In 2018 leverde Lukas Dhont zijn langspeeldebuut Girl af, waarmee hij meteen vier prijzen in de wacht sleepte op het filmfestival van Cannes. Girl had een passende cameravoering die de personages dicht op de huid zat, een beproefd recept dat echter werkte voor het gekozen onderwerp. Vier jaar later was er Close, waarin precies dezelfde visuele strategie gehanteerd werd en waarin het een beetje begon te voelen alsof het overmatig gebruik van ondiepe focus die de achtergrond onscherp houdt, vooral diende om geen composities in de diepte te moeten maken. Coward bevestigt helaas die vrees, de aanpak van Dhont en cameraman Frank van den Eeden is een systeempje geworden. Zowat elk beeld heeft dezelfde ondiepe focus, iets wat gaandeweg behoorlijk op de zenuwen begint te werken.
Om dan toch met een positieve noot te beginnen: in Cannes won Coward dit jaar de prijs voor de beste mannelijke (dubbel) vertolking, gedeeld door hoofdrolspelers Valentin Campagne en Emmanuel Macchia, en het moet gezegd dat dat wel degelijk terecht is. Beiden zijn heel sterk en de chemie tussen de vertolkers is dat evenzeer, waardoor het jammer is dat hun spel zo tenietgedaan wordt door de andere elementen in de film.
Macchia speelt Pierre, een boerenzoon die aan het front van WO I wordt gedropt en er al snel kennismaakt met de gruwelen van de strijd: verminkingen, dood, zelfdoding en even dodelijke routine. Het kamp telt ook enkele mannen die al dan niet permanent voor actieve dienst afgekeurd werden na verwondingen. Die moeten zowel lijken begraven als de andere manschappen van entertainment voorzien. Een van hen is de androgyne Francis (Campagne) die met plezier vrouwenrollen speelt en meer dan gewone aandacht heeft voor Pierre. De film voegt daar nog een aantal nevenbespiegelingen aan toe over de tegenstelling tussen echte strijd voeren en een rol achter schermen en de perceptie die daarrond heerst, maar pas aan het eind wordt daar ook echt iets mee gedaan.
Dat meer geslaagde einde en de sterke coda die er nadien nog aan wordt toegevoegd, zijn echt wel een beetje de reddingsboeien van dit verder al te gemakzuchtige en zwakke drama. Op dat moment bouwt Dhont immers plots wel een aantal mooie en beheerste momenten op die de spanningen tussen de personages en de behandelde themaās wel degelijk tot bloei laten komen. De allerlaatste scĆØne is zo goed dat ze ons bijna doet vergeten hoe mager alles is dat eraan voorafgaat.
Het toont ook aan dat Lukas Dhont wel degelijk nog steeds een getalenteerd cineast is, maar dat hij zich dringend moet bevrijden van een zelf opgelegd keurslijf dat zo langzamerhand zijn kwaliteiten begint te versmachten. Wat als visuele partituur perfect werkt voor ƩƩn project, is niet noodzakelijk de juiste benadering voor Ć©lke nieuwe film en riskeert ā zoals hier echt wel het geval is ā een voorspelbare routine te worden. En misschien wordt het
ook tijd eens te gaan samenwerken met een nieuwe scenarist, want ook daar lijkt de creativiteit echt wel verstard.
Dat Coward de Belgische Oscarinzending werd, is eerlijk gezegd een beetje een illustratie van het feit dat de keuze op dat vlak dit jaar wel heel erg beperkt was.



