Laura Marling :: I Speak Because I Can

Achttien was Laura Marling toen ze twee jaar geleden debuteerde met het fantastische in folk gewortelde Alas I Cannot Swim, dat een maturiteit verried die weinige muzikale meisjes van die leeftijd gegeven is. Twee jaar later slaat Marling resoluut verder het bospad van de donkere folk in en degradeert haar debuut zo tot een meisjesplaat dat het absoluut niet was.

Oh wat werd ze hier schandelijk genegeerd twee jaar geleden, terwijl Duffy, Adele en vooral Amy MacDonald grote sier maakten. Marling verhield zich tot hen als het fr&ecircle, onverzorgde meisje dat van achter die laatste bank in de klas — met de kap van haar trui diep over het hoofd getrokken — met uit walging opgetrokken onverschilligheid toekijkt hoe de opgetutte snollen met alle aandacht en jongens gaan lopen. En in haar donkere kamertje maar tokkelen op die gitaar en poëzie schrijven, terwijl ze in zichzelf "Wacht maar" mompelt.

Marling balanceerde evenwel elegant en meeslepend op de staaldraad tussen popmelodieën en folk, met teksten die een meisje van achttien doorgaans weinig vriendjes en vriendinnen opleveren ("I don’t believe in a fairytale end/I don’t keep my head up all of the time/I find it dull when my heart meets my mind"). Een viool kraste al eens, haar akoestische gitaar gebruikte ze maar al te graag als zonnewering. Het leverde haar ei zo na de Mercury Prize op.

Maar wat dan te denken van I Speak Because I Can, een mijlspas vooruit waar, ten eerste, de doorsnee "artiest" een paar overgangsplaten voor nodig heeft en een mijlspas die, ten tweede, eigenlijk nog niet eens nodig was — Alas… stond immers al als een huis (op in mist omgeven highlands, ergens). Marlings stem klinkt dieper, alsof ze ondertussen twee kinderen heeft gebaard die stilaan op kot gaan, haar melodieën zijn veel gelaagder en mikken allerminst op (onmiddellijke) ontroering. Haar songs munten stuk voor stuk uit in een subtiele opbouw die steevast op de diepte mikt: het resultaat is nooit minder dan bloedmooi, begeesterend en van een eigenwijsheid die het gros van de "tweede platen" vandaag ontbeert.

Ondertussen is er dan ook wel wat veranderd in het prille leven van Marling. Op muzikaal gebied is haar backing band, de bende van Marcus Mumford, bekend geworden als Mumford & Sons. Waar hun Sigh No More niet zelden uitnodigt tot in het rond vliegende hoeden, opgetilde rokken en een door drank steevast verkeerd getimed ’Jihaa!’, spelen ze op I Speak… nog meer ingehouden en soberder dan op Marlings debuut. De banjo van dienst doet geen stampvoetende climaxen aanzwengelen, maar laat de song op kousenvoeten openbloeien of nog dieper in zijn schulp kruipen. Blazers en strijkers zijn ondergeschikt aan een vaak spookachtige, kille sfeer waar een gure wind door waait, een sfeer die niet zozeer pure folk uitademt, maar die u vooral de plaat niet gauw opzij doet leggen.

Nog veranderingen: fysiek is ze bijna onherkenbaar nu ze haar blonde lokken donker heeft geverfd (tot zover de kern van de aankomende Flairrecensie over deze plaat), maar ook haar liefdesleven kreeg een donkere kleur na de breuk met Charlie Fink (Noah And The Whale). Die snoot zijn neus leeg op het mooie, therapeutische The First Days Of Spring. Marling is het op het eerste gehoor beter vergaan: haar debuut bulkte van de ietwat bittere liefdesliedjes, I Speak… veel minder. Haar songs zijn echter veel verhalender geworden, geschreven vanuit personages die ofwel gelaten ondergaan dat het leven toch niet meer is dan een kerkhof van menselijke relaties, ofwel er verbeten tegen vechten. De bitterheid zelfs ver voorbij. Het leidt tot een rauw, hard en niet zelden seksueel geladen album.

Het is belachelijk om hoogtepunten uit deze plaat te pikken — veel te zelden is een album zo’n coherent geheel — en het is nog belachelijker om Marlings prille leeftijd als argument te gebruiken om deze plaat mijlenver boven kaf én koren te houden — daar is I Speak… op zichzelf al veel te sterk voor. Marling out zich al te graag als bewonderaar van Joni Mitchell, ze is met twee platen van dit kaliber goed op weg een soortgelijke status te bereiken.
We zien dat fr&ecircle meisje achteraan in de klas heel fijntjes glimlachen over twintig jaar wanneer al die popsnollen al lang, lang vergeten zijn. En zijzelf nog bijlange niet. Wacht maar.

Laura Marling speelt dinsdag 6 april in de Botanique in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 2 =