedrag en conservatisme in hun genen dragen.
Unearthly Trance is op zich ook niet superorigineel – zo is het
gebruik van noise en samples zeker niet vernieuwend – maar ze
spelen met de verwachtingen en de gevoelens van de luisteraar door
wars van iedere geplogen structuur een uur lang door te
ploegen.

Ondertussen bieden ze verschillende climaxen onder de vorm van
plotse, intense uitbarstingen of neerslachtige drone
tapijten, die echter geen van beide lang aanslepen. Op die manier
blijft de vaart er toch nog goed in en is een uur loodzware en
grotendeels oertrage metal zo gezwind voorbij gevlogen, dat je
verdwaasd achter blijft. Ik vraag me met een bang hartje af wat dat
live moet geven.

www.myspace.com/utny

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × drie =