Robyn :: Body Talk (Pt. 2)

De tijd dat Zweden de hofleverancier van gewiekste pop (Abba, Roxette) en onbedoeld grappige pop (Ace Of Base) was, ligt alweer een decennium achter ons. Mooie zuchtmeisjes genoeg daar, maar voor popmeisjes turen we al jaren aan een stuk naar de overkant van het kanaal. U ook? Welaan dan. Robyn tikt u tijdens dat turen op de schouder, u draait zich om, en krijgt middels Body Talk een enorme djoef op de muil. En die is nog verdiend ook.

Na enkele grand cru-jaren, is het dit jaar popmeisjesgewijs geen grote stoef. Marina & The Diamonds is te labiel, Ellie Goulding te steriel en een restant van de jaren negentig als Christina Aguilera vergat even zichzelf en werd een Milf-copycat van Lady Gaga. Het kan ook anders, en dat gewoon door één devies: ga het niet te ver zoeken. Dat credo indachtig, maakt Robyn mee van de meest ass en in het kruis kickende, inventieve, pakkende, gewoonweg beste pop die we in jaren gehoord hebben. Niet slecht voor iemand die voor hetzelfde geld een vage herinnering aan de nineties had kunnen zijn zoals de Zillion, Hanson en dokter Nellie.

Nee jongens, de pret kan niet op met Robyns popplaatjes anno 2010. Body Talk is op weg een trilogie van korte platen te worden, die samen een mastercursus popmuziek vormen zoals die in jaren niet geschreven is. Beide delen barsten van de uitstekende ideeën, zonder dat er een Spielerei te veel op staat. Dat is net wat zovele popplaatjes anno nu ontbeert: it’s the melody, stupid. Robyn en landgenoten/producers Kleerup en Klas Ahlund verstaan dat als weinig anderen, en maken een van de tegenwoordige zeldzame popplaten waarop de sound geen burka rond de song is.

Voeg daar samenwerkingen met pakweg Royksopp aan toe ("None Of Dem", dat middels een uitstekende opbouw uitgroeit van een nieuwe Bacardi-reclame tot een clubhit zonder weerga) en Robyn maakt er op deze EP’s soms een demonstratie van. Ze is niet bang van een dijk van een refrein ("Include Me Out" et les autres) en beschikt over een kameleon van een stem. Ze heeft nu eens het hart op de tong in weemoedig gekleurde songs ("Dancing On My Own"), dan weer de tong diep in de wang zoals op "Cry When You Get Older" (met een prachtig bruggetje), het speels ranzige "Criminal Intent", of het gerapte "U Should Know Better", een duet dat door een rotaanstekelijke rotvaart en geniale vondsten (let op het kerkkoor) zelfs Snoop Dogg niet kan versjteren. Fuck off, Ke$ha.

Zowel tekstueel ("Cry When You Get Older") als muzikaal (alle songs) koppelt Robyn brains aan ballen, floeren hartzeer aan floor fillers. En bewijst en passant dat een popballad ook gerust zonder een pot stroop kan: "Hang With Me" op Pt. 1 is, alleen begeleid door piano en strijkers, niet minder dan hartverscheurend, en bereikt op Pt. 2 in een popjasje de perfectie. De strijkersversie van "Indestructible" op Pt. 2 geeft al aan dat de lat op Pt. 3 (verwacht in december) niet lager zal liggen. Van aandoenlijk tot opzwepend, van tranend tot zweterig, met een hoek af of scherpe hoeken aan: Body Talk is van een veelzijdigheid die past op de radio tijdens de kantooruren, in de badkamer in aanloop naar een feestje of tijdens een autorit tussen twee feestjes in.

Body Talk Pt. 1, Pt. 2 en waarschijnlijk ook Pt. 3 is in totaal de plaat die werd verwacht van gehypete prinsesjes als Little Boots vorig jaar. Dit is sheer pop perfection. Niets wereldschokkends, niets razend vernieuwends — of misschien net wel, door z’n efficiëntie, z’n essentie. Robyn geeft dit soort popmuziek (tot voor kort nog gekortwiekt tot een belachelijke term als synthpop) een cachet van tijdloosheid die te hippe producers al zolang betrachten, maar door trucjes met de levensduur van een eendagsvlieg al meteen zien ontglippen. Dit is de referentie voor nog lange tijd. Een djoef op uw muil, en vlug.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 3 =