Peter Hujar’s Day is niet enkel een intiem portret van een kunstenaar, maar ook een terugblik op een tijd waarin artistieke genieën zichzelf ontplooiden en mensen nog écht naar elkaar leken te luisteren. De gedetailleerde constructie van een dag uit het leven van de bekende fotograaf in december 1974, komt tot stand in een 76 minuten durend gesprek in het warme interieur van een ‘seventies’ SoHo appartement.
De invloedrijke, maar vaak vergeten fotograaf Peter Hujar maakte in de jaren ‘70 deel uit van de artistieke underground scene van New York. In een gesprek met Linda Rosenkrantz, een goede vriendin en schrijfster, reconstrueert hij een dag uit zijn leven. Hij neemt ons mee van het moment waarop hij ‘s ochtends de deur opent om foto’s te bezorgen aan een medewerkster van Elle Magazine, een fotoshoot met Allen Ginsberg tot het ontwikkelen van de foto’s in zijn darkroom en de talloze dutjes tussendoor. Doorheen de gedetailleerde vertelling reflecteert Hujar op zijn leven, werk en relaties met andere kunstenaars.
Je stelt je doorheen de film zelf de vraag hoe waarheidsgetrouw je 24 uur uit je leven zou kunnen vertellen. Zelfs Peter, die op voorhand een lijstje bijhield van de dingen die hij de vorige dag had meegemaakt, betrapt zichzelf meermaals op feiten die niet overeenkomen en kleine leugentjes die hij aan de telefoon vertelde. Juist die nonchalante zelfreflectie op zijn karakter en zijn werk maakt hem zo charmant dat je de hele film geboeid blijft.
Het script is gebaseerd op een transcriptie van een interview uit 1974. Linda Rosenkrantz (gespeeld door Rebecca Hall) stelt zich op als de perfecte luisteraar voor haar schrijfproject waarin ze verschillende kunstenaars interviewt over hun dag. In 2021 publiceerde Rosenkrantz uiteindelijk het interview met Peter en besloot regisseur Ira Sachs het te verfilmen. Hujar, die in 1987 stierf aan de gevolgen van aids, krijgt zo alsnog de erkenning die hij als kunstenaar en persoon verdient.
Sachs liet zich niet beperken tot een simpele dialoogfilm, maar scoort vooral punten met de nostalgische en fijngevoelige esthetiek van de film. In een intiem Academy-ratio kadert hij de personages inventief binnen het gezellige appartement, dat ze slechts verlaten om geregeld te roken op het balkon. Deze precies geregisseerde vignetten van het duo doen de film eerder aanvoelen als een reeks foto’s.
Cinematograaf Alex Ashe speelt met licht, compositie en kleur op een manier die resoneert met Hujars eigen fotografische stijl. Zijn talent komt volledig tot zijn recht tijdens de dialoogscènes en in de verrassende portretsequenties, die de film ademruimte geven. Zo speelt hij met de natuurlijke lichtinval in het appartement, die zowel scherpe schaduwen op de gezichten van de acteurs schildert als de zorgvuldige kaders waarin hun conversatie plaatsvindt.
Ben Whishaw (als Hujar) en Rebecca Hall (als Rosenkrantz) spelen op hun best. De hechte vriendschap tussen de twee geeft de film een ongedwongen openheid die meteen een grote interesse opwekt in Peters vertelling, zelfs al had hij Susan Sontag, Allen Ginsberg, Fran Lebowitz en alle anderen niet ‘genamedropt’.
Peter Hujar’s Day weet de essentie van de fotograaf te vatten op een manier die ver verwijderd staat van de reeks gefictionaliseerde, vaak slappe biopics die we de laatste jaren op het scherm zagen verschijnen. Uit een ogenschijnlijk banaal gesprek maakt Ira Sachs een portret van een kunstenaar en een tijdperk. Met een simpele opzet, sterke esthetiek en knap acteerwerk van beide acteurs is Peter Hujar’s Day een film die bijblijft.



