Cyrus




Begin jaren 2000 was John C. Reilly één van onze favoriete leden
van de zogenaamde middle name gang, een bende acteurs,
voornamelijk bekend geworden dankzij de films van Paul Thomas
Anderson, die achter hun al dan niet tot een enkele letter
afgekorte middelste naam een acteertalent herbergde waar je niet
van terug had. Andere leden zijn onder andere William H. Macy,
Philip Baker Hall en Philip Seymour Hoffman. Reilly ontwikkelde
zich tot een fenomenale karakteracteur in films als ‘The Hours’,
‘Gangs of New York’ en ga zo maar door, maar liet zich daarna
steeds meer verleiden door the dark side. Met komedies als
‘Walk Hard’ en ‘Step Brothers’ koos hij – zo leek het althans –
ongegeneerd voor het makkelijke geld. Bijna waren we hem
hoogstpersoonlijk gaan bitchslappen, maar laten we daar
toch nog maar even mee wachten. ‘Cyrus’, een ietwat bittere
tragikomedie van Mark en Jay Duplass, geeft Reilly eindelijk nog
eens de kans om uit te blinken in een genuanceerde rol, waar zowaar
echt vlees aan zit.

Reilly speelt John, een monteur van tv-programma’s die sinds
zijn echtscheiding in zak en as zit. Hij is nog steeds goed
bevriend met zijn ex (Catherine Keener), maar voor de rest beperkt
zijn sociaal leven zich grotendeels tot zijn rechterhand (zoals de
onheilspellende openingsscène meteen duidelijk maakt). John kan
zijn geluk niet op wanneer hij op een feestje Molly (Marisa Tomei)
ontmoet. De twee kunnen het meteen met elkaar vinden en er bloeit
iets moois, tot John kennis maakt met Molly’s 21-jarige zoon Cyrus
(Jonah Hill). Op zijn eigen verdoken, passief-agressieve manier,
begint Cyrus er alles aan te doen om zijn moeder voor zichzelf te
houden.

Dat klinkt als de opzet van een platte klucht, maar het knappe
aan ‘Cyrus’ is net de manier waarop alle drie de hoofdpersonages
gaandeweg op een geloofwaardige manier worden uitgediept. John
heeft de eenvoudigste drijfveren: hij is jarenlang eenzaam geweest
en wil nu zijn kans op liefde niet kwijtspelen aan een emotioneel
gehandicapte twintiger. Maar het is de relatie tussen moeder en
zoon die echt interessant is. Als kijker merk je meteen dat er iets
mis is, dat de twee té close zijn met elkaar – ongegeneerd de
badkamer binnenlopen terwijl de ander aan het douchen is, elke dag
samen naar het park gaan om “inspiratie op te doen voor Cyrus zijn
muziek” en de manier waarop Molly Cyrus bemoedert wanneer die één
van zijn paniekaanvallen heeft. Het plaatje klopt niet, maar de
gebroeders Duplass zijn slim genoeg om de situatie ook weer te
geven zoals de personages ze zien. Cyrus is op een bepaalde manier
nooit volwassen geworden en bijgevolg is Molly haar rol van moeder
maar blijven spelen, omdat ze niet beter wist. Dat komt overtuigend
over – mensen raken niet van de ene dag op de andere in een
ongezonde situatie verzeild; dat groeit gewoon zo, over de loop van
jaren, en er is vaak een buitenstaander voor nodig om dat in te
zien.

Met dat alles klinkt ‘Cyrus’ misschien als een serieus
psychologisch drama, maar de Duplass-en verwerken dat alles in een
scherpe tragikomedie, die wat tijd nodig heeft om op gang te komen,
maar daarna helemaal weet te overtuigen. Komedies met dergelijke
thema’s hebben vaak de neiging om over de top te gaan naar het
einde toe, maar de regisseurs houden zich in en blijven altijd
trouw aan de personages en wat zij echt zouden doen. Het helpt
trouwens dat we drie hoofdacteurs krijgen die hun personages niet
spelen als komische karikaturen, maar volledig au sérieux
nemen. Reilly evolueert mooi van een triestige plant naar een man
die bereid is om te vechten voor zijn vriendin (en zijn
sportschoenen). Marisa Tomei blijft een charmante verchijning (zij
het dan in deze film één met een bad hair day), en Jonah
Hill, afkomstig uit de Judd Apatow-stal, weet een mooie mix van
naïviteit en verdoken gemeenheid in zijn rol te leggen. Hill is
oprecht grappig, met een gortdroog gevoel voor humor, dat
suggereert dat er onder zijn glimlach en ingestudeerde sociale
politesse heel wat demonen schuilgaan.

Wat wel stoort, is de cinema véritéstijl waarmee de regisseurs
te werk gaan. ‘Cyrus’ zit afgeladen vol met zooms, jump
cuts,
handgehouden shots en andere stilistische tics die het
gevoel voor realisme moeten verhogen. Denk ik. Die stijl is best
nog wel effectief, tot op een bepaald punt, om de film een visuele
eigenheid mee te geven. Het blijft een prent over drie personages
die met elkaar praten, dus je moet ergens iets vinden om dat
origineel in beeld te brengen. De broertjes Duplass gaan voor
faux documentaire, en tja, dat is een geldige keuze. Het
probleem is alleen dat het er niet bijster aantrekkelijk uitziet.
Vuile gele en bruine tinten overheersen het kleurenpalet, en in
combinatie met het bewust ruwe camerawerk zorgt dat voor een soms
onaangenaam ongepolijste prent.

‘Cyrus’ loopt het risico dat mensen er de verkeerde dingen van
gaan verwachten. De marketing van de prent doet denken dat het
gewoon over een Judd Apatow-achtige komedie gaat, zonder meer. Maar
de makers mikken niet continu op de lach: ze leggen een bedachtzaam
ritme in hun prent, en gaan hun humor niet zoeken in gemakkelijke
one liners, maar eerder in het gedrag van de personages zelf. Dat
wil dus zeggen dat echte dijenkletsers zeldzaam zijn. Maar
dammit, het zal een straffe zijn die kan zeggen dat hij
tegen het einde van de film niet echt sympathie voelde voor de
personages – voor àlle personages, inclusief Cyrus zelf. Wie het
niet erg vindt dat zijn lach af en toe ook pijn doet, weet in ieder
geval waar naartoe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =