The Bad Lieutenant :: Port of Call – New Orleans






De Gefronste Wenkbrauw van de Week ging onlangs zonder al te
veel concurrentie naar het onhandig getitelde ‘The Bad Lieutenant:
Port of Call – New Orleans’. Niet moeilijk: het gaat hier immers om
de remake van Abel Ferrera’s cultfilm ‘Bad Lieutenant’ uit 1992
waarin Harvey Keitel een geflipte, aan drugs en seks verslaafde,
maar diepkatholieke agent speelt. Op zich niks mis mee – nóg een
remake, what’s the big deal? – ware het niet dat
niemand minder dan ons aller favoriete Duitser Werner Herzog aan
het roer staat van deze mesjogge herinterpretatie (van de woordjes
reboot, remake of sequel moet de man
niet weten). Met in de hoofdrol Nicolas Cage (sinds ‘Adaptation’
uitsluitend te zien in dingen die wij u op zijn best kunnen afraden
als ‘National Treasure’ en ‘Knowing’) en een rapper
(Xzibit) als centrale crimineel. Ziet u het! Gefronste wenkbrauw!
Toch is deze op het eerste zicht nogal vreemde mix niet eens zo
onlogisch.

Het verhaal snijdt in ieder geval enkele thema’s aan die we bij
Herzog nog al eens hebben gezien. Centraal staat één man en zijn
persoonlijke helletocht door de waanzin in zijn hoofd en een
vijandige wereld. Terrence McDonagh (Nicolas Cage) is een sergeant
in het politiekorps van New Orleans. Orkaan Katrina heeft de stad
volledig door elkaar geschud en tussen het puin en de ellende
probeert hij de dunne lijn tussen goed en kwaad te bewandelen, met
wisselend succes. Rugklachten na een moedige reddingsactie doen hem
naar de medicijnen grijpen en wanneer ook zijn cocaïneverslaving
verder uit de hand loopt, valt hij meer en meer aan de foute kant
van die lijn. Terrence begint eenvoudig gezegd te flippen en zijn
gedrag wordt al snel even gevaarlijk als onvoorspelbaar.
Ondertussen blijven zijn gokschulden zich opstapelen en slaagt hij
erin om keer op keer op de tenen te trappen van de foute kerels.
Het wordt een moeilijke tijd voor Terrence, die de band met zijn
liefje (Eva Mendes) voelt verzwakken en zijn waarden een voor een
door het raam keilt. Hij zit op de bodem van de put en de weg naar
boven is lang en steil.

Net als in pakweg ‘Fitzcarraldo’, ‘Aguirre, der Zorn Gottes’ en
‘Grizzly Man’ verkent Herzog hier de ontsporing van een steeds meer
in de waanzin wegglijdend personage. In ‘Fitzcarraldo’ liet het
personage van Klaus Kinski (en Herzog zelf ironisch genoeg dus ook)
een stoomboot over een berg slepen, in ‘Grizzly Man’ kregen we het
dagboek van een halve gek en in ‘Aguirre’ wilde (opnieuw) Kinski
dan weer een eigen koninkrijk stichten. Stof genoeg om enkele
maanden bij de psycholoog te gaan kamperen dus. Hier rekruteert de
Teutoon Nicolas Cage – als hij op dreef is hij nog altijd een van
de meest psycho acteurs van Hollywood, en da’s een
compliment – om een flik te spelen die verslingerd is aan de coke,
denkbeeldige leguanen op zijn koffietafel aantreft en
zielen voor zijn ogen ziet breakdancen. Het soort
flik dat er plezier in schept om een kerel onder schot te houden
terwijl hij van bil gaat met diens vriendinnetje. Fucked in the
head?
Misschien, maar de combo Herzog/Cage zorgt eerst en
vooral voor motherfucking vuurwerk.

‘The Bad Lieutenant’ is overigens vrijwel niet classificeerbaar.
Je kan hem beschouwen als een surrealistische trip – half droom,
half werkelijkheid – met een sterk symbolische dimensie, als een
gitzwarte komedie in het gangsterwereldje, min of meer in het
verlengde van ‘Miller’s Crossing’, of als een klassieke politiefilm
met een kwaadaardige antiheld als hoofdpersonage. Al bij al maakt
het weinig uit hoe je hem wil catalogiseren: al die elementen
zitten er wel degelijk in, maar je kan de film op niks vastpinnen.
Het getuigt van groot vakmanschap dat ‘The Bad Lieutenant’ zo
natuurlijk aanvoelt, dat geen enkele scène geforceerd lijkt. De
sfeer kan soms omslaan van dolkomisch naar bikkelhard en het genre
van onversneden thriller naar disfunctionele familiekroniek. Het is
die dynamiek die de film haast even onvoorspelbaar maakt als haar
hoofdpersonage. Als een ongeleid projectiel baant ‘The Bad
Lieutenant’ zich een weg naar je netvlies en geen moment denk je
eraan om even weg te kijken.

Dat komt in de eerste plaats door de hypnotiserende,
angstwekkend intense en kortweg geniale prestatie van Nicolas Cage.
Geloof me, ik ben geen fan van die man, maar met deze rol slaat hij
wel een home run. Dat enkele scènes uit de film nu al te
boek mogen worden gesteld als absolute klassiekers, is zuiver en
alleen te danken aan zijn vertolking. De scène waarin Terrence de
luchttoevoer van een oud besje afsnijdt, het enthousiasme waarmee
hij quotes als “’till the break o’ dawn, baby” en
’cause his soul’s still dancin’!” uitjoelt of simpelweg
de manier waarop hij lichtjes gebukt rondloopt door zijn
rugproblemen – tegen het einde van de film ziet hij er ronduit
zielig uit – alle kleine tics en nuances heeft Cage helemaal onder
de knie. Herzog regisseert zijn eerste langspeler sinds het
voortreffelijke ‘Rescue Dawn’ met zijn kenmerkende onorthodoxe
stijl (die shots van de leguanen en krokodillen!), maar vergis u
niet, dit is wel degelijk de film van – één flauw mopje over zijn
haar kan er wel af – Nic Met De Toupet.

‘The Bad Lieutenant’ is in elk geval een van de meest
eigenzinnige films van het jaar. Herzog lapt de regels van de
klassieke policier aan zijn laars en dompelt de kijker
onder in een bevreemdende ervaring die met geen stokken valt thuis
te brengen. Tragisch hilarisch is misschien een beschrijving die in
de buurt komt. Hoe of wát het ook zij, ‘The Bad Lieutenant’ is een
fantastisch stukje pure cinema dat je gezien moet hebben. De meest
desoriënterende, dubbelzinnige en van de pot gerukte filmervaring
in tijden. Wij zitten nog steeds na te genieten. ‘Till the
break o’ daaaaaaaawn, baby!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − twaalf =