Turquaze




Eigenlijk is het vreemd dat Vlaanderen al zo’n dertig jaar lang
niet anders doet dan eindeloos debatteren over het beruchte
“migrantenprobleem”, maar dat dit debat ondertussen zo goed als
compleet afwezig is gebleven uit onze fictie. In nieuwsprogramma’s
en documentaires allerhande hebben we langs alle kanten meningen op
ons afgevuurd gekregen over de integratie van Turken en Marokkanen
in onze maatschappij. Hier en daar zat er zelfs het occasionele
feit tussen verweven. Maar in de cinema zagen we vrijwel
uitsluitend verhalen over blanke mensen die worstelden met hun
blanke problemen. De film ‘Kassablanka’ van Guy Lee Thijs was een
moedige eerste poging om het thema racisme frontaal te benaderen,
maar werd buiten de stad Antwerpen maar weinig gezien. Nu, nog eens
acht jaar later, probeert Gentse Turk Kadir Balci het opnieuw met
‘Turquaze’. De multiculturele samenleving vindt eindelijk zijn weg
naar het grote scherm, en ja, natuurlijk is dat toe te juichen.
Maar de vraag “is dit ook een goeie film” is iets helemaal
anders.

Balci vertelt het verhaal van drie broers: Timur (Burak Balci,
broer van de regisseur) is een museumsuppoost die in een fanfare
speelt en al een jaar lang een relatie heeft met de Vlaamse Sarah
(Charlotte Vandermeersch). Niet dat één van hun beide families
daarvan op de hoogte is. Oudste broer Ediz (Nihat Altinkaya), houdt
vast aan zijn Turkse identiteit: hij verbiedt Timur om Nederlands
te spreken in huis, verwijst naar Vlamingen als “heidenen” en ziet
niet in waarom zijn vrouw de taal zou moeten leren. Maar
ondertussen gaat hij wel vreemd met Lieve (Maaike Cafmeyer).
Jongste broer Bora (Sinan Vanden Eynde) laat zich dan weer
verleiden tot het soort kruimeldiefstal waarmee Turkse tieners wel
eens de clichés over zichzelf durven bevestigen. Op een bepaald
moment vinden Timur en Sarah dat de tijd rijp is om hun relatie
bekend te maken aan hun families, maar dat valt nog dik tegen.

‘Turquaze’ profileert zichzelf duidelijk als een
crossover-project, dat voor de eerste keer zowel de
autochtone als allochtone gemeenschap naar dezelfde cinemazaal
dient te lokken. De film is afwisselend Turks en Nederlands
ondertiteld, en er werden zelfs speciale voorvertoningen
georganiseerd, specifiek voor de Turkse gemeenschap. Tevergeefs,
vrees ik: bij één zo’n voorvertoning verliet een deel van het
publiek woedend de zaal tijdens een (nochtans erg korte en al bij
al vrij zedige) liefdesscène. In de vertoning die ik zelf
bijwoonde, zag ik geen enkel gekleurd gezicht. Je kunt discussiëren
over welke conclusies je daaruit mag trekken, maar dat is sowieso
jammer.

Maar soit, daarmee weet u eigenlijk nog niets over de
film op zich. Het is moeilijk om geen sympathie te voelen voor
‘Turquaze’: Balci’s hart zit duidelijk op de juiste plaats en als
filmmaker schetst hij zijn personages dan ook met merkbare
affectie. Hij mikt nooit op grootse emotionele uitbarstingen – aan
het einde van de film geven Timur en Ediz elkaar welgeteld twee
klappen, en daarmee hebben de meest demonstratieve scène van de
film wel gehad – maar houdt zijn scenario altijd intimistisch.
‘Turquaze’ is opgetrokken uit kleine momentjes, waarvan er een
aantal zeer goed getroffen zijn. Zo is de ontmoeting tussen Timur
en de ouders van Sarah haast oncomfortabel realistisch, en krijgen
we ook een paar mooie scènes rond de moeder van Timur, die terug in
Istanboel is gaan wonen en daar dan weer met aanpassingsproblemen
kampt. De slotscène is typerend in zijn eenvoud, maar er straalt
meer oprechte romantiek van uit dan van heel Jan Verheyens melige
‘Zot van A’.

Ook de fotografie is meer dan oké: Ruben Impens, de vaste chef
camera van Felix van Groeningen, maakt er een punt van om obstakels
in de voorgrond te plaatsen, en dan daar omheen te filmen. Zo zien
we in een hoek van het scherm regelmatig iemands achterhoofd of een
stuk meubilair, waar de camera dan achteruit komt piepen om de
scène vast te leggen. Die techniek wordt misschien net wat te vaak
gebruikt in de loop van de film, maar ze werkt wel om een zekere
textuur aan de prent te geven. Voor de rest is het opvallend dat
Balci en Impens relatief weinig establishing shots
gebruiken, maar erg snel naar close-ups grijpen, om dat gevoel van
intimiteit te versterken. Tijdens sommige scènes stoort dat – een
scène waarin Bora een motor steelt, had echt wel baat gehad bij een
wide shot – maar voor het overgrote deel stolt dat alles best wel
samen tot een mooi samenhangende visuele stijl.

Het probleem zit ‘m echter in het feit dat Balci zijn thematiek
of zijn personages nooit echt grondig uitdiept. Over religie wordt
er met geen woord gesproken, hoewel dat toch een behoorlijk groot
deel uitmaakt van het dagelijks leven van elke moslim. Het siert de
regisseur dat hij in zekere zin de hand in eigen boezem durft te
steken – Ediz is een hypocriet, Bora is één van die jonge boefjes
waar mensen zich (niet onterecht) zo vaak aan ergeren, en op die
manier blijkt de Turkse gemeenschap ook boter op zijn hoofd te
hebben, net zo goed als de Vlamingen, die maar al te snel in een
racistische kramp schieten. Maar veel verder dan dat komt Balci
niet. Hij peilt niet naar oorzaken en kadert de gebeurtenissen in
zijn film ook niet in een ruimere context. Het had al erg
verhelderend kunnen werken als we een paar Turkse personages van de
oudere generatie te zien hadden gekregen. Welke waarden brengen zij
hun in België geboren kinderen bij? Wat horen die kinderen als ze
een moskee binnen gaan? Hoe contrasteert dat met wat ze op straat
en op school tegenkomen? Wat betekent religie voor hen, wat
betekent de Koran? Dat zijn grote vragen en het is natuurlijk onzin
om van een regisseur te verlangen dat hij die op anderhalf uur even
allemaal beantwoordt in zijn film – maar Balci had wel een aanzet
kunnen geven, hij had zijn Vlaams publiek een context kunnen geven
die er nu niet is.

Bovendien zijn de nevenpersonages wel erg summier aangepakt. De
ouders van Sarah ontmoeten Timur, trekken hun neus voor hem op en
behandelen hem met een neerbuigendheid die suggereert dat ze nog
goede kolonialisten zouden zijn geweest. En na die desastreuze
ontmoeting zien we hen nooit meer terug. Tine Embrecht komt even
langs als zus van Sarah, maar buiten het feit dat ze blijkbaar een
fascinatie heeft voor besneden mannen, komen we over haar niets te
weten. Maaike Cafmeyer komt er nog meer bekaaid van af: zij mag
twee keer een wip komen maken met Ediz en vervolgens weer van het
toneel verdwijnen. Haar personage heet Lieve, maar dat heb ik
achteraf moeten opzoeken – toen ik de zaal uitstapte, wist ik het
niet.

En op die manier is ‘Turquaze’ een mixed bag geworden:
Balci heeft de allerbeste bedoelingen, hij kan filmen en hij weet
een aantal prachtige momenten te vangen. Maar ondertussen zegt hij
over zijn thematiek niet zo veel als hij zelf waarschijnlijk zou
willen, en verwaarloost hij zijn bijrollen (vooral langs de Vlaamse
kant van het verhaal). Niettemin: de eerste geïntegreerde film is
een feit, en dat is een belangrijk precedent. Dat er nog veel – en
misschien ook betere – mogen volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =