Robert Plant :: Band of Joy

Robert Plant is nooit een groot poëet geweest, maar heeft dat
gebrek altijd gecompenseerd met een grote overtuigingskracht. Het
uitbundige schreeuwen en dialogeren met de gitaar van Jimmy Page
heeft de zanger met weelderige haardos al enkele jaren achterwege
gelaten. Hoewel hij tegenwoordig een zachter en intiemer
klankenbord bestrijkt, is zijn vlam nog steeds niet
uitgedoofd.

De voorbije jaren heeft hij zijn succes van weleer geëvenaard met
briljante albums zoals ‘Mighty Rearranger‘ en
Raising
Sands
‘. Vooral die laatste, opgenomen met countryster Alison
Krauss, heeft hem geen windeieren gelegd: de twee artiesten hebben
de Grammy Award voor beste album van het jaar ontvangen. Plant
nadert ondertussen de pensioengerechtigde leeftijd, maar denkt nog
niet aan ophouden. Geen slecht idee, want zijn intrigerende mix van
folk, blues en rock-‘n-roll spreekt zowel jong als oud aan.

Op ‘Band Of Joy’ is dat niet anders: het album heeft zijn naam te
danken aan een voormalig groepje uit de jaren zestig waar Plant en
drummer John Bonham even bij hebben gespeeld, maar niet veel meer
is dan slechts een voetnoot in de geschiedenis. Felgekleurd en
beweeglijk als een jong groen blaadje aan een boom.

Muziekliefhebbers zullen alvast smullen van de arrangementen: de
banjo’s en slide guitars klinken springlevend maar
behouden een vorm van intimiteit, alsof je zit te luisteren onder
het houten afdak van een zomerhuis. Het brommende ‘Angel Dance’
klinkt opgewekt maar bezit zoals alle nummers van Plant een
moeilijk te duiden magie. Hij mag murmelen, schreeuwen en
brullen… het excentrieke karakter van zijn stem klinkt altijd
even rotsvast en overtuigend.

‘Band of Joy’ voelt net als het eerdere werk van Plant bijzonder
wereldlijk aan: het volkse karakter is prominent en toch klinkt het
geheel nooit vulgariserend (‘House of Cards’). Hij waagt zich ook
aan enkele feeërieke bewerkingen van Amerikaanse folkklassiekers.
Vooral ‘Get Along Home Cindy’, een lied dat ergens in North
Carolina is ontstaan, laat met het gevoelige banjospel en de
rustige tromcadans een goede indruk na. Op het einde is er ook nog
‘Satan Your Kingdom Must Come Down’, dat het sluimerende karakter
van het nummer goed tot verbeelding brengt (met een indringend
gitaarspel). Robert Plant komt het best tot zijn recht wanneer hij
zijn eigen ding kan doen met bestaand materiaal.

Dat betekent niet dat de andere nummers in schril contrast staan
met de ‘grote’ klassiekers. Plant heeft een aantrekkelijke
verzameling gecreëerd van twaalf uiteenlopende composities, maar de
kwaliteit durft soms wel te variëren. De frontman is niet altijd
zorgvuldig in zijn keuze, waardoor sommige teksten de nodige
diepgang missen (‘Falling In Love Again’). Vaak compenseert hij dat
met het kwieke en jeugdige karakter in zijn stem (‘You Can’t Buy Me
Love’) maar dat gaat niet overal op (‘Harms Swift Away’).

Van uitzonderlijke kwaliteit is ‘Silver Rider’ dat Robert Plant in
de verf zet als een opvallend moderne en melodieuze zanger (mocht
dat ondertussen nog niet duidelijk zijn). De lange en zachte
verzuchtingen in de muziek hebben een berustend effect waardoor
Plant kwistig zijn muziek in de oren van de luisteraar kan
strooien.

Het heimelijke gevoel bij ‘Monkey’ doet wat denken aan het
geniepige ‘Tin Pan Valley’ (op ‘Mighty Rearranger’) en laat de
luisteraar ook achter met enkele vraagtekens. De lage en ingetogen
zangstijl is sfeervol, terwijl de grungy en introverte
klanken de gepaste sfeer opwekken.

Een grote verrassing is het niet dat ‘Band Of Joy’ opnieuw een
extra toets geeft aan de steeds groter wordende discografie van
Robert Plant. Het plezier en de levensvreugde zijn alom aanwezig,
gecombineerd met prettig klinkende rootsmuziek en een onbetwistbaar
vakmanschap. Een waardige opvolger voor ‘Raising Sands’.

Het optreden van Robert Plant in het Koninklijk Circus in
Brussel (24 oktober) is GEANNULEERD!

http://www.robertplant.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + veertien =