Blancanieves

Een dik jaar nadat The Artist vijf Oscars wegkaapte en in een periode waarin sprookjesverfilmingen in Hollywood uit de grond schieten als paddenstoelen met een overdosis groeihormonen, zal Blancanieves niet meteen een originaliteitsprijs winnen. Zoals de titel – de Spaanse vertaling voor ‘Sneeuwwitje’ – doet vermoeden, vertelt de nieuwe film van Pablo Berger het gelijknamige sprookje over schone jonge deernen, boze stiefmoeders, kwaaie dwergen en giftige appels, en dan nog wel op zo’n manier dat het lijkt alsof de film in de jaren ’20 is opgenomen: zwart-wit, 4:3 beeldformaat, en zonder gesproken dialoog. Maar vooraleer u begint te zuchten en Blancanieves links laat liggen, willen we even dit meegeven: Bergers idee dateert van 2005, lang voordat Charlize Theron of Julia Roberts zich in de koningskleren van de boze stiefmoeder wurmden en toen stille films nog even gedateerd waren als de garderobe van onze leerkracht natuurwetenschappen (don’t ask). Bovendien transponeert de Spaanse cineast het klassieke sprookje naar het stierenvechtende en flamencodansende Spanje van de jaren ’20. Geen saaie meeloper dus, deze arthouse-hit, maar een eigenzinnig kleinood dat koppig z’n eigen weg gaat.

Sneeuwwitje heet hier niet Sneeuwwitje, maar – zoals min of meer elk meisje in Andalusië, waar het verhaal zich afspeelt – Carmen: ze is de enige dochter van Antonio Villalta (Daniel Giménez Cacho), een populaire stierenvechter die in een rolstoel belandt nadat hij een stier even uit het oog verloor, en Carmen (zie je wel?), een populaire flamencodanseres die het leven laat bij de bevalling. Papa hertrouwt met Encarna (Maribel Verdú), een verpleegster met weinig manieren maar een des te grotere honger naar de roem en het geld van Antonio. Van haar stiefdochter moet ze weinig weten, en aanvankelijk woont de jonge Carmen (Sofía Ora) dan ook bij haar oma (Ángela Molina). Wanneer die echter het leven laat, gaat ze noodgedwongen bij haar boze stiefmoeder wonen, tot die genoeg heeft van haar man en diens dochter, die inmiddels is opgegroeid tot een Andalusische schone (Macarena García).

U weet wel min of meer waar het naartoe gaat vanaf dan, ook al voegt regisseur en scenarist Pablo Berger, die nog maar aan zijn tweede langspeelfilm toe is, zo nu en dan nieuwe details toe en legt hij zijn eigen accenten. De plot is dan ook zeker niet het sterkste punt van de film, en verhaaltechnisch zit ook niet alles altijd even strak, maar de manier waarop het klassieke Sneeuwwitje-sprookje wordt gesitueerd in het vroeg-20ste-eeuwse Spanje, is wel indrukwekkend en maakt de traditionele plot een pak interessanter dan die eigenlijk is. Het hoofdpersonage heeft nog altijd een bleke huid en donker haar en ze heeft nog altijd een speciale band met dieren, maar ze bevindt zich in Blancanieves wel in een spektakelcultuur van kermisshows en meeslepend in beeld gezette stierengevechten, waardoor de hele boel een stuk opwindender wordt dan we hadden kunnen vermoeden – in tegenstelling tot de pseudo-donkere toon van Snow White and the Huntsman vorig jaar.

In die spektakelwereld van de jaren ’20 hoort natuurlijk ook de vroege cinema thuis, en Blancanieves scoort dan ook zijn beste punten als retro-stijloefening, en dat zonder meteen in het vaarwater van The Artist te komen. Waar de film van Michel Hazanavicius vooral een ode was aan de stille periode van Hollywood (en de Broadwaymusicals die daarop volgden), laat Berger zich eerder inspireren door het Europese melodrama. De meest opvallende kenmerken zijn natuurlijk dezelfde – dat vierkantige beeldformaat, het zwart-wit, de grove korrel in het beeld, en de tussentitels die gesproken dialoog vervangen – maar Blancanieves ruilt het fijnzinnige vakmanschap van klassiek Hollywood in voor de iets gedurfdere eigenzinnigheid van Europese cineasten uit dezelfde periode. In de geest van Friedrich Wilhelm Murnau krijgt de camera bijzonder veel bewegingsvrijheid, de finale in de stallen van de arena valt op door de expressionistische belichting, en visuele motieven krijgen veel aandacht, dat van het oog voorop – niet toevallig een verwijzing naar Luis Buñuel, de eerste grootmeester van de Spaanse cinema. (Wie een ietwat picturale kennis heeft van de cinema van de jaren ’20, zal trouwens zijn hart kunnen ophalen aan een paar dozijn knipoogjes.)

De acteerprestaties bevatten diezelfde retro-mentaliteit: erg melodramatisch en overdreven expressief, maar dan wel volledig in tune met de rest van de film en de idee die erachter schuilgaat. ‘We didn’t need dialogue! We had faces!’ riep Gloria Swanson in Sunset Boulevard, en Blancanieves stikt dan ook van de close-ups waarin de acteurs zich mogen laten gaan in dik aangezette gezichtstuitdrukkingen. Vooral Maribel Verdú, die een dikke tien jaar geleden nog met Gael García Bernal en Diego Luna van bil ging in Y tu mamá también, krijgt daarin een groot aandeel als de evil stepmother, en ze is er zichtbaar van aan het genieten ook, terwijl Macarena García (dat is haar echte voornaam) iets braver is als Sneeuwwitje, maar gelukkig zonder dat ze een passief personage wordt.

En dat is al heel wat, want ook al gaat Berger geen awards winnen voor de psychologische diepgang van zijn personages, hij slaagt er tezamen met zijn acteurs wel in om met tot in den treure herhaalde figuren waar weinig verrassing in schuilgaat een boeiende film te maken. Hoewel hij zich even vergaloppeert in het SM-glimpje dat hij ons in een korte scène van Encarna laat opvangen en dat nogal misplaatst is een hommage aan de jaren ’20 – Pedro Almodóvar zou dan tenslotte nog zestig jaar op zich laten wachten – en hoewel het een tijdje duurt vooraleer heel de intrige op gang komt, heeft hij met Blancanieves een in se vooraf gekende en clichématige plot naar zijn eigen hand weten te zetten op een manier die alleen maar te bewonderen valt. En als u niet ontroerd wordt door dat laatste eenvoudige, maar o zo schone shot, heeft u een hart van steen. Zeg dat wij het gezegd hebben.

Afsluiten doen we voor de gelegenheid met een grappig detail: de Zeven Dwergen zijn net als in de Disneyversie een ontzettend kleurrijk gezelschap, maar ze zijn in Blancanieves wel maar met z’n zessen – gelukkig zonder iets aan hun komische kracht in te boeten. Beter één zwijgende dwerg te weinig dan dertien zingende en brallende dwergen te veel: laat dat een les zijn, Peter Jackson!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + zestien =