Tetro




De wereld wordt een steeds vreemdere plek: een octopus kan de
uitslagen van de voetbal voorspellen en een nieuwe film van één van
de grote Amerikaanse meesters van het medium, regisseur van ‘The
Godfather’ en ‘Apocalypse Now’, slaagt er niet eens in om een
verdeler te vinden in België. Francis Ford Coppola draaide ‘Tetro’
op een beperkt budget in Argentinië, waarna de film een zogenaamde
“limited release” kreeg in de VS (wat wil zeggen dat hij speelde in
een paar grote steden), over het algemeen erg lovend ontvangen werd
door de critici en genegeerd werd door het publiek. Op het moment
van schrijven, meer dan een jaar nadat de film eerst in de zalen
kwam, is er nog geen sprake van een releasedatum in België of
Nederland, wat er meteen de meest high
profile-
onuitgegeven film van 2009 van maakt. En hoewel
‘Tetro’ niet meteen een plaats verdient tussen Coppola’s grote
meesterwerken, is het wel een meer dan interessante prent én een
return to form na zijn teleurstellende comeback ‘Youth
Without Youth’ uit 2007.

Nieuwkomer Alden Ehrenreich speelt Bennie, een 18-jarige jongen
die werkt als ober op een cruiseschip. Wanneer zijn schip enkele
dagen lang aangemeerd ligt voor de kust van Argentinië, neemt hij
die kans om zijn broer Angelo (Vincent Gallo) op te zoeken. Jaren
geleden vertrok Angelo met slaande deuren uit het ouderlijk huis,
na een lang en bitter conflict met hun vader, de beroemde dirigent
en componist Carlo (Klaus Maria Brandauer). De wonden zitten
blijkbaar diep: Angelo noemt zichzelf tegenwoordig Tetro en wil
niets meer met zijn verleden te maken hebben. Wanneer Bennie komt
aankloppen, is het met tegenzin, en onder zachte dwang van zijn
warmbloedige vriendin Miranda (Maribel Verdù), dat hij de deur
opendoet. Tijdens de dagen en weken die volgen, ontdekt Bennie de
waarheid over het verleden van zijn familie.

Coppola, die hier voor het eerst sinds ‘The Conversation’ uit
1974 nog eens op zijn eentje verantwoordelijk is voor het scenario
van één van zijn films (zonder zich te baseren op bestaand
materiaal), heeft zijn verhaal duidelijk geënt op de klassieke
melodrama’s van Tennessee Williams uit de jaren veertig en vijftig.
We krijgen een broeierige sfeer, familiegeheimen die langzaam maar
zeker onthuld worden en seksuele spanningen – de toon van ‘Tetro’
heeft heel wat te danken aan verhalen als ‘A Streetcar Named
Desire’ en ‘Cat on a Hot Tin Roof’. Het enige dat er nog aan
ontbreekt, zijn een paar welbespraakte alcoholisten. De setting van
de film doet ook veel om dat gevoel te versterken: een beperkte
cast (er zijn maar vier of vijf belangrijke personages), het feit
dat een groot deel van de prent zich binnenskamers afspeelt en een
eigenaardige tijdloosheid die ervoor zorgt dat het verhaal, op een
paar details na, net zo goed in de jaren vijftig of zestig had
kunnen plaatsvinden. Voor het grootste deel van de film probeert
Coppola tijdgebonden elementen te vermijden: aan de kleren, de
decors, de auto’s die we zien enzovoort, is het moeilijk om met
zekerheid te zeggen in welk decennium we ons bevinden, wat een
bevreemdende, hypnotiserende kracht aan de prent geeft. Het is dan
ook jammer dat de regisseur hier en daar toch toegeeft aan de
verleiding en Bennie laat werken aan een zeer hedendaagse laptop,
of een poster toont met een datum in 2008 er op. Had hij dat nu
gewoon kunnen verwijderen, dan had hij nog beter kunnen vasthouden
aan de dromerige, los-van-tijd-en-ruimte atmosfeer, die één van de
meest bewonderenswaardige aspecten van ‘Tetro’ is.

Maar invloeden van Tennessee Williams niet te na gesproken, zit
er ook enorm veel uit Coppola’s eigen leven in het scenario – de
regisseur zelf noemde dit één van zijn meest persoonlijke films, en
het is niet moeilijk om te zien waarom. Zowel zijn vader, Carmine,
als zijn oom Anton waren klassieke componisten en dirigenten. Anton
was, op eigen kracht, succesvoller dan zijn broer, terwijl Carmine
vooral herinnerd zal worden voor zijn werk aan de films van Francis
– hij schreef mee aan de score voor ‘The Godfather’-trilogie,
‘Apocalypse Now’ en anderen. In ‘Tetro’ hebben Bennie en Tetro een
oom die evenzeer ambities had om een groot dirigent te worden als
hun vader, maar die er nooit echt is geraakt. En alsof dat niet
genoeg is, had Coppola zelf ook een broer, August (de vader van
Nicolas Cage), die lesgaf in literatuur en enkele romans
publiceerde. Om maar te zeggen dat gelijkenissen met bestaande
personen wel eens niet geheel toevallig zouden kunnen zijn.

Dat hele verhaal krijgen we gepresenteerd in strak gekadreerde
zwart-wit shots, die tot de meest gestileerde uit Coppola’s
carrière behoren. In elk beeld valt het op hoe personages en
rekwisieten met een haast wiskundige precisie tegenover elkaar
gezet worden, om een theatraal effect te bereiken. De acteurs
worden meestal aan de uiteinden van het kader geplaatst, met dan
ergens tussen hen in een voorwerp dat de afstand tussen hen
benadrukt (want, uiteraard, zijn alle personages ook mentaal en
emotioneel van elkaar gescheiden, dat spreekt voor zich). Coppola
gebruikt spotlichten, diagonale lijnen in de decors en opvallend
veel wide shots, allemaal om zijn eigen fictieve versie van Buenos
Aires tot leven te wekken. Het gevolg is een visueel verrukkelijke
film, die, zoals veel critici al hebben opgemerkt, het werk lijkt
van een veel jongere regisseur. Coppola durft theatraal te zijn in
zijn beelden en melodramatisch in de gevoelens die hij probeert
over te brengen – de meeste andere filmmakers van zijn leeftijd
zouden zichzelf ergens onderweg hebben tegengehouden om zo ver te
gaan, ze zouden hun ambities hebben ingeperkt uit schrik om over de
top te gaan. Coppola niet. Op zijn zeventigste is hij opnieuw een
jonge filmmaker geworden, die zijn ei moet en zal leggen, ook al
lacht de rest van de wereld hem in zijn gezicht uit.

Die mentaliteit dwingt bewondering af, hoewel ‘Tetro’ geen
vlekkeloos parcours loopt. Naar het einde toe worden de
plotwendingen net wat te soapy, en ook het tempo gaat er
soms uit. Tijdens de tweede helft van de prent krijg je de indruk
dat Coppola dit verhaal ook had kunnen vertellen op twintig minuten
minder tijd. Ook de letterlijke verwijzingen naar ‘The Red Shoes’
en ‘The Tales of Hoffman’ van Powell en Pressburger, drijven de
film te ver naar het zelfbewustzijn – een regisseur mag gerust
knipogen naar werk dat hem heeft beïnvloed, maar wat Coppola hier
doet is eerder knipogen, z’n tong uitsteken en zijn tieten laten
zien.

Zijn er nog de acteurs, die sterk uit de hoek komen. Vincent
Gallo wordt geassocieerd met pretentieuze arty farty
producties à la ‘The Brown Bunny’, maar weet hier toch een gekwelde
ziel neer te zetten die niet verglijdt in zelfmedelijden of
goedkope pathetiek. Alden Ehrenreich is dan weer een verrassende
ontdekking: hij lijkt een beetje een mix tussen een jonge Leonardo
DiCaprio en Michael Pitt. Ik ben alvast benieuwd waar ik hem nog in
ga zien opduiken.

‘Tetro’ is alvast een bewijs dat Francis Ford Coppola nog altijd
relevante films kan maken. Als de filmgoden hem nu nog het plezier
zouden willen doen om die films ook effectief naar een publiek toe
te brengen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =