The National :: High Violet

Is over de laatste nieuwe van The National intussen
niet alles gezegd? Want welke recensies u de afgelopen weken ook
hebt gelezen, allemaal zijn ze het er roerend over eens en allemaal
hebben ze overschot van gelijk: ‘High Violet’ is misschien wel de
beste plaat die The National tot nu toe heeft gemaakt. En met aan
zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal dit album ook hoog
eindigen in de eindejaarslijstjes van 2010.

Dus hier zitten we dan, te broeden op iets zinnigs om de meest
overbodige recensie die we ooit hebben geschreven aan te vatten,
een tekst waarin we op onze beurt moeten verwoorden – en liefst zo
origineel mogelijk, met treffende metaforen en pakkende beeldspraak
– waarom ook wij ons aansluiten bij het nog steeds aangroeiende
leger believers, waarom ook wij vinden dat ‘High Violet’
de hoge verwachtingen niet zomaar inlost maar zelfs
overtreft.

Want hoe valt immers het gestaag toenemende succes van deze
unusual suspects te verklaren, zowel bij de critici als
bij het publiek? Misschien zijn het wel de dingen die The National
niét doet. In tegenstelling tot Vampire Weekend,
Yeasayer, MGMT en al die andere
hippe bands die eveneens opereren vanuit Brooklyn, hoeven ze
namelijk geen zevenendertig uiteenlopende stijlen in één song te
stoppen om te boeien, geen nieuwe genres uit te vinden of uit te
pakken met een modieuze, technicoloren sound.

In essentie maken Matt Berninger, (identieke tweeling) Aaron en
Bryce Dessner, en Bryan en Scott Devendorf (het andere broederpaar)
nog steeds dezelfde soort muziek als op hun titelloze debuut uit
2001. Op het eerste gehoor degelijke indierock, waarin
experts invloeden horen van ondermeer Springsteen, Cave, Cohen, Joy Division en
Tindersticks,
en dat uitgesmeerd over platen die – als je ze de nodige tijd gunt
– bij elke beluistering beter worden en dieper onder je huid
kruipen. Componist Steve Reich, een fan, hoort in het samenspel van
melodieën, harmonieën en ritmesessie zelfs Bach en Ravel.

Zonder noemenswaardige stijlbreuken is The National plaat na plaat
inderdaad beter en beter geworden. Na de eerste, veelbelovende
platen – het debuut, ‘Sad Songs For Dirty Lovers’ en de e.p.
‘Cherry Tree’ – wordt doorbraakalbum ‘Alligator’ dan ook beschouwd
als de kroon op het werk. Op ‘Boxer‘, dat twee jaar
later verschijnt, blijkt de groep zelfs nóg een paar stappen
voorwaarts te hebben gezet. De groep maakt echter niet alleen
geraffineerde, uitgebalanceerde platen; The National imponeert ook
met optredens die pendelen tussen beheersing en intensiteit.

Wie de in 2008 verschenen film ‘A Skin, A Night’ zag, weet dat de
platen van The National – op zijn zachtst uitgedrukt – niet zonder
slag of stoot tot stand komen. Dat was volgens de vele
promo-interviews ook bij ‘High Violet’ het geval. Voor elke song
werden alle mogelijke invalshoeken en arrangementen uitgeprobeerd,
tot de vijf bandleden konden leven met het resultaat. In sommige
gevallen, zoals bij ‘Lemonworld’, zou uiteindelijk zelfs de eerste
(demo)versie de plaat halen.

‘High Violet’ is dan ook niet zomaar de evenwichtigste cd van The
National tot op heden. De ingrediënten blijven dezelfde: de weinig
opbeurende teksten van Berninger, gebracht met zijn herkenbare
baritonstem, de inventieve roffels en drumpatronen van Bryan
Devendorf, het efficiënte snarenwerk van de Dessner twins
en de pulserende bas van Scott Devendorf. Alleen kloppen de
verhoudingen deze keer nog beter dan op de vorige platen.

Om het even welke andere band zou joekels van wervende stickers op
de hoesjes hebben geplakt, met de melding dat niemand minder dan
Justin Vernon (Bon Iver!), Richard
Parry (Arcade
Fire
!!) en Sufjan Stevens (Sufjan Stevens!!!)
meedoen. Evenmin als de andere muzikale gasten eisen zij hier
echter een glansrol op. Tribunespelers worden niet gedoogd bij The
National, alles en iedereen speelt in dienst van het
collectief.

Dat kan trouwens ook gezegd worden van de arrangementen. De meeste
bands die een beroep doen op blazers, strijkers, achtergrondkoren
en dergelijke willen die investeringen ook laten renderen en laten
horen. Hier geschiedt alles in functie van de songs, de ware
hoofdrolspelers op deze plaat, niet de gasten of de virtuositeit
van de muzikanten.

Alles klopt zowat aan dit album: de arrangementen, de sfeer, de
klank, de volgorde van de songs, de onafgebroken hoge kwaliteit van
die songs… Vooral op het woord ‘album’ willen we hier de nadruk
leggen: in een tijdvak waarin iedereen à la carte nummers
van het net plukt, is het een ware verademing dat er nog groepen
zijn die een plaat zien als één geheel dat de som van de delen
overstijgt.

Want waarom vinden we ‘Bloodbuzz Ohio’ maar half zo goed wanneer we
dat nummer pakweg horen bij ‘Exit’, op Radio 1? Dat komt niet door
de presentatoren, maar omdat het op ‘High Violet’ op zijn plaats
staat tussen ‘Afraid of Anyone’ en ‘Lemonworld’.

‘High Violet’ is een koesterplaat, die net als de vorige cd’s de
tijd moet krijgen om te rijpen. Wie (zoals wij destijds bij
‘Alligator’) de plaat na een paar luisterbeurten opbergt en denkt
‘niet slecht, maar ik snap niet what the fuzz is all
about
‘, doet dit album oneer aan.

The National speelt op 21 augustus op Pukkelpop in
Hasselt-Kiewit en op 21 november in de A.B. in Brussel
(uitverkocht).

http://www.americanmary.com/

www.myspace.com/thenational

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − een =