Floored By Four :: Floored By Four

Aan “supergroepen” geen gebrek de dag van vandaag. Iedereen wil het eens gedaan hebben met iedereen en de gretig consumerende muziekliefhebber wordt voortdurend om de oren geslagen met “niet te missen samenwerkingsverbanden” en “resultaten die alle verwachtingen overtreffen”. Op kleinere schaal probeert Floored By Four ook zoiets.

Nu ja, of dit gaat om “kleinere garnalen” hangt natuurlijk af van wie je Goden zijn. Floored By Four bestaat uit gitarist Nels Cline, bassist Mike Watt, toetseniste Yuka Honda en drummer Dougie Bowne. Bij Cline denken de meesten aan Wilco, net zoals Watt vooral gelinkt zal worden aan The Stooges of zijn met sterren volgestouwde album Ball-Hog Or Tugboat?. Yuka Honda was dan weer een van de gezichten van de New Yorkse ninetiesband Cibo Matto, terwijl echtgenoot Dougie Bowne de vellen beroerde bij The Lounge Lizards en speelde bij o.a. John Cale, Iggy Pop en Marc Ribot.

Op papier een kleurrijk gezelschap, al valt dat op plaat nogal mee. Opener “Nels” (de vier songs zijn elk genoemd naar de leden) gaat van start met abstracte geluidsexperimentjes: geruis, gezoem, effectenspielereien. Na anderhalve minuut komt een repetitieve groove op gang die zowel funk, rock als jazz aandoet. De ritmesectie houdt zich daarbij opvallend gedeisd en gunt de gitarist alle ruimte om zijn textuur- en effectenpalet uit te testen. Cline is niet enkel leadgitarist bij Wilco, maar ook al een paar decennia een vaste waarde in de improvisatiescène en stond in voor enkele platen die de gemiddelde Wilcofan waarschijnlijk de gordijnen in zouden jagen (met o.a. Chris Corsano, Sonic Youthleden of zijn eigen Nels Cline Singers).

Van vervreemding is hier echter geen sprake: Floored By Four lijkt vooral te mikken op zwaar door de seventies beïnvloede jams, waarbij namen als Funkadelic, Peter Green, Can en, onvermijdelijk, Miles Davis passeren. Hoewel er geen blazers van de partij zijn, is het niet ondenkbeeldig dat de leden voor of tijdens de opnames aandachtig geluisterd hebben naar In A Silent Way of A Tribute To Jack Johnson. Voeg daar nog het spacy element van Sun Ra aan toe en je zit met hypnotiserende blokken muziek die het meer in de lengte dan de diepte zoeken. Dat is meteen ook het verschil met Banyan, een ander project dat Watt en Cline hadden (met trompettist Willie Waldman en drummer Stephen Perkins). Die band pakte uit met een energie en jachtigheid die hier afwezig is.

”Yuka” opent dromerig als een slaapliedje en barst na anderhalve minuut open in een gespierdere lap rock die een paar tempoveranderingen ondergaat. Het is meteen ook de enige track met zang, of beter: een lijst van gesproken/gezongen herhalingen van Watt tegen een achtergrond van monotoon bonkende drums en jankende, huilende en gierende gitaren. Het korte “Mike” klinkt haast als een instrumentale fIREHOSEsong, maar is iets te luchtig om lang te blijven hangen. De tweede helft van het album wordt volledig opgeëist door de 19 minuten van “Dougie”, een in blokken verdeelde jam met zinderende gitaarlijnen, voorzichtige percussie en een Oosters aanvoelende, onderhuidse groove.

De vier teren mooi op elkaars spel en slagen er in om iets charmant op poten te zetten met de meest eenvoudige ingrediënten. Het mag dan allemaal wel wat vluchtig passeren en er mag dan wel geen duidelijke eindbestemming zijn, evenmin is er weinig opwinding tijdens de afgelegde weg. Op die manier werd Floored By Four best een boeiende plaat (zeker voor de fans van het gitaarwerk van Cline). Maar een essentiële, zoals Live At Perkins Palace van Banyan? Nee, dat zeker niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − drie =