BEST OF: Led Zeppelin

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Led Zeppelin.

1. Good Times Bad Times

Een meer passende eerste song had Led Zeppelin zich nauwelijks kunnen inbeelden: deze opener van debuut Led Zeppelin I is niet minder dan een oerkreet die de basissound van de band perfect samenvat. De retestrakke ritmesectie met John Bonham op drums en John Paul Jones op bas legt misschien wel het stevigste fundament dat er ooit bestaan heeft in de bluesrock, waarboven Jimmy Page alle ruimte krijgt om zijn gitaarcapriolen breed te etaleren. De teksten? Die zijn zoals doorgaans in de beginperiode van verwaarloosbaar niveau, maar Robert Plant zet wel meteen een iconische zangprestatie neer.
Hoogtepunt: 1’30”. De hele band is stilgevallen en dan knalt daar plots die gitaarsolo door. Mocht er in De Grote Handleiding Voor Beginnende Bands een lemma “strakheid” staan, dan zou dit moment als perfecte illustratie kunnen dienen.

2. Whole Lotta Love

Tja, hoe iconisch kan je een nummer maken? Wellicht Jimmy Pages meest indrukwekkende gitaarspel met die memorabele openingsriff; geniaal in zijn simpliciteit. Dat walgelijk aanstekelijke, opzwepende refrein: stevig rockend met die heerlijke slide tussen de “Wanna whole lotta love”‘s door. En dan die opkomende storm van een brug: geleidelijk aanzwellend tot een psychedelisch waas van vervormde studio- en pedaaleffecten, waartussen Plant zich langzaam naar een orgasme kweelt, steeds toenemend in brutaliteit en dreiging. Tot Bonzo een verlossend drumsalvo afvuurt en een gefocuste bluesy solo weerklinkt. En we zijn weer weg. Tot die allerlaatste oerschreeuwen; wie geen rillingen over de rug voelt lopen op het moment dat Plant met volle emotie “Woman … you need … love” kreunt, gaat best eens bij de neuroloog langs. De hitparades mogen dan al eens vaak ongelijk hebben, maar dit is niet toevallig één van hun grootste hits.
Hoogtepunt: 4’04”. De geile blueswolf bereikt zijn vocaal en zo te horen mogelijk ook seksueel hoogtepunt.

3. Battle of Evermore

Een ingetogen, akoestisch folknummer in een Led Zep best of vol bombastische bluesrock? Zeker weten. Onder het langzaam in volume toenemende gepingel van een mandoline ontvouwt “Battle of Evermore” zich als een fantasy-kroniek vol mysterie. In het refrein vervoegt Sandy Denny van Fairport Convention Plant en we hebben: het enige duet dat de groep ooit opnam. Dennys hoge, engelachtige stem tilt dit Keltisch geïnspireerde epos naar een nog hoger niveau. Een hommage aan het werk van J.R.R. Tolkien en een blijk van hun voorliefde voor folk.
Hoogtepunt: 3’38”. Tussen de strofen door zwelt de machtige samenzang samen met de mandoline aan, om uit te lopen in de volgende akkoordenprogressie.

4. Achilles Last Stand

Led Zep op amfetamines. Als Page, Plant et les autres samen met bands als Black Sabbath of Deep Purple de voorvaders van de heavy metal worden genoemd, zijn er weinig onderdelen van hun repertoire die hun invloed op het genre duidelijker laten horen dan dit majestueus werkstuk “Achilles Last Stand”. Tien minuten lang galoppeert de bas van John Paul Jones in tandem met jachtige, bij momenten razende mokers van drumslagen, aangevuld door de cycli van kletterende arpeggio’s en nijdige solo’s. Nooit verliest het nummer zijn vaart, en toch varieert het continu van dynamiek en sfeer met welgeplaatste overgangen: een prestatie die weinigen hen nadoen.
Hoogtepunt: 6’44”. Na de opbouw die op “The mighty arms of Atlas, hold the heavens from the earth” volgt, laat Bonzo een machinegeweer los achter zijn drumstel.

5. The Rain Song

Niet meer dan een handvol akkoorden en een afwijkende toonladder die de geur van een verkoelende plensbui na een intense hittegolf weet te recreëren in “Rain Song”. Na zonneschijn komt regen, is de boodschap die Plant met verve weet uit te dragen. In de eenvoud van “Rain Song” schuilt een thematiek die niemand onberoerd kan laten. Muziek die verzacht en tegelijk kan verbijsteren.
Hoogtepunt: 5’48”. De hete dampen en bittere kou laten zich waarneembaar gelden wanneer Robert Plant “These are the seasons of emotion and like the winds they rise and fall” zingt.

6. In My Time of Dying

Met 11 minuten en 6 seconden het langste nummer dat Led Zeppelin ooit in de studio heeft opgenomen. “In My Time Of Dying” is een traditionele gospelsong die door de groep volledig is omgebouwd tot een snel afwisselend en groovy rocknummer. Tijdens de uitgerekte constructie zijn er weinig lange rustpunten te vinden, grotendeel te danken aan het kwieke ritmische spel van John Bonham en John Paul Jones. Met Physical Graffiti bracht Led Zeppelin in 1975 traditie en moderniteit tezamen, op wat misschien wel hun laatste succesvolle en uitvoerig geprezen album was.
Hoogtepunt: 10’50”. Na meer dan tien minuten breit Led Zeppelin met een kuch, gepraat en studiogeluiden een open einde aan “In My Time of Dying”. Wat goed is, heeft geen eindpunt nodig.

7. Gallows Pole

Een van de constanten in de discografie van Led Zeppelin is het teruggrijpen naar oude folk- en bluestradities. “Gallows Pole” is een oude Engelse traditional die eerder al door onder meer Leadbelly en Bob Dylan werd gecoverd. In de versie van Led Zeppelin wordt het een dynamische stamper aangedreven door banjo en gitaar die elkaar constant het vuur aan de schenen leggen. Wat begon als een melancholische akoestische ballade is tegen het einde van het nummer dan ook volledig ontaard in een swingend cowboyfestijn.
Hoogtepunt: 2’04”. John Bonham vervoegt zich in het steeds intenser wordende folkfeest en stuwt de song alsmaar meer richting totale climax.

8. When the Levee Breaks

Led Zeppelin heeft zijn schatplichtigheid aan de blues nooit onder stoelen of banken gestoken. Waar dit nog onbetwistbaar hoorbaar was op vroege platen, klonken die invloeden al veel meer veraf ten tijde van succesalbum Led Zeppelin IV. In de aloude traditie van songs herschrijven en bewerken, staat er op dat laatste echter nog één dijk (jaja) van een nummer: “When The Levee Breaks” van Memphis Minnie. Op de tekst na blijft echter niet veel over van het akoestische origineel: dit is Zeppelin op zijn meest rauw en smerig, en eenvoudigweg op zijn best. Het is een gestage, meeslepende stamper vol vuile, bluesy slide gitaar, huilende harmonica waarover Plant een melancholische vertelling brengt over overstromingen in de jaren 20. Maar vooral Bonzo steelt de show met zijn massieve, imposante gedonder waar zelfs Thor U zou tegen zeggen. Niet voor niets zou de drumlijn later een eigen leven gaan leiden als sample in hiphop (bij onder andere Dr. Dre en Beasty Boys). Een klassieker onder de klassiekers op IV.

Hoogtepunt: 1’21”. De minuscule pauze tussen “If … it keeps on raining” en het losbarsten van de instrumentale vloedgolf.

9. Ramble On

De afsluiter van Led Zeppelin II toont mooi aan hoe snel de muzikanten van Led Zeppelin hun klanklandschap begonnen open te breken. Bluesrock bleef nog absoluut de basis op deze tweede plaat, maar de voorzichtige akoestische experimenten van het debuut kregen nu al een meer prominente plaats, met vooral deze afsluiter als een geslaagde kruisbestuiving van akoestische lieflijkheid en bandeloze rock. Overigens de eerste song waarin Robert Plant zijn fascinatie met het werk van Tolkien liet spreken.
Hoogtepunt: 1’12”. De eerste keer dat John Bonham doorheen de song knalt is ook hier weer een eerste hoogtepunt.

10. Kashmir

Een eindeloze nomadentocht door de woestijn. Terwijl de groep ijlend door zandmassa’s trekt in een alles verschroeiende hitte, doemt de dreiging op in cirkels te wandelen. Dat is toch wat we ons altijd voorstellen bij dit meesterlijk stuk epiek. Wat “Kashmir” uniek maakt in de Led Zeppelin catalogus — naast de overduidelijke oosterse invloeden — is de structuur: Page speelt gelaagde, hypnotiserende monsterrifs, vakkundig aan elkaar gemept met Bonhams slagwerk vol subtiele details. Laat daarbovenop nog een zweverig blazer- en strijkerorkest losbarsten tussen de mijmerende zanglijnen door, en je begrijpt al snel waarom Robert Plant “Kashmir” als een van de ultieme nummers van de band beschouwt.
Hoogtepunt: 4’20”. Met een langgerekte oerschreeuw keert het nummer feilloos terug naar die mastodont van een openingsriff.

11. Since I’ve Been Loving You

Wat vermag de liefde? Led Zeppelin heeft er als zo vele bands inspiratie uit geput voor een karrenvracht aan uitstekende songs. “Since I’ve Been Loving You” is misschien wel de meest iconische, waar de tekst over de dagelijkse sleur in fel contrast staat met de buitengewone muzikale prestatie van het viertal. Opmerkelijk is een van de meest verpletterende gitaarsolo’s van Jimmy Page — des te impressionanter in de live-uitvoering — zonder afbreuk te willen doen aan het vocale register dat Robert Plant bestrijkt. John Paul Jones demonstreert de sleutelrol van het orgel door alles naadloos aan elkaar te kleven. Opnieuw is het de interactie tussen de muzikanten die de song net dat tikkeltje hoger tilt.
Hoogtepunt: 3’38”. Robert Plant schreeuwt “watch out” wanneer Jimmy Page net de aanzet voor zijn gitaarsolo geeft. Toepasselijke woorden voor het begin van een magistrale rit.

12. No Quarter

Het enige nummer in deze lijst dat niet de gitaar als centraal punt heeft, maar de elektrische piano van John Paul Jones. Het levert tegelijk een uitzonderlijke klank en een vertrouwde Led Zeppelinsfeer op, met een opmerkelijke structuur die continu laveert tussen contemplatie en meeslepende rock. Mysterie alom ook in deze track, met naast de modderige, slome klank van de muziek ook een Robert Plant die zich nog maar eens voluit door mystiek laat inspireren.
Hoogtepunt: 3’53”. Gitaar en drums vervoegen de pianosolo om samen naar een instrumentaal hoogtepunt te werken.

13. What Is And What Should Never Be

Helemaal vertederend, hoe Robert Plant vanaf de eerste seconden van “What Is And What Should Never Be” de luisteraar weet in te palmen. Het is een voortdurende afwisseling tussen zachte dromen en harde realiteit die het nummer zo aantrekkelijk maakt. Blues blijft prominent aanwezig, hoewel de groep in de subtiele vormelijke experimenten laat zien tot veel meer in staat te zijn dan enkel rechtlijnige gitaarrock.
Hoogtepunt: 2’11”. Jimmy Page kan niet aan de weerleiding verstaan, en met een aardig stukje slide gitaar weet hij “What Is And What Should Never Be” van bruisende energie te voorzien.

14. Stairway to Heaven

Grijs gedraaid, beu gehoord, overgewaardeerd, te lang, gestolen van Spirit, nonsensicale tekst; er wordt nogal wat voor de voeten van “Stairway To Heaven” geworpen. Volledig onterecht zullen die opmerkingen wel niet zijn, maar eenmaal de song effectief speelt, zijn we ze allemaal volledig vergeten. “Stairway To Heaven” is wat ons betreft een acht minuten durende muzikale tour de force die continu spanning opbouwt met de gitaarsolo en allerlaatste strofe als ultieme ontlading.
Hoogtepunt: 6’45”. Gitaarsolo gedaan, Robert Plant herhaalt nog even de quasi-nonsens van de tekst terwijl de hele band los gaat.

15. How Many More Times

Het is moeilijk kiezen tussen alle bluesrockparels uit het debuutalbum van Led Zeppelin. “How Many More Times” is echter een voor de hand liggende keuze, met een ietwat onbesuisde maar overweldigende sound. De kracht van de song schuilt in de schijnbaar eenvoudige ritmische structuur, typerend voor de vroege jaren van de band, die zich tot een grandioze bluesimprovisatie laat ontrafelen. Page en Plant zorgen voor magie door minutenlang stem en snaarwerk uitvoerig te laten duelleren.
Hoogtepunt: 0’00”. John Paul Jones brengt de song op gang met een zwoel klinkende basriff die meteen de toon voor de rest van de song zet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − zeven =