Beautiful Creatures

Een tiener-fantasyfilm, gebaseerd op het succesvolle eerste deel van een young adult-boekenreeks, met een plotlijn die zich laat omschrijven als “Twilight, maar dan met heksen in plaats van vampiers”: je begrijpt meteen waarom de mensen bij Warner Brothers de dollartekens al in de ogen hadden staan toen ze het licht op groen zetten voor Beautiful Creatures. Driewerf eilaas: de prent zonk als een baksteen aan de kassa (16 miljoen aan recettes in de VS, tegenover 60 miljoen dollar budget, reken maar uit). Twilight it is not: commercieel niet, maar gelukkig ook op kwalitatief vlak niet. Want ondanks de magere opkomst, is Beautiful Creatures een verrassend genietbaar filmpje – ja, je kan hem vol gaten prikken als je wilt, maar hij heeft wel een fris gevoel voor zelfrelativering dat er in dit genre vaak aan ontbreekt (en nooit meer dan uitgerekend in Twilight).

Alden Ehrenreich (u kent ‘m waarschijnlijk niét van Francis Ford Coppola’s Tetro) speelt Ethan, een laatstejaarsleerling op de middelbare school van Gatlin, een boerengat in het zuiden van de VS waar ze, dixit de voice-over: “16 kerken hebben en maar één bibliotheek, waar de meeste boeken verbannen zijn.” Ethans school gonst dan ook meteen van de geruchten wanneer Lena (Alice Englert) er les begint te volgen. Zij is het nichtje van de mysterieuze, steenrijke kluizenaar Macon Ravenwood (Jeremy Irons), een man van wie gezegd wordt dat hij de duivel aanbidt. Al snel blijkt dat er inderdaad iets vreemds aan de hand is met Lena (ruiten spetteren wel eens uit elkaar als ze in de buurt is), maar dat verhindert niet dat Ethan stapelverliefd op haar wordt. Zo komt hij uiteindelijk te weten dat Lena’s hele familie een geslacht van heksen en tovenaars is. Binnenkort, wanneer Lena 16 wordt, zal blijken of ze voorbestemd is om een goede of een slechte heks te zijn.

Die plot ontwikkelt zich dus inderdaad min of meer als een seculiere versie van Twilight. Ook hier gaat het over de problematische liefde tussen een gewone sterveling en een bovennatuurlijk wezen en ook hier valt heel de boel terug te leiden tot een metafoor voor seksuele ontwikkeling – de volwassenwording op je zestiende verjaardag ligt het meest voor de hand. Maar je kan ongetwijfeld ook een eindeloze analyse ophangen aan het feit dat mannelijke tovenaars, zoals Macon, ervoor kunnen kiezen om goed te zijn, ook al zijn ze eigenlijk voor het kwade voorbestemd. Vrouwen kunnen die keuze blijkbaar niet maken. Om nog maar te zwijgen over de manier waarop alle slechte heksen (leuke bijrollen van Emmy Rossum en Emma Thompson) op de één of andere manier hun seksualiteit uitspelen als onderdeel van hun boosaardigheid.

Twilight waagde zich ook op dat terrein, maar volgde de Mormoonse moraal van schrijfster Stephenie Meyer, om de boodschap te verkondigen dat het enige goede tienerlibido, een onderdrukt tienerlibido is. Beautiful Creatures daarentegen, verzet zich tegen die notie op een manier die vrij gedurfd is voor een film in dit genre. Het Bible thumping van het Amerikaanse zuiden wordt flink te kakken gezet: in Gatlin worden boeken gecensureerd, in de kerk wordt er meteen gesproken van Satan wanneer er iemand passeert die een beetje anders is, en de Amerikaanse Burgeroorlog wordt in de school ongegeneerd voorgesteld als “a war of northern aggression”. En wat seks betreft: de manier waarop Ethan en Lena op een bepaald moment kussend een auto induiken, laat weinig aan de verbeelding over. Onthouding, mijn hol, ja.

Dat is verfrissend. De mentaliteit van Beautiful Creatures is vrijzinnig (waar Twilight rabiaat conservatief was) en humoristisch (waar Twilight zichzelf bloedserieus nam). Het hele verhaal wordt gepresenteerd met een fikse knipoog en ook de acteurs lijken zich te amuseren. Ehrenreich en Englert zijn misschien net iets te bland als het centrale koppel (hoewel we nog altijd veel liever met hen een pint zouden gaan drinken dan met Edward en Bella), maar het zijn de oudere acteurs in de bijrollen die de show stelen. Irons en Thompson amuseren zich kostelijk en gaan vrolijk over de top, zonder te vervallen in zelfparodie.

Niet dat Beautiful Creatures een meesterwerk is, dat zeker niet. Tijdens de tweede akte worden er veel te veel verhaalelementen bij gesleurd die eigenlijk weinig ter zake doen. We krijgen een uitgebreide nevenplot rond de voorouders van Lena en een vloek die verbroken moet worden, en Viola Davis duikt op als een Hoeder met de één of andere vage functie. Het wordt allemaal wat overplotted, waardoor de schwung er ook uit gaat. Schrijver en regisseur Richard LaGravenese (die in een vorig leven ooit nog het script voor The Fisher King pende) had gerust twintig minuten uit zijn film kunnen knippen zonder dat we dat gemist hadden. Anderzijds wordt de finale dan weer zéér haastig afgeraffeld. Niet dat we altijd een actiesequens van een half uur nodig hebben voordat we weer de straat op worden gestuurd (Michael Bay, stop daarmee!), maar de eindconfrontatie met Thompson en Rossum voelt wat magertjes aan. Het mag toch wel een beetje knallen, niet?

Niet dat we direct vragende partij zijn om elke week zo’n tienerfilm op ons bord te krijgen, maar je kan er niet omheen: leg dit naast Twilight, I am Number Four, Percy Jackson, Chronicles of Narnia of weet ik veel welke andere would be-franchise, en Beautiful Creatures komt er lang niet zo slecht uit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 20 =