Ook dit jaar zijn onze recensenten aanwezig op het belangrijkste filmfestival van het land. We beginnen met een paar voorbeschouwingen. Vanaf 7 oktober kan u dan in detail elke dag volgen wat er in Gent op het witte scherm te ontdekken valt.
Voorbeschouwing Classics Programma
Het opnieuw door curator Patrick Duynslaegher samengestelde Classics programma brengt dit jaar hulde aan Éric Rohmer, een van de toonaangevende cineasten uit de Franse Nouvelle Vague. Omdat de Gentse Studioskoop pas deze zomer opnieuw de deuren opende, week het festival voor het Classics programma dit jaar uit naar een nieuwe locatie. Alle voorstellingen vinden plaats in Auditorium 61 (Onderstraat 61 te Gent). Hieronder vindt u een greep uit het Classics aanbod.
La Collectioneuse
De vierde film in Éric Rohmers beroemde cyclus ‘Six Contes Moraux’ is een verrukkelijk subtiel blijspel over een ingewikkelde driehoekskrelatie aan de Franse zuidkust. Twee vrienden die zichzelf voorgenomen hebben een vakantie te wijden aan introspectie en existentiële zelfontdekking, raken eerst geërgerd en vervolgens gefascineerd door de knappe jongedame waarmee ze noodgedwongen hun villa moeten delen. Het meisje ‘verzamelt’ avontuurtje en de beide mannen houden zichzelf in al hun hoogdravende gesprekken voor dat ze boven haar hedonistische levensstijl staan, terwijl hun daden net het tegenovergestelde suggereren.
Zoals altijd toont Rohmer zich een meester in het intens cinematografische maken van een genre – de praatfilm – waar mindere goden zich zwaar aan vergrijpen. Terwijl de personages erop los tateren, ensceneert Rohmer verbluffende picturale kunstwerkjes die ons de adem afsnijden. De ronduit goddelijke kleurenfotografie in het gedempte palet van het Eastmancolor negatief, is van cameravorst Néstor Almendros die optimaal gebruik maakt van de groene zomerse omgeving van het mondaine Saint-Tropez in het departement van de Pays du Var (DaVb).
“La Collectioneuse” met Patrick Bauchau, Haydée Politoff. Regie: Éric Rohmer. Frankrijk, 1967. Score: 9/10
L’Amour L’Après-Midi
Zesde en laatste film in de reeks ‘Contes Moraux’ waarmee Nouvelle Vague-boegbeeld Éric Rohmer naam maakte. Aangezien Rohmer iets ouder was dan veel van de critici van Les Cahiers du Cinéma die aan de wieg stonden van de revolutie in de filmwereld aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw (Godard, Truffaut …), wordt hij vaak gezien als de minst radicale van de groep, ook al omdat zijn ideeën over de filmkunst dicht aanleunden bij die van André Bazin, onder andere in de manier waarop film de ‘waarheid’ van het leven moet laten zien. Dat idee wordt ook in de hand gewerkt door het feit dat Rohmer praatfilms draait, waarin dialoog en het gesproken woord centraal staan (Rohmer hechtte enorm veel belang aan correct en poëtisch gebruik van de Franse taal en eiste van zijn acteurs een onberispelijke articulatie). Wie goed kijkt ziet echter een groot visueel stilist aan het werk, die minsten even vernieuwend omging met de filmtaal als de jongere collega’s die sterk door hem beïnvloed werden. Weinig andere regisseurs hebben zo veel aandacht voor genuanceerd gebruik van kleur en compositie om op die manier de kleinste subtiliteit in de gebeurtenissen kracht bij te zetten, een met veel zorg geconstrueerde stijl, die een puurheid en evenwicht bereikt die wel eens vergeleken wordt met het werk van Ozu of Dreyer.
Net als de andere ‘Contes Moraux’ draait ook L’Amour L’Après-Midi om een protagonist die een morele keuze in de liefde moet maken. Rohmer hield ervan variaties op hetzelfde thema te spinnen in zijn filmreeksen en zodoende vinden we in de zes films telkens een combinatie van twee mannen en een vrouw en – zoals ook hier het geval is – één man die geconfronteerd wordt met een keuze tussen twee vrouwen. Bernard Verley speelt de gelukkig getrouwde Frédéric, die een wild liefdesleven achter zich liet toen hij huwde, en geconfronteerd wordt met de voormalige vriendin van een oude vriend, voor wie hij ooit ook zelf meer dan platonische gevoelens koesterde. De vrijgevochten Chloé (voormalig Yves Saint Laurent-model Zouzou) heeft duidelijk haar zinnen gezet op Frédéric en de hele film wordt opgebouwd naar het moment waarop de hoofdrolspeler moet beslissen of hij al dan niet seks zal hebben met Chloé. Rond deze ongemakkelijke situatie weeft Rohmer een ongelooflijk subtiel spel van dialogen en blikken die versterkt worden door de virtuoze mise-en-scène.
Er bestaan heel wat tegenstrijdige visies over de exacte manier om deze morele vertelling te lezen: voor de één is de eigenzinnige Chloé een pleidooi tegen het huwelijkse instituut en de hypocriete bourgeoismoraal van Frédéric, voor de ander is Rohmer hier al te reactionair in zijn verdediging van de huwelijkstrouw als enig zaligmakende waarde. Die discussie geeft vooral aan dat de films van Rohmer zelden of nooit zomaar in een hokje kunnen geduwd worden en ook qua inhoud zeker even gelaagd en genuanceerd zijn als de beeldtaal van de Franse meester (DaVb).
“L’Amour L’Après-Midi” met Bernard Verley, Zouzou. Regie: Éric Rohmer. Frankrijk, 1972. Score: 9/10
La Femme de L’Aviateur
De eerste film in de serie ‘Comédies et Proverbes’ die zes thematisch verbonden werken van Éric Rohmer in de loop van de jaren negentientachtig bundelt, is een charmante en intrigerende karakterstudie over liefde, trouw, overspel en jaloezie. François werkt ’s nachts bij de post en ziet zijn vriendin Anne slechts sporadisch. Op een ochtend merkt hij haar op terwijl ze wandelt met aan haar arm haar vroegere geliefde Christian, de piloot uit de titel. Wanneer hij later die middag Christian ziet wandelen met een blonde vrouw besluit hij het koppel te volgen, een onderneming waarbij hij onverwacht hulp krijgt van de vijftienjarige Lucie, die samen met hem geïntrigeerd raakt door het raadselachtige stel.
De minimalistische stijl die Rohmer hier hanteert, lijkt losjes uit de pols, maar is in feite bijzonder gebalanceerd en weet grote spanning te puren uit de schijnbaar statische gesprekken. Terwijl iedereen er vrolijk op los tatert, gebeuren er in de uithoeken van het kader allerlei zaken die onze aandacht vasthouden en van deze achteloze tragikomedie een soort miniatuurthriller maken die ons reikhalzend doet uitkijken naar wat komen gaat.
Het natuurlijke licht en de weersomstandigheden die de film tekenen, geven ons in het sterke middenluik het gevoel zelf een namiddag doorgebracht te hebben in een park te Parijs, speurend naar, en denkend over, het raadsel van de blonde vrouw aan de zijde van de piloot. La Femme de L’Aviateur is een perfecte illustratie van de manier waarop Rohmer een intense cinematografische belevenis weet te puren uit wat in wezen anderhalf uur kijken is naar verhaaltjes over amoureuze besognes (DaVb).
“La Femme de L’Aviateur” met Philippe Marlaud, Marie Rivière. Regie: Éric Rohmer. Frankrijk, 1981. Score: 7,5/10
Pauline à La Plage
De meest populaire titel uit de zesdelige filmreeks ‘Comédies et Proverbes’ die Éric Rohmer tussen 1981 en 1987 draaide. Net als de andere delen is dit een exquise romantische tragikomedie, die de kunst van het praten vertaalt in doordachte visuele cinematografische vorm. Rohmers literaire dialogen verraden zijn oorsprong in theater en literatuur, maar worden steeds gekoppeld aan een intelligente en sterk persoonlijke beeldtaal. Zo had de regisseur voor elk van de zes films een bepaald kleurenpalet in gedachten dat hij strikt respecteerde. Hier is dat een combinatie van rood, blauw en wit, gebaseerd op een schilderij van Matisse dat ook kortstondig te zien is in de slaapkamer van het jonge hoofdpersonage. Die eenheid van vorm en kleur, geeft Rohmer de kans om in alle mogelijke situaties te spelen met dezelfde primaire kleuren, maar ook andere subtiele details zijn tot in de puntjes uitgewerkt: door de scènes (min of meer) in de juiste volgorde op te nemen, zien we hoe de bloemen in het vakantiehuis van de beide protagonistes langzaam uitbloeien en op een cruciaal moment de passend verwelkte achtergrond vormen voor een droefgeestige bespiegeling.
De spilfiguur is de jonge Pauline, die samen met haar oudere nicht de zomervakantie doorbrengt aan de Normandische kust (Rohmer en zijn fotografieleider Néstor Almendros maken optimaal gebruik van het zachte noordelijke kustlicht om de scènes kracht bij te zetten). De nicht is pas gescheiden en loopt een oude vlam tegen het lijf die haar in contact brengt met een plaatselijke vrouwenversierder voor wie ze meteen valt. Pauline zelf (Amanda Langlet, die door de cineast ontdekt werd bij een toneelgezelschap) wordt verliefd op een jongen die ze aan het strand ontmoet. Tussen al die personages ontstaat een ingewikkeld kluwen van aantrekking, (zelf)bedrog en verzoening, tegen de achtergrond van de voortschrijdende zomer. Onder de verhalende structuur ligt de zegswijze ‘een scherpe tong snijdt zichzelf’ en het scenario is dan ook opgebouwd rond drie cruciale momenten waarin zwijgen of spreken centraal staat.
Zoals steeds werkte Rohmer met een kleine crew en putte hij uit een vaste schare aan acteurs: Arielle Dombasle, Pascal Greggory en Féodor Atkine werkten verschillende malen samen met de Franse grootmeester. Langlet speelde trouwens twintig jaar later een ouder geworden versie van Pauline in Conte d’Été, een film uit de reeks ‘Les Contes des Quatres Saisons’ die Rohmer in de jaren negentiennegentig zou draaien (DaVb).
“Pauline à La Plage” met Amanda Langlet, Pascal Greggory. Regie: Éric Rohmer. Frankrijk, 1983. Score: 9/10.
Conte d’Hiver
Van de vier films die de reeks ‘Conte des Quatres Saisons’ vormen, is dit zeker de minst populaire titel. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat deze liefdesparabel méér dan een zweem van religiositeit in zich draagt en aan het eind van de kijker vraagt om in niet minder dan een mirakel te geloven. Toch groeit voor wie bereid is de premisse te aanvaarden, uit deze sobere – vooral inzake kleurenpalet is dit een van Éric Rohmers meest grauwe films – en minimalistische prent, langzamerhand een grote emotionele kracht.
Van bij het begin van het verhaal vergt Rohmer van de kijker al een behoorlijke ‘suspension of disbelief’: Félicie leert op vakantie Charles kennen, de liefde van haar leven, maar vergist zich bij het opgeven van haar adres en de twee zien elkaar niet meer terug. Vijf jaar later woont ze nog altijd in Parijs en voedt ze haar dochtertje op waar Charles – zonder het zelf te weten uiteraard – de vader van is. Ze schippert tussen twee mannen in haar leven, maar weigert zich te binden in de hoop dat ze op een dag Charles toch nog tegen het lijf zal lopen. Wie van oordeel is dat films vooral een psychologische logica en realisme moeten nastreven, zal zich blauw ergeren aan Conte d’Hiver (in het tijdperk van sociale media wordt het hele opzet natuurlijk helemaal absurd), maar eigenlijk doet dat niet echt ter zake. Rohmer is geïnteresseerd in de onderliggende waarheid en in een bespiegeling over de kracht van geloof en van de liefde. Wie daarin wil meegaan, zal een uiterst subtiel melodrama ontdekken, dat door de Franse meester van de praatfilm andermaal op schitterende wijze geënsceneerd wordt. Als geen ander weet de regisseur van Ma Nuit Chez Maud en Pauline à la Plage hoe hij zijn lange dialoogscènes omzet in dynamische stukjes cinema die inzake compositie en cameravoering zeker even genuanceerd zijn als de diepgravende gesprekken die de personages voeren.
Wanneer aan het eind het onmogelijke zich dan toch voltrekt, bereikt de film een oprechte ontroering en voltooit Rohmer een zorgvuldig opgebouwde spanningsboog, die steunt op de serene eenvoud die nagenoeg al zijn films tekent (DaVb).
“Conte d’Hiver” met Charlotte Véry, Michel Voletti. Regie: Éric Rohmer. Frankrijk, 1992. Score: 8,5/10
Conte d’Automne
De laatste film in de reeks ‘Contes des Quatres Saisons’ is een heerlijk speelse tragikomedie, waarin Éric Rohmer zijn voorliefde voor plotelementen uit het Franse theater – Pierre de Marivaud, Molière – koppelt aan een aantal sterke vrouwenportretten en die inbedt in wat visueel misschien wel zijn meest bedwelmende film is, met dank aan de in zacht licht badende beelden van DOP Diane Baratier, met wie Rohmer het laatste deel van zijn carrière een vaste samenwerking had.
De film vertrekt vanuit drie uiteenlopende vrouwelijke hoofdpersonages, wier levens allemaal onderling verbonden zijn. Rosine (Alexia Portal) is een vrijgevochten studente die net een relatie met één van haar lesgevers achter de rug heeft en nu – als opvulling zegt ze zelf – iets heeft met een plaatselijke jongeman. Ze heeft echter een veel betere band met diens moeder Magali (Rohmer-habitué Béatrice Romand) en hoopt haar voormalige oudere minnaar met haar te koppelen. Tegelijkertijd wil Magali’s beste vriendin Isabelle (Marie Rivière, eveneens deel van een selecte cirkel van acteurs waar Éric Rohmer graag mee werkte) ook een echtgenoot vinden voor Magali, en ze doet dat aan de hand van contactadvertenties die ze plaatst zonder medeweten van haar vriendin. Om toch enigszins zeker te zijn welk vlees ze in de kuip heeft, spreekt ze eerst zelf af met de mannen die op haar aankondiging ingaan en probeert ze te polsen of ze een goede partij zouden zijn.
Tussen al die personages ontstaat een hele reeks van misverstanden en botsingen die door Rohmer naar goede gewoonte in scherpe dialoogscènes gegoten worden. Eens te meer lijkt het allemaal geïmproviseerd en amateuristisch, maar maakt het deel uit van een goed uitgetekende structuur: zo filmde de regisseur op een echt huwelijksfeest van vrienden, maar liet hij zijn acteurs zich tussen de gasten begeven om daar hun vooraf afgesproken gesprekken te voeren – een mooi voorbeeld van Rohmers combinatie van ‘gezocht amateurisme’ en perfecte controle.
Inzake kleurenpalet is dit een film die gedomineerd wordt door de gloed van het Zuid-Franse licht, uiteraard passend bij het gekozen seizoen. De uitgestrekte wijngaard waar Magali eigenaar van is en de couleur locale van de dorpjes bepalen de sfeer die de vele emotionele angels verhult die onder de oppervlakte verborgen liggen. Zelfs in de afloop zal de aandachtige kijker veel meer nuance ontdekken dan het schijnbare happy end doet vermoeden: het afsluitende feest verbergt immers meer bitterzoete elementen dan op het eerste gezicht zou blijken (DaVb).
“Conte d’Automne” met Béatrice Romand, Marie Rivière. Regie: Éric Rohmer. Frankrijk, 1998. Score: 9/10.
Voorbeschouwing Festival
Coward
Openen doet FFG met Coward van Lukas Dhont, ondertussen ook de officiële Belgische inzending voor de Oscars. Met zijn derde langspeelfilm duikt Dhont de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog in. Coward focust zich op de hechte band die zich ontwikkelt tussen een jonge soldaat die zich hardnekkig wil bewijzen aan het front en een gewezen kleermaker die de moraal van de troepen op peil moet houden.
De regisseur van het fel bejubelde Girl en Close omschrijft Coward zelf als een film over de kracht van samenhorigheid in verbrokkelde tijden. De herkenbare stijl van Dhont (met een camera in ondiepe focus die de personages dicht op de huid zit en enkel nadruk legt op wat er zich in de voorgrond van het beeldkader bevindt) is inmiddels herleid tot een formule – bovendien komt het allemaal soms wat te nadrukkelijk en zelfbewust over. In de moeizame eerste helft van de film kan Coward zelden het juiste ritme vinden en vervalt de prent bij momenten in veredeld toneelspel. Nadien wint Coward aan diepgang, al is dat vooral de verdienste van nieuwkomers Valentin Campagne en Emmanuel Macchia, wiens sterke acteerprestaties werden gehuldigd in Cannes. (DiVB)
“Coward” met Valentin Campagne, Emmanuel Macchia. Regie: Lucas Dhont. België, Frankrijk, Nederland 2026. Score: 6/10
Le Corset (Iron Boy)
Vakkundig gemaakte Franse animatiefilm, geschreven en geregisseerd door Louis Clichy, die bij Pixar meewerkte aan de successen WALL-E en Up. Alles draait om een elfjarige knaap die zich stierlijk verveelt op de boerderij van z’n strenge vader met wie hij op gespannen voet leeft. Wanneer de jongen evenwichtsstoornissen ontwikkelt (door een extreme kromming van de wervelkolom), krijgt hij een orthopedisch korset aangemeten. Uit dit gegeven groeit een bitterzoete maar zachtaardige coming-of-agefilm over identiteit en onverwachte vriendschap, die zonder hoge toppen te scheren beslist enkele oprecht mooie momenten telt. De handgetekende aquareltekeningen met zachte pasteltinten en Oost-Indische inkt roepen treffend een sfeer van nostalgie op. (DiVB)
“Le Corset” stemmen Gary Clichy, Dimitri Colas. Regie: Louis Clichy. Frankrijk, België 2026. Score: 6,5/10
Un Bon Petit Soldat
Drie jaar na Hors-Saison, een melodrama over zelfperceptie en nieuwe kansen, keert Stéphane Brizé terug naar zijn roots. Het in Venetië bekroonde Un Bon Petit Soldat ligt perfect in het verlengde van Brizé’s sociaal bewogen films zoals La Loi du Marché en het ijzersterke Un Autre Monde. Un Bon Petit Soldat volgt een toegewijde zakenvrouw wiens gezinsleven moest wijken voor haar carrière. Wanneer ze als kersverse HR-manager wordt aangesteld bij een grote verzekeringsmaatschappij om het imago van het bedrijf op te poetsen, wordt de protagoniste geconfronteerd met spanningen op de werkvloer en een geval van toxisch leiderschap.
Quasi de hele film speelt in een hermetisch afgesloten microkosmos van kantoorgebouwen en vergaderzalen. Un Bon Petit Soldat mag dan nog hoofdzakelijk uit lange dialogen en discussies bestaan, Brizé blijft een kei in het doorgronden van een bepaald milieu of maatschappelijk kader. Hij gaat altijd recht door zee en maakt zich nooit schuldig aan onnodige opsmuk of overtollige ballast. De problemen waarmee zijn personages te kampen krijgen worden zelden opgeblazen of overgedramatiseerd. Ook Un Bon Petit Soldat vormt daarop geen uitzondering en wordt gekenmerkt door kleine nuances en subtiele verschuivingen in het scenario. Opmerkelijk zijn zeker de krachtige vertolkingen van Alba Rohrwacher en Vincent Lindon. (DiVB)
“Un Bon Petit Soldat” Met Alba Rohrwacher, Vincent Lindon. Regie: Stéphane Brizé. Frankrijk 2026. Score: 7,5/10


