The Town





There are no second acts in American lives, heeft F. Scott
Fitzgerald ooit geschreven (een citaat dat in dit geval een dubbele
functie dient, omdat ze toepasselijk is én omdat ze de suggestie
wekt dat ik veel heb gelezen van F. Scott Fitzgerald). Over het
algemeen had hij misschien gelijk, maar er zijn altijd de
uitzonderingen die de regel bevestigen. Tot een jaar of drie
geleden zat de carrière van voormalige wonder boy Ben
Affleck gevaarlijk in het slop. Bijna een decennium aan flops en
een relatie met Jennifer Lopez die op haast ziekelijke wijze
gevolgd werd door de gespecialiseerde media, hadden hem een groot
deel van zijn krediet gekost. Gedeeltelijk was dat terecht –
‘Paycheck’ en ‘Surviving Christmas’ staan allicht bij niemand in de
“top tien aller tijden” – maar gedeeltelijk lag het ook aan de
hyenasfeer die er rond Affleck was ontstaan. Hij werd the guy
you love to hate.
Niet erg leuk voor hem, maar wat Fitzgerald
ook mag zeggen, de laatste jaren lijkt het er dan toch op dat het
tij aan het keren is. Als acteur dook hij op in interessante
projecten als ‘State of Play’ en ‘The Company Men’, en vooral als
regisseur liet hij zich opmerken met ‘Gone Baby Gone’ en nu ‘The
Town’.

Van ‘Gone Baby Gone’ waren we minder onder de indruk dan de
meeste mensen, hoewel dat meer met het verhaal van Dennis Lehane te
maken had dan met Afflecks capaciteiten als regisseur. In ‘The
Town’ zie je Affleck verder de limieten van zijn vaardigheden
aftasten – geleidelijk aan ontdekt hij zelf wat zijn krachten en
zwaktes als verhalenverteller zijn, en dat is boeiend om te volgen.
Vooral omdat de film die hij in de tussentijd heeft afgeleverd,
ondanks al zijn duidelijke gebreken, best de moeite is.

Het verhaal draait rond Doug MacRay (Affleck zelf), een
working class kerel die opgroeide in een foute buurt van
Boston en bijgevolg haast vanzelf in de criminaliteit terechtkwam.
Samen met de losgeslagen James (Jeremy ‘The Hurt Locker’ Renner) en
nog twee vrienden, maakt hij deel uit van een goed geolied team
bankovervallers. Tijdens één van hun klussen zien ze zich verplicht
om bankmanager Claire (Rebecca Hall) mee te nemen als gijzelaar om
hun aftocht te dekken. De overval is een succes en de mannen laten
Claire gaan, maar achteraf besluiten ze de dame toch maar in het
oog te houden, voor het geval ze iets gezien zou hebben dat hen in
de problemen kan werken. Doug stelt zich vrijwilliger om Claire te
schaduwen en u mag twee keer raden of hij misschien geen boontje
voor haar krijgt.

Nee, originaliteitprijzen zal Affleck niet winnen voor ‘The
Town’, een film die er een punt van lijkt te maken om toch maar elk
cliché rond bankovervallers een plekje te geven. We hebben de
sympathieke boef, die eigenlijk de kwaadste niet is, maar door zijn
omgeving en zijn moedercomplex van het rechte pad wordt afgeleid.
We hebben de foute vriend van de sympathieke boef, die de gave
heeft elk probleem nog eens tien keer erger te maken. We hebben de
onmogelijke liefde tussen de sympathieke boef en een meisje dat
niet mag weten dat hij een boef is. We hebben de van een
fotogenieke stoppelbaard voorziene flik (Jon Hamm, van ‘Mad Men’),
die dan wel aan de juiste kant van de wet staat, maar van wie we
toch hopen dat hij faalt in zijn zelfverklaarde missie om Doug in
een gevangenis vol flink uit de kluiten gewassen zwarten te steken.
En uiteraard hebben we die Ene Laatste Klus, die hopeloos fout
gaat.

Yup, op papier lijkt ‘The Town’ weinig meer dan een
compendium aan clichés, en er zijn dan ook mensen die de film daar
definitief op hebben afgerekend, als een soortement
‘Heat’-van-den-Aldi. Lucky me, ik was sowieso al niet zo
gek op ‘Heat’, wat óók een compendium aan clichés was (de
getormenteerde flik en schurk die respect krijgen voor elkaar,
alsof u die nog niet eerder had gehoord!), maar dan een exemplaar
dat om geen enkele aanwijsbare reden ook nog eens dik tweeënhalf
uur duurde. (Kom maar op, ‘Heat’-fanatici!) Wat mij betreft, is
‘The Town’ niet clichématiger dan ‘Heat’, maar wél een pak strakker
in elkaar gestoken. Ben Affleck weet de problemen met het scenario
grotendeels te verdoezelen met een regie die geen enkel dood moment
toelaat – hij laat zijn film ademen wanneer dat nodig is, maar de
prent duurt echt geen seconde te lang.

Bovendien ontpopt Affleck zich tot een erg bekwaam
actieregisseur. Er zitten drie overvallen in de film, en telkens
gaat hij op zoek naar een ander accent, om te vermijden in
herhaling te vallen. Eerst krijgen we een traditionele bankoverval,
inclusief bankbediende die met bibberende handjes verplicht wordt
de kluis open te maken; daarna krijgen we een scène waarin de
overval zelf hooguit een minuut duurt, maar er daarna wel een knap
geënsceneerde autoachtervolging ontstaat; en ten slotte zien we
opnieuw een korte overval, gevolgd door een ouderwetse shoot
out.
Al die scènes zijn individueel ook weer afkomstig uit het
boekje van Hollywoodiaanse actieclichés, maar ze zijn ook
ijzersterk in elkaar gestoken en bijgevolg verrassend spannend. De
car chase is wat mij betreft de beste van de drie. Affleck
vermijdt goddank de shaky cam, houdt het allemaal
overzichtelijk en weet verdomd goed hoe hij zijn scène moet
timen. Waar versnel en vertraag je de montage, waar voeg
je een regel dialoog toe, waar liggen je pauzes? Er zijn maar
weinig regisseurs die dat echt goed kunnen, maar Affleck doet het
drie keer met flair.

De pogingen van de regisseur om met zijn film een
statement te maken over het leven in de foute buurten van
Boston, zijn maar deels succesvol. Enerzijds heeft hij wel degelijk
een prent gemaakt met behoorlijk wat street credibility:
de taal en het gedrag van de personages komen authentiek over, met
scherpe dialogen (Claire tegen Doug: ‘Hoe kan ik weten dat je me nu
de waarheid vertelt?’ Doug: ‘Omdat je de antwoorden op je vragen
zult haten!’) en goede acteerprestaties. Vooral Jeremy Renner komt
sterk uit de verf, hoewel hij natuurlijk ook gewoon de meest
showy rol heeft.

Anderzijds komt de regisseur in zijn analyse van de sociale
miserie in die wijken niet veel verder dan de vaststelling dat een
leven in de criminaliteit van vader op zoon wordt doorgegeven, en
dat het moeilijk is om zo’n bestaan te vermijden als er vanaf je
jeugd sowieso niets anders van je wordt verwacht. ‘The Town’ mikt
op grotere conclusies dan dat, maar raakt er niet.

Zeker geen perfecte film dus, maar toch… Met al z’n gebreken
was ik wel méé met het verhaal. Clichés of niet, ‘The Town’ is
meeslepend, altijd onderhoudend en soms zelfs bijzonder spannend.
Wie geen ontzagwekkend meesterwerk verwacht, zal hier dus absoluut
plezier aan beleven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + elf =