Hot Chip :: One Life Stand

Neen, neen, neen. Neen, beste Alexis Taylor en co. Dit is niét de manier om het geweldige Made In The Dark op te volgen. Wie mikt op de benen, moet niet plots meligheid de overhand laten nemen, zelfs al heb je een zijdezachte stem ter beschikking waartegenover die van Craig David als schuurpapier aanvoelt. Jullie zijn slecht bezig.

Het is namelijk niet omdat “Made In The Dark”-het-nummer zo’n mooie zachte plakker was, dat jullie daarom helemaal in die richting moeten evolueren. Dat de ironische stoere pose van de beginplaten (“Coming On Strong”, “Hot Chip will break your legs”, weet u nog wel,…) moet worden opgegeven. Neen, jullie zijn een dansgroep. Verneuk dat dan niet met stroperige ééntegelballads.

Want dat is wat gebeurd is op One Life Stand, de vierde van Hot Chip en meteen de eerste na de doorbraak die Made In The Dark was. Nadat de groep live de Kraftwerkachtige vijf-op-een-rij-opstelling doorbrak en zanger Alexis Taylor naar het midden schoof, heeft die ook op plaat het laken naar zich toegetrokken. Het resultaat? Softe dansmuziek, meligheid voor middelbareschoolmeisjes.

Nochtans begint het nog behoorlijk veelbelovend. Vier nummers lang houdt Hot Chip nog de schijn op dat dit toch minstens business-as-usual zal zijn. Zeker single “One Life Stand” heeft een erg bekende baslijn, het soort synthpulsen waar de groep bekend om is, net als de wat monotone parlandozang van Taylor. Ook “Thieves In The Night” jakkert op een soort Moroderbeat, en daar werkt de zoete, soulvolle zang wel.

Prijsbeest is echter “I Feel Better”; een nummer dat wat afwijkt van de rest van de Hot Chip-catalogus, en met zijn synthakkoorden aan Pet Shop Boys doet denken. En aan de meest catchy eurotrash die er te vinden is. Geheide single dit; de potentiële hit die deze plaat meer status zal geven dan ze verdient.

Vanaf “Brothers” is het immers om zeep. Dan laat Hot Chip het tempo — soms dramatisch als in het drakerige “Slush” — zakken met ellendige koortjes en cliché-pianotoetsen. En het betert er maar niet op: “Alley Cats”, “We Have Love”,.. ze zijn allemaal van het zelfde ongeïnspireerde kaliber. Geen idee wat de groep hiermee probeert te bewijzen, maar wij zijn niet overtuigd.

Nog eens vier nummers verder — in het voorlaatste nummer, het melkende “Keep Quiet — hebben we het gevoel dat deze plaat wel eindeloos lijkt te duren. Dank de goden dat er toch nog ietwat uptempo wordt afgesloten met de robotische beat van “Take It In”, waarin misschien niet toevallig Joe Goddard de zang grotendeels voor zijn rekening mag houden. De honing blijft in zijn pot, terwijl de beat doordendert. Het is helaas te weinig en te laat. One Life Stand is nu al kandidaat voor sof van het jaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + achttien =