Tim O’Conell :: It’s My Song, Dammit!

De mooiste verhalen zitten vaak verstopt in de plooien van de geschiedenis, zijn ogenschijnlijk relevant voor enkelen, maar kunnen wel een en ander teweeg gebracht hebben. Singer-songwriter Tim O’Connell leidde een gewoon leven, tot ene Johnny Cash zijn pad kruiste.

O’Connell, die sinds de vroeg jaren zeventig in de streek van Nashville woont, was al jaren bezig met het schrijven van songs toen een van zijn in de archieven opgeslagen songs via een omweg bij Cash geraakte, die het opnam tijdens de Solitary Man-sessies. Cash en producer Rick Rubin hadden er geen idee van wie het geschreven had, al hadden ze wel snel door dat de song met de boodschap van bescheidenheid Cash op het lijf geschreven was: "I’m not a prophet and I’m not a priest / I’m not a wise man who’s come from the east / I wouldn’t tell you what’s right or what’s wrong / I’m just a singer of songs". De song belandde niet op het album, maar het werd wel een van de te ontdekken parels op de Unearthed-box, die na de dood van Cash verscheen.

De ene criticus na de andere ging er van uit dat de song van de hand van Cash was: de ontbeende muziek en van ballast ontdane tekst hadden immers veel gemeen met diens latere stijl. Dat Cash de song opnam vond O’Connell geen probleem, maar wel dat er steevast voorbij gegaan werd aan wie het nummer oorspronkelijk schreef. Zo mocht ook ondergetekende enkele jaren geleden een mail ontvangen met een rechtzetting van de man. Een aantal jaar later heeft hij zelf een album klaar met de toepasselijke titel It’s My Song, Dammit!. Het is een boodschap van iemand die duidelijk op zijn strepen staat en de gebeurtenis aangrijpt om zijn eigen werk aan de man te brengen, maar op basis van deze tien songs is dat niet meer dan terecht: It’s My Song, Dammit! is immers een album dat drieëndertig minuten lang klassiek metier uitstraalt.

Voor alle duidelijkheid: wie op zoek is naar hippe geluiden, artsy trucjes of crossover-potentieel, die is er aan voor de moeite: O’Connell is van de school muzikanten die aansluiten bij de diepgewortelde roots van country & western en de daarbij horende thema’s: liefde, vriendschap, verdriet, geloof, de familie. Geen reactionaire boodschap, maar waardering voor de eenvoudige en belangrijke dingen des levens. Met een stem die soms erg sterk lijkt op die van Townes Van Zandt zingt O’Connell doorgaans simpele, korte liedjes die mooi de grens bewandelen tussen het sentimentele en het doorleefde, het alledaagse en het bijzondere, met hier en daar een toets humor.

Als hij uitpakt met een song als "Without You", dan is dat ook waar hij het over heeft: beschrijven hoe hij eraan toe is als hij alleen achterblijft. Pure beelden en rijmen, eenvoudige arrangementen, complexe en herkenbare gevoelens. Liefdesliedjes vormen de hoofdbrok op de plaat. Zo is er "Talking ’Bout Love", een charmant countryduet met zangeres Jill Walsh, en krijg je ook nog eens "We All Need Love In Our Lives", met zijn oproep om aanstellerij te laten voor wat het is ("If you’re so hard / Why don’t you drop your guard / Why don’t you just quit this act") en het shuffelende "Thank You For Being A Friend", dat thuishoort op een mixtape die je door de vlaktes van de Midwest voert.

De naam van Townes Van Zandt viel al en je zou ook kunnen verwijzen naar Joe Ely, maar als er hier een naam op zijn plaats is, dan is het wel die van John Prine. Ook die artiest kon sentimenteel zijn zonder melig te worden en eerlijk en gevoelig zijn zonder er een egoshow vol zelfbeklag van te maken. "Us Folks At Home" en "There’s Nothing You Can Do" zijn daar mooie voorbeelden van. In het eerste, een oproep om je afkomst niet te verloochenen, neemt hij volk op de korrel dat vergeet waar het vandaan komt ("Have you traded your soul for artistic control / Is your psyche profoundly disturbed?"), in het tweede kan je niet anders dan grijnzen bij al die gortdroge vaststellingen over leven en liefde.

Twee keer zoekt O’Connell het in een andere richting: "That Righteous Road" is een gedreven gospelsong, waarin de zanger voortgestuwd wordt door het Voices Of Praise Gospel Choir (zie ook ’Sno Angel Like You van Howe Gelb), "Little Radio" is dan weer een potige bluesrocker met gespierd gesoleer van gitarist Sean Weaver. Een prima song, maar wel een buitenbeentje dat misschien niet op zijn plaats is. Niettemin is dit een prima half uurtje goudeerlijke roots music die overduidelijk recht uit het hart komt. Rest er eigenlijk maar een vraag: Where’s the song, dammit? Het zou mooi geweest zijn als O’Connell "Singer Of Songs" zelf ook uit de kast zou hebben gehaald. Dat zou voor de puntjes op de ’i’ hebben gezorgd.

De cd is verkrijgbaar via CD Baby.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + twintig =